- blad nr 4
- 24-2-2007
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
Weinig onderwijsassistenten direct in de klas
Waar de instroom aan de opleidingen de afgelopen jaren gestaag is doorgegroeid, is het aantal assistentbanen in de klas na een sterke groei nu juist aan het stagneren. De vrijkomende vacatures die er zijn voor onderwijsassistenten, worden deels door ander personeel vervuld. Voor de functie van onderwijsassistent gelden geen formele beroepseisen.
Dat blijkt uit het onderzoek ‘Hoe vergaat het de onderwijsassistent’, dat het onderzoeksinstituut ITS van de Radboud Universiteit in Nijmegen heeft uitgevoerd in opdracht van SBO (Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt) en de OVDB (Kenniscentrum voor leren in de praktijk in de sectoren gezondheidszorg, welzijn, sport en dienstverlening). Over de problemen die doorstromende onderwijsassistenten op de pabo ondervinden, werd afgelopen najaar al een rapport gepubliceerd.
“De opleiding onderwijsassistent geeft weinig perspectief om onderwijsassistent te worden”, aldus onderzoeker Nico van Kessel. “Roc’s zeggen op voorlichtingsbijeenkomsten: ‘Kom de opleiding onderwijsassistent doen, dan kun je straks zo aan de slag op school’. Maar de praktijk is anders.”
In de periode 1999 tot en met 2005 is het aantal deelnemers aan de opleiding tot onderwijsassistent sterk gegroeid, van 1100 in 1999/2000 naar 9500 in 2005/2006. Het aantal leerlingen dat met het diploma onderwijsassistent het mbo verlaat is evenzeer gegroeid. Alleen al in 2005/2006 waren het er ruim 3000.
Het aantal arbeidsplaatsen voor onderwijsassistenten lag in 2006 rond de 5300, maar de groei van de jaren ervoor is eruit. Het aantal vrijkomende vacatures is de afgelopen jaren steeds gedaald. In 2006 ging het om zo’n 1300 vacatures voor onderwijsassistenten. De vacatures worden in een deel van de gevallen vervuld door werknemers die al in het onderwijs zaten: oalt-leerkrachten van wie de functie is vervallen, voormalige ID’ers, en gedeeltelijk arbeidsongeschikten.
Ruim tweederde van alle afgestudeerde onderwijsassistenten stroomt door naar het hbo, veruit de meesten naar de pabo. Die route geldt als de koninklijke weg voor vmbo-leerlingen die via het mbo naar de pabo willen doorstromen. “Positief is dat relatief veel allochtone leerlingen via deze manier de pabo bereiken. Daarmee zou het docentenkorps wat meer een afspiegeling van de samenleving kunnen worden”, aldus Van Kessel.
De mbo-uitval op de pabo ligt met veertig procent na drie jaar ongeveer gelijk met de uitval op andere hbo-opleidingen. Een deel daarvan meldt zich alsnog op de markt voor onderwijsassistenten. De uitval onder allochtone studenten is verhoudingsgewijs groter. “Het is duidelijk dat roc’s met zo’n grote doorstromende groep meer aan voorbereiding op de pabo kunnen doen”, aldus Van Kessel. Een aantal roc’s is al begonnen met het aanbieden van een verzwaard examenjaar voor pabo-doorstromers. “Dat is op zich prima, maar als je daar pas in het laatste jaar mee begint, ben je wel drie jaar kwijt.”
Het rapport is te lezen op: www.sboinfo.nl