- blad nr 3
- 10-2-2007
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
Een tussenjaar is overbodig
Dick de Groot, rector a.i. Scholengemeenschap Lelystad
“Het is een beetje het cynisme van het onderwijs om te roepen dat alles alleen maar slechter is geworden. Daar ben ik het niet mee eens. Door de bank genomen is er nu in het voortgezet onderwijs een taalbenadering die minder de nadruk legt op grammatica en zinsontleding. Die meer kijkt naar context en vaardigheden. Voor een deel moet je misschien enigszins je verlies nemen op het ene terrein en win je er wat mee op het andere. Het gebeurt ten gunste van de essentie van taal, namelijk communicatie.”
Maar wat heb je daaraan als er drie grote spelfouten in je sollicitatiebrief staan?
“Ja, daar ben ik het mee eens. Dat zou niet moeten. Het is ons streven dat leerlingen in principe foutloos kunnen spellen als ze naar het hoger onderwijs gaan, de natuurlijke verschillen tussen leerlingen daargelaten. Maar het gaat me te ver sollicitanten af te serveren op spelfouten en voorbij te gaan aan hun kwaliteiten.
Ik vraag me zeer af waarom je voor een achterstand op enkele onderdelen een heel extra jaar zou willen invoeren. We moeten het gezamenlijk aandacht geven, van basisschool tot hoger onderwijs. Op basis van mijn ervaringen met het hbo zeg ik: Er is meer dan voldoende ruimte binnen de programma's om extra taal- of rekenmodules te doen, ook op de pabo's.”
Ronald Zwiers, pabo-docent Hogeschool Leiden, over de Cito-taaltoets in de Volkskrant van 30 januari
“Naast het kiezen van de juiste spelling van een woord, moesten bij het onderdeel ‘spellingregels expliciteren’ soms bijzonder cryptisch geformuleerde ‘regels’ beoordeeld worden als ‘juist’ of ‘onjuist’. Bij het onderdeel ‘interpunctie’ (het plaatsen van leestekens) treedt men in details waarbij ik professionele tekstschrijvers nog regelmatig op fouten betrap.”
Greetje van der Werf, hoogleraar onderwijzen en leren, Rijksuniversiteit Groningen
“Er stond vanmorgen in de Volkskrant een opiniestuk van een pabo-docent die vraagtekens zet bij de toets. Er wordt op basis van die taaltoets gesuggereerd dat leerlingen en studenten niet meer kunnen spellen. Maar in de toets worden ook dingen gemeten waarvan ik denk: Die weet ik zelf misschien niet eens.
Nederland scoort altijd redelijk hoog in internationale peilingen, maar er is wel sprake van een lichte niveaudaling. Wij vinden in ons eigen onderzoek ook wel dat er een lichte daling van vaardigheden in de Nederlandse taal is.
Het wordt nu aan de individuele docent overgelaten. Mijn dochter op het atheneum heeft een leraar Nederlands die veel aandacht aan taalverzorging besteedt. Daar merk je dat er leerlingen zijn die een hele goede basisschool hebben gehad en dat anderen slecht spellen omdat ze op een andere basisschool al een achterstand hebben opgelopen. Dat mag eigenlijk niet gebeuren. Ik denk dat je dat landelijk sterker moet regelen.
In middelbaar onderwijs is er bij het vak Nederlands veel aandacht voor communicatie. Er wordt weinig aandacht besteed aan spelling en grammatica. Je hoeft het niet eens met dictees te doen, zoals op de basisschool. Je kunt wel de werkstukken van leerlingen controleren en beoordelen op correct taalgebruik. Leerlingen worden slordig als verzorgd taalgebruik er weinig meer toe doet.”
Verwacht u nu een koerswijziging in het voortgezet onderwijs?
“Ik weet het niet, ik denk dat er toch nog wel heel veel tegenkrachten zijn. Mensen die zeggen: Wat maken die spelling en grammatica nou eigenlijk uit, als ze maar kunnen reflecteren en communiceren. Een mooi werkstuk kunnen maken en informatie kunnen opzoeken op internet. Ik had gisteren ergens een optreden, waarbij ik mijn zorgen uitte. En dan krijg je te horen: ‘Ja, maar ze kunnen toch heel veel andere dingen die wij vroeger niet konden? Ze kunnen een prachtige presentatie houden met powerpoint!’ Dat maak ik niet één keer mee, maar altijd.”
Sjoerd Slagter, voorzitter VO-raad
“Ik wil sterk benadrukken dat de taalkennis een onderhoudsprobleem is, het is geen fundamenteel probleem. Tot en met twee-havo en twee-vwo krijgen leerlingen spelling, grammatica, dat soort zaken. Daarna ligt de nadruk sterk op vaardigheden, overigens ook op verzoek van datzelfde hbo. Het is altijd een kwestie van kiezen. Ook een docent Nederlands kan een uur maar één keer besteden.
U heeft waarschijnlijk ook een spellingcontrole op uw computer staan en we hebben allemaal een rekenmachientje. Misschien moeten we het wat langer bijhouden. Ik ben ervan overtuigd dat leerlingen het goed aangeleerd krijgen. Het is alleen ook een kwestie van slordigheid: als je vier jaar lang niet oefent met autorijden, moet je ook opnieuw lessen nemen.
Het extra jaar of tussenjaar dat de Hbo-raad voorstelt, vind ik volstrekt overbodig. Het voortgezet onderwijs biedt vanaf nu diagnostische toetsen met bijspijkerprogramma’s voor leerlingen die naar de pabo willen. Die oefentoetsen zijn de afgelopen maanden in nauw overleg met het hbo en het mbo ontwikkeld. Je moet het probleem terugbrengen tot de juiste grootte en niet opblazen. En je moet er ook weer niet in doorslaan. Want dan durf ik te wedden dat u mij over drie jaar weer belt om te vragen waar die vaardigheden nu zijn gebleven.”
Martin Knoop, dagelijks bestuurder AOb
“Ik vind het raar dat je een heel extra jaar nodig zou hebben om de kennis van taal en rekenen te repareren. We hebben het over leerlingen die in staat zijn het havo-diploma te halen. Mijn indruk is dat die achterstand ook valt in te halen met een bijspijkercursus.
Bovendien, waarom zou je die reparatie in het hbo willen doen? Als je de gevolgen van ongezonde voeding wilt bestrijden, dan ga je toch niet meer operatiekamers opzetten? Volgens mij is de oplossing veel minder omslachtig dan wat de Hbo-raad voorstelt. Ik denk dat je het probleem kunt ondervangen in het voortgezet onderwijs door accenten te verleggen en de eisen aan te passen. Wat meer aandacht voor taal en rekenen en meer middelen voor goed personeel.
Ik hoor dat leerlingen en studenten ontevreden zijn over het gebrek aan lesuren. Daar hebben ze laatst tegen geprotesteerd. Dat maakt het pleidooi voor een extra jaar helemaal vreemd. Een extra tussenjaar inlassen terwijl er zo weinig contacturen zijn? Doe eerst iets aan het aantal lessen in het reguliere aantal studiejaren, zorg dat de studenten voldoende les hebben en benut die contacturen voor taal en rekenen.”
{KADERTJE}
Cito-taaltoets
De Cito-taaltoets omvat 150 vragen, verdeeld over zes domeinen: spelling toepassen (36 opgaven), spelling regelkennis (20), formuleren (30), afbreken van woorden (20), interpunctie (20), basisgrammatica (24). Voorbeeldopgaven taaltoets: www.cito.nl/ho/pabo/taaltoets.htm