- blad nr 4
- 24-2-2007
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Mariëtte Hamers parlementair onderzoek komt er
Er was wat verwarring over, maar het parlementair onderzoek naar de vernieuwingen die de afgelopen twintig jaar in het onderwijs zijn doorgevoerd, gaat zeker door. Initiatiefnemer van het onderzoek, PvdA-Kamerlid Mariëtte Hamer, heeft daar geen twijfels over. “Het kwam door berichten in NRC Handelsblad dat iedereen nu denkt dat het op de lange baan geschoven is. Maar er is een Kamermeerderheid voor, we gaan nu een duidelijke onderzoeksopzet formuleren.”
Aanleiding was een protest van scholieren en studenten die aan staatssecretaris Bruno Bruins een petitie overhandigden. Daarin klaagden zij over het gebrek aan inhoudelijke lessen en contact met docenten.
De Onderwijsraad stelde vorig jaar al voor om een parlementair onderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs op te zetten. U was het daarmee eens. Waarom hebt u dat voorstel toen niet direct overgenomen?
“Er was toen geen meerderheid in de Kamer voor, dat is sinds de laatste verkiezingen veranderd. Bovendien is de onrust in het onderwijs sindsdien veel groter geworden, dat heeft mij gesterkt in mijn idee dat we dit moeten doen.”
Het plan om een parlementair onderzoek te starten zorgde voor een hoos aan reacties. Voorstanders, waaronder oud-bewindslieden als Jacques Wallage, Jo Ritzen en Loek Hermans, gingen alvast bedenken wat ze tegen de commissie zouden zeggen. Tegenstanders zeiden dat dit alleen maar uitmondt in veel meningen en gekrakeel waar niemand wijzer van wordt.
Hamer zegt zelf veel instemmende mails gekregen te hebben van docenten. “Zij vinden dat de Kamer hiermee nu eindelijk hun klachten serieus neemt.”
Wat wilt u precies onderzoeken?
“Ik wil weten hoe het komt dat de Kamer indertijd met grote meerderheid besloot tot vernieuwingen, in de veronderstelling dat daar een groot draagvlak voor was op de scholen. Vervolgens gingen er allerlei zaken mis. Daarnaast ligt er nu de vraag over het nieuwe leren, die balans tussen kennis en vaardigheden, hoe gaan we daarmee om? En ik wil weten of er echt sprake is van een daling van het niveau.”
Critici vinden dat het parlement zijn eigen functioneren niet kan onderzoeken. Moet u het terugkijken niet overlaten aan een commissie van buitenstaanders?
“Wij hebben niet gekozen voor een parlementaire enquête. Dan gaat het alleen om de schuldvraag.” Tegelijkertijd ziet ze wel dat het vooral de PvdA is die de zwarte piet toegespeeld krijgt, omdat vooral sociaaldemocratische bewindslieden zich sterk maakten voor de vernieuwingen. “Er wordt nu gedaan alsof toen alles van bovenaf is opgelegd, terwijl we toch niet over één nacht ijs zijn gegaan. Er is dus iets misgegaan in de wisselwerking tussen parlement en onderwijsveld. Dat is een interessant probleem. Ik heb zelf indertijd de hbo-fraude aangekaart in de Kamer, daar zijn nu nog steeds juridische procedures over, terwijl het er mij om ging hoe dit kon gebeuren.”
Hamer vindt dat er te weinig gebruik gemaakt wordt van het instrument parlementair onderzoek. Voor haar eigen onderzoek kijkt ze naar de parlementaire Commissie Blok die in 2004 de integratie onderzocht in Nederland. “Zij zijn het land in geweest om met betrokkenen te praten. Wij moeten dat volgens mij ook doen. Vervolgens kunnen we dan vragen stellen aan sleutelfiguren van de afgelopen twintig jaar. Daar moeten dan lessen voor de toekomst uit getrokken worden.”
De invoering van de Mammoetwet zou veel degelijker aangepakt zijn. Ligt het niet voor de hand dat er te weinig tijd en geld werd uitgetrokken voor de vernieuwingen van de afgelopen twintig jaar?
“We moeten de invoering van die vernieuwingen met elkaar vergelijken. Dus of het indertijd met de Mammoetwet veel beter is aangepakt.”
Het zijn toch vooral de besturen die het competentiegericht leren willen invoeren. Daar heeft het parlement toch nooit iets over besloten?
“Oud-minister Hermans heeft daar indertijd wel zijn fiat aan gegeven, maar het klopt dat de initiatieven vooral van de besturen komen. Over het studiehuis is trouwens ook nooit wat besloten in het parlement, dat moesten scholen zelf doen. Het is natuurlijk ook niet zo dat alles wat het parlement besloot per definitie fout is. Er is nu veel kritiek op de terugtredende overheid, dat er teveel beslissingen aan het middenveld worden overgelaten. Voordat we daar nu overhaast op reageren, denk ik dat het goed is eerst dit onderzoek te doen en te handelen op grond van de conclusies die er getrokken zijn.”
Hamer schat dat het onderzoek zo’n halfjaar in beslag gaat nemen. “Als het goed is valt het in de beginfase van het kabinet. Dat wil ook met veel mensen uit het veld gaan praten, dus dat sluit mooi aan.”
{kader}
Onderwijsvernieuwingen
Basisvorming
De basisvorming werd in 1993 ingevoerd. Gedachte erachter was dat alle leerlingen eerst dezelfde basisstof zouden krijgen en vervolgens een schoolkeuze konden maken. Dat pakte heel anders uit. In 2006 werd de basisvorming afgeschaft, iedere school kan nu zijn eigen onderbouw inrichten.
Tweede fase
Om ‘pretpakketten’ tegen te gaan werd de bovenbouw van havo en vwo gereorganiseerd. In 1999 moeten leerlingen kiezen uit vier profielen, om beter voorbereid te zijn op de vervolgstudie op de universiteit of het hbo. De programma’s zijn inmiddels twee keer bijgesteld. Scholen konden, tegelijk met de tweede fase, een studiehuis inrichten waarbij leerlingen leerden zelfstandig te werken.
vmbo
Het vmbo werd ook in 1999 ingevoerd. Het idee was om het lbo door de samenvoeging met de mavo een betere status te geven. Vooral in de grote steden mislukte die opzet. Het vmbo werd teveel een vergaarbak van moeilijke leerlingen waar ouders hun kind niet naar toe wilden sturen. Sinds enige tijd worden er steeds meer aparte mavo’s opgestart. De leerlingenuitval in het vmbo is groot.