- blad nr 3
- 10-2-2007
- auteur R. Sikkes
- Commentaar
Enquête
Het idee van een parlementair onderzoek roept nog een vraag op: Wat gaan we eigenlijk onderzoeken? In het publieke debat gaat het steevast over zaken als het nieuwe leren, het studiehuis of het aantal lesuren in bve en hbo. Maar zijn dat dan werkelijk de zaken waar een ommekeer heeft plaatsgevonden, of gaat het daar om ingrijpende maar toch relatief kleine verschuivingen?
Terugblikkend op de laatste decennia van onderwijsvernieuwingen is eigenlijk de verandering van het besturingsmodel misschien wel bepalend. Eerst stond de minister aan het roer, nu de schoolbestuurder. Als reactie op de voortdurende stroom van kritiek vanuit het onderwijs richting ministerie over de regelzucht en constructieve onderwijspolitiek, zijn achtereenvolgende ministers niet tot de conclusie gekomen dat ze minder en beter beleid moesten maken. Nee, in plaats daarvan hebben ze de regelgeving en het financieel beheer de deur uit gedaan.
Dat leek misschien wijs: zelfstandige instellingen die slim omgaan met inhoud en geld. Het resultaat is weinig verheffend: bestuurders bepalen de toon en houden hun hand op de portemonnee. Het onderwijskundig beleid wordt nog steeds van bovenaf bepaald, bestuurderssalarissen groeien sky high, geld voor onderwijs wordt als reserve op een bankrekening gestort, contacturen worden teruggebracht. Als er iets onderzocht moet worden, zijn het de effecten van de deregulering, gebracht als een zegen voor het onderwijs maar met verstrekkende gevolgen.