- blad nr 4
- 24-2-2007
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
De drie nieuwe
Voor zijn benoeming tot minister was hij directeur van het Hubrechtlaboratorium in Utrecht, waar zo’n 160 wetenschappers onderzoek doen naar de ontwikkelingsbiologie van dieren. Aan de universiteit van dezelfde stad was hij hoogleraar ontwikkelingsgenetica.
Plasterk is medeopsteller van het PvdA-programma en heeft zich op de achtergrond ook nog met het regeerakkoord bemoeid. Als minister doet hij niet alleen hoger onderwijs en wetenschap, hij neemt opmerkelijk genoeg ook cultuur en media voor zijn rekening. In ieder geval zingt hij twee maal per jaar de Matthäus Passion, dus helemaal gespeend van cultuur is hij niet.
Op het ministerie van Onderwijs zijn de beleidsterreinen kinderopvang en emancipatie nieuw. Sharon Dijksma gaat kinderopvang doen, waarschijnlijk neemt de minister zelf emancipatie voor zijn rekening.
Wat is er van hem te verwachten? In het akkoord gaat eigenlijk alleen het hoger onderwijs op de schop, daar moet een betere samenwerking op gang komen. Het onderwijs neemt een wat afwachtende houding aan. De vraag is bijvoorbeeld of hij zich, naast zijn eigen portefeuilles, ook zal bemoeien met de portefeuilles van zijn staatssecretarissen. En - niet onbelangrijk - zal hij naast de 1 miljard extra, nog meer geld binnen weten te halen voor onderwijs? Hij neemt in ieder geval deel aan het sociaal-economisch overleg, de kern van het kabinet. (GvdM)
Sharon Dijksma (35) was ooit het jongste Tweede Kamerlid in Den Haag, maar dat is alweer dertien jaar geleden. Sindsdien werkte ze zich op tot vice-voorzitter van de fractie. In 2001 mislukte haar poging om voorzitter van de PvdA te worden. ‘Achteraf’, zegt ze in de Volkskrant (15-02-2007), ‘was dat een mooie les in nederigheid.’ Ze woont in Enschede, waar ze ook bedrijfskunde studeerde, maar voelt zich nog steeds een Groningse, de stad waar ze geboren werd. In de eerste jaren van haar Kamerbestaan deed ze onderwijs en sociale zaken, daarna hield ze zich vooral met het openbaar vervoer bezig. Vorig jaar kwam ze in het nieuws met het plan om afgestudeerde vrouwen die thuis bij de kinderen blijven zitten, een boete op te leggen. Ze vond dit een vorm van ‘kapitaalvernietiging’. Het leverde haar een stortvloed aan woedende en beledigende reacties op. Volgens de eerste berichten zou ze als staatssecretaris van OCW naast kinderopvang ook emancipatie gaan doen, maar daar zijn het basisonderwijs en het speciaal onderwijs voor in de plaats gekomen. Nu scholen verantwoordelijk zijn voor de voor- en naschoolse opvang, is het vrij logisch dat dit terrein niet langer onder Sociale Zaken valt. Toch zal het omvangrijkste deel van haar taak het basisonderwijs worden. (GvdM)
Marja van Bijsterveldt (46) was voorzitter van het CDA voordat ze benoemd werd tot staatssecretaris van OCW. In die functie deed ze nooit geruchtmakende uitspraken, ze was meer een hoeder van de rust in de partij. Haar beroep is verpleegkundige. Bijsterveldt werkte tot 1990 in de gezondheidszorg, daarna werd ze voor het CDA gemeenteraadslid van Almere, later was ze er wethouder. Ze trad af naar aanleiding van een onderzoek naar de onkostenvergoedingen van burgemeester De Cloe, ze was het niet eens met deze gang van zaken. Toen ze in 1994 burgemeester van Schipluiden werd, was ze met 33 jaar de jongste burgemeester van Nederland. In november 2003 was ze de eerste CDA-voorzitter die door de leden werd gekozen. Binnen de partij was ze ook al voorzitter van de CDA-jongeren en voorzitter van het CDA-vrouwenberaad geweest. De nieuwe staatssecretaris van Onderwijs heeft dus heel wat bestuurlijke ervaring. Ze krijgt op het ministerie de beleidsterreinen voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. Zij zal een van de belangrijkste speerpunten van dit kabinet moeten verwezenlijken: het terugbrengen van het grote aantal uitvallers. In 2012 moet het aantal van 56.000 drop-outs tot de helft zijn teruggebracht. Daarnaast woedt in het voortgezet onderwijs de discussie over het niveau van het onderwijs en het nieuwe leren.