- blad nr 1
- 13-1-2007
- auteur L. Douma
- Redactioneel
Veel uitvallers op mbo
Van alle mbo’ers haalt 61 procent het diploma. Het slagingspercentage van de studenten op niveau 1 is 37 procent. Aan dit laagste niveau neemt 5 procent van het totale aantal mbo’ers deel. Op het hoogste niveau is het slagingspercentage 70 procent.
De Mbo-raad schrijft het hoge uitvalcijfer voor een deel toe aan de wettelijke verplichting voor de sector om alle leerlingen op het laagste niveau te accepteren. Van de mbo-studenten heeft 20 procent geen vmbo-diploma behaald. Een tweede verklaring is dat de interne doorstroom naar een hoger niveau niet zichtbaar is. Wie van niveau 2 naar niveau 3 doorstroomt, komt te boek te staan als uitvaller.
Eenderde van de uitvallers verlaat de school door ziekte, psychische problemen of verhuizing. Formeel is dat uitval, maar het is goed mogelijk dat een deel van die leerlingen op een andere school de opleiding voltooit. In bijna een kwart van de gevallen verlaten leerlingen het mbo omdat ze problemen met de inhoud van de opleiding hebben of omdat ze een verkeerde keuze hebben gemaakt.
Uit het onderzoek blijkt dat een ruime meerderheid van de studenten landbouw en natuur het diploma haalt (66 procent). Dat geldt ook voor studenten zorg en welzijn (61 procent). Bij economie (52 procent) en techniek (53 procent) zijn de slagingspercentages lager. De waardering voor de opleidingen van de studenten loopt sterk uiteen: van 5,7 tot 8,1. Het gemiddelde cijfer dat de studenten aan hun opleiding geven is 6,4. Roc’s scoren minder goed dan vakscholen.