• blad nr 3
  • 10-2-2007
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Niemandsland

Mijn basisschool staat op een grens. Die grens is niet zichtbaar. Het gebouw staat op het oog midden in de wijk. Voor de politie echter is die grens een realiteit. Een onontkoombare realiteit ook. Ze kunnen als er iets vervelends voorvalt nooit een agent sturen, het is namelijk niet duidelijk welke agent over de school gaat.
Dus huizen wij in niemandsland. De opgeschoten jongeren uit de buurt wisten dat al voor wij het wisten. Zij nemen de macht over zo gauw wij het gebouw verlaten. Uitgelaten, vreugdevol, soms met een hele vuige blik in onze richting, scheuren ze in de namiddag het plein op. Ha, stelletje mutsen, wordt het niet eens tijd dat jullie de aardappels opzetten?
De resultaten van hun nachtelijke aanwezigheid zijn de volgende dag treurig zichtbaar. Versplinterde bierflessen, graffiti, ingekegelde ramen, omvergetrapte hokken. De buurtbewoners bellen dan ook om de haverklap de politie. Maar de politie kan niet komen. Vanwege die grens. De politie ziet wel kans om de directeur te bellen. De directeur op zijn beurt belt de conciërge. Samen rijden ze naar school. Soms in het holst van de nacht. Er is werkelijk niets wat de opgeschoten jongeren meer amuseert dan de komst van deze heren. Mag dit niet? Ach gut. En wat als ze er toch mee doorgaan? Zo bijvoorbeeld… en hup, daar sneuvelt weer een raam. Op een avond grijpt de directeur een van de jongens in de kraag. Net als hij zich afvraagt waar hij eigenlijk met die kraag naar toe moet, stuift de door een telefoontje gealarmeerde moeder van de knaap het schoolplein op. Ze stapt over de restanten van een zojuist volledig vernield hok heen en begint in plaats van haar zoon de directeur de huid vol te schelden. De directeur herkent de moeder, hij heeft dus geen gegevens meer nodig voor het geval de politie nog iets zou willen weten en laat de jongen gaan. Vloekend en tierend verlaten moeder en zoon het plein.
Een andere avond belt de politie met de mededeling dat de die dag door de plantsoenendienst gevelde bomen onmiddellijk opgeruimd dienen te worden. Zij staat niet in voor de gevolgen als de zaak die avond nog in de fik wordt gestoken. De directeur en de conciërge begeven zich andermaal naar school. De verwensingen vliegen hun om de oren zodra ze het plein opstappen. De pogingen om de takken aan te steken, gaan onverminderd door. De conciërge kan zich niet langer inhouden en geeft een van de jongens een ferme schop onder zijn achterwerk. Dat heeft hij geweten. Plotseling blijkt de politie ons schoolgebouw uitstekend te kunnen vinden en wel om mee te delen dat er een aanklacht tegen de conciërge is ingediend en dat hij zich binnenkort op het bureau moet melden...
Die week vindt er op een van de andere scholen in de buurt een buurtnetwerkvergadering plaats waarbij tot vreugde van de aanwezige hulpverleners en interne begeleiders eindelijk een agent aanwezig is om mee te denken bij het op tijd signaleren van potentiële probleemjongeren. De aanwezigen handhaven daarbij een duidelijk privacyprotocol. De agent wil daar niets van weten. Hij slaat nog net niet met de vuist op tafel. Wat kan ik nou doen als ik niet weet over wie het gaat, zegt hij bars. De vergadering stemt in. De agent noteert de namen en zegt de volgende keer terug te komen met een plan. De volgende vergadering vindt plaats op onze school. De agent komt niet opdagen. Hij meldt zich ook niet af. Onze school staat op een grens. Er gaat niemand over.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.