- blad nr 3
- 10-2-2007
- auteur J. van Aken
- Redactioneel
Ambitie & belonen
Tweeënhalf miljard is hoog gegrepen
’Er moet vervanging komen, hoe los je dat op?’
Harry Mes, directeur werkgeverszaken VO-raad, vindt het jammer dat het “eenzijdig een salarisplan is”. “Het onderwijs is niet alleen gebaat bij extra salaris. Het is vooral belangrijk dat je jonge mensen interesseert voor het beroep. Kleinere klassen, lagere werkdruk en werkplekken voor docenten zijn ook zaken die om aandacht vragen.”
Met alle eisen bij elkaar heb je het niet meer over een marktconform salaris, vindt hij. “Het inkorten van het salarisbouwwerk is belangrijk, maar met 3 procent loonsverhoging erbij overvraag je, denk ik. Wel zijn we het eens dat de positie van het onderwijs verbeterd moet worden en dat het salaris daar onderdeel van is.”
Mes betoogt dat je er wat scholing betreft met alleen geld niet bent. “Er moet vervanging komen, hoe los je dat op? Met het dreigende docententekort wordt het lastig iemand vrij te roosteren.”
Hij kondigt aan dat een aantal elementen van de AOb-nota in de plannen van de VO-raad zal terugkomen. “Maar ik ga nu niet op afzonderlijke punten in, anders voer ik de cao-onderhandelingen via het Onderwijsblad.”
Bovendien is het nu nog niet duidelijk wat het kabinet aan middelen beschikbaar gaat stellen. “Het was prettig geweest daarop te wachten en vervolgens aan beide zijden te kijken wat je ermee kunt. De vraag is of het met een inzet van grofweg 2,5 miljard geen teleurstelling wordt voor het onderwijspersoneel. Je moet geen valse verwachtingen wekken.”
De Mbo-raad (voorheen Bve-raad) laat weten “gezien de fase van de cao-onderhandelingen geen reactie te willen geven”.
’Prestatiebeloning blijft onderbelicht’
VVD-Kamerlid Halbe Zijlstra noemt het plan een goede aanzet voor verbetering van het onderwijs. “De salarislijn moet korter, een goede leraar verdient beter. Wij zijn voor meer carričrekansen voor een leraar en dat staat letterlijk in het stuk.”
Naar zijn mening blijft het onderdeel ‘prestatiebeloning’ onderbelicht in het plan. “Het is niet de bedoeling dat iedereen in de schalen doorgroeit, anders heb je nog geen carričreperspectief. We zijn ervoor dat te koppelen aan prestatie-eisen. Er ligt geen kant-en-klaar setje om een leraar te beoordelen. Scholing en functioneren zijn daarbij belangrijk.”
Daarom is de VVD voor meer scholing. “Een leven lang leren staat in het verkiezingsprogramma. Het is goed dat leraren vernieuwingen in het vak meekrijgen.”
Zijlstra betwijfelt of 2,5 miljard haalbaar is. “De bedragen zijn fors aangezet, met elke schaal 200 euro erbij čn een algemene loonsverhoging. Het is de vraag of we die 2,5 miljard helemaal binnenklussen bij het nieuwe kabinet, time will tell.”
De VVD’er kan zich verder voor een flink deel vinden in de salarisnota. “Dat er in het onderwijs beter beloond moet worden, staat niet ter discussie. Een betere beloning kan ook zorgen voor meer academici in het onderwijs. Daartoe is het belangrijk dat leerkrachten meer vrijheid in het vak krijgen zodat ze met lesgeven bezig zijn en zich minder met randzaken hoeven bezighouden.”
’Scholingsmogelijkheden en tijd’
PvdA-Kamerlid Mariëtte Hamer stelt dat het plan uiterst noodzakelijk is om lerarentekorten tegen te gaan. De nota sluit goed aan bij het PvdA-verkiezingsprogramma. “Daarin pleiten we voor een inhaalslag bij de arbeidsvoorwaarden. Het gaat niet alleen om geld, maar ook om scholingsmogelijkheden en tijd. Een docent moet de tijd krijgen om met zijn vak bezig te zijn. Nu ligt er veel druk op docenten om allerlei taken op zich te nemen, zoals maatschappelijke opvang.”
Haar partij legt niet de nadruk op prestatiebeloning. “Op dat vlak kan er al heel veel in het onderwijs. Dat willen we aan de werkgevers en werknemers overlaten.”
Tweeënhalf miljard is een erg hoog bedrag, zegt Hamer. “Meer dan het dubbele van de 1 miljard die wij voor onderwijs in het verkiezingsprogramma hadden staan. Waarvan een groot deel is bestemd voor arbeidsvoorwaarden.”
’Adel verplicht’
CDA-Kamerlid Jan de Vries merkt allereerst op dat hij geen cao-onderhandelaar is. Bovendien wil hij liever wachten tot er een nieuw kabinet is. Maar: “Het CDA herkent zich in de ambitie van het plan en ziet ook het belang van meer carričreperspectief, doorloopmogelijkheden en bijscholing voor het onderwijs.”
Hij relativeert het gewicht van salarisverhoging. “Voor het lerarentekort is er niet één medicijn. Een salarisverhoging heeft hooguit een tijdelijk effect. Het salaris is niet de hoofdreden om voor het onderwijs te kiezen. De begeleiding van starters is ook belangrijk en de coaching schiet soms tekort.”
In bijscholing van zittende leraren wordt nu te weinig geďnvesteerd, vindt zijn partij. “De leraar maakt het verschil. Leraren hebben talenten genoeg en die moeten ontwikkeld worden. Maar op sommige scholen hebben andere zaken dan bijscholing prioriteit gekregen. Terwijl het onderwijs voorop zou moeten lopen in ‘een leven lang leren’, adel verplicht. Het is belangrijk dat je als leraar je professionaliteit op peil houdt. Je zou masters voor leraren kunnen bevorderen.”
Ook hij noemt 2,5 miljard een zeer fors bedrag. “We moeten keuzes maken in de samenleving en ook binnen het onderwijs. De bomen groeien niet tot in de hemel.”
’Defensieve reactie’
De woordvoerder van minister Van der Hoeven laat per e-mail weten: ‘De minister ondersteunt pleidooien voor verbetering van de salarispositie en van doorgroeimogelijkheden binnen de leraarsfunctie. Dit draagt zeker bij aan de werving en het behoud van gekwalificeerd onderwijspersoneel. Over het realiteitsgehalte van de miljardenclaims van de AOb kunnen wij aan de vooravond van de kabinetswisseling en van nieuwe cao-onderhandelingen geen uitspraak doen. We vinden de defensieve reactie van de AOb op de verschillende mogelijkheden van gedifferentieerd belonen zeer teleurstellend. Om de arbeidsmarktproblematiek op te lossen is differentiatie nodig in de beloning van leraren, ook regionaal en specifiek gericht op academici.’
{kaders)
Hoofdpunten
Om tekorten aan leraren te voorkomen en de kwaliteit van het onderwijs verder te verbeteren, wil de AOb de komende kabinetsperiode forse investeringen in arbeidsvoorwaarden en scholingsmogelijkheden. Alleen op deze manier is het volgens de bond mogelijk de komende jaren voldoende talentvolle jongeren te interesseren voor een baan in het onderwijs en de ambities van het onderwijs waar te maken.
Het gaat om de volgende stappen:
- Een algemene salarisstijging van 3 procent en nog eens 0,5 procent voor andere arbeidsvoorwaarden.
- Invoering van een volledige dertiende maand voor al het onderwijspersoneel.
- Een koppeling met de lonen in de markt.
- Een forse investering van 1 miljard in de scholingsmogelijkheden.
- Het verkorten van de salarislijnen tot 12 stappen en een verhoging van het maximum van de schalen met 200,-.
- Verbetering carričreperspectieven door het mogelijk te maken door te groeien naar een hogere salarisschaal op basis van een beoordeling.
De hele nota is te vinden op www.aob.nl
Ondergeschikte rol
Het onderwijsondersteunend personeel en de directies in het primair onderwijs vinden dat ze een ondergeschikte rol spelen in het salarisplan. Liesbeth Verheggen, dagelijks bestuurder van de AOb, licht toe dat de maatschappelijke debatten over de kwaliteit van het onderwijs gaan. En kwaliteit staat of valt met docenten. Daarom stelt de AOb de leraar centraal. “Wel vraagt het plan voor iedereen een algemene salarisstijging van 3 procent en een half procent voor andere arbeidsvoorwaarden.”
Daarbij komt dat de salarissen van het ondersteunend personeel op hetzelfde niveau liggen als in het bedrijfsleven. “Dat is niet het geval met de hogere leraarfuncties in het onderwijs. Die lopen uit de pas met de ontwikkelingen in de marktsector. Met name door secundaire arbeidsvoorwaarden als auto’s en mobieltjes van de zaak. Vandaar dat we de docentfunctie willen opwaarderen.”
Wel ziet de bond dat hierdoor druk ontstaat op de laagste schalen van directiefuncties. “We gaan kijken wat we voor hen kunnen betekenen en daarom staat nu in de nota dat we die laagste schalen ook meenemen. Directieleden in het bovenschools management werken wčl onder goede arbeidsvoorwaarden.”