• blad nr 1
  • 13-1-2007
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

 

Vooral formatie uit rugzakje

Ambulante begeleiding, extra formatie en aangepast lesmateriaal zijn de belangrijkste zaken waaraan de rugzakmiddelen worden besteed. De leerlinggebonden financiering, ook wel het rugzakje genoemd, is volgens 37 procent van de basisscholen en 48 procent van de scholen voor voortgezet onderwijs ontoereikend voor een verantwoorde begeleiding van leerlingen met een handicap.

Dat blijkt volgens onderzoekers van het IVA van de Universiteit Tilburg uit een enquête waaraan een representatieve groep van 499 scholen uit beide sectoren heeft meegedaan. De resultaten wijzen uit dat de extra financiële middelen relatief weinig worden gebruikt voor aanpassingen aan het gebouw.
De meeste scholen hebben procedures en criteria voor het aannemen en plaatsen van rugzakleerlingen afgesproken. Het type en maximum aantal rugzakleerlingen zijn aspecten die verhoudingsgewijs minder vaak worden vastgelegd. Meer dan de helft van de basisscholen en bijna de helft van de scholen in het voortgezet onderwijs hebben overwegend positieve ervaringen met de opvang van rugzakleerlingen.
De onderzoekers Linda Sontag en Roel van Steensel namen het aanname- en plaatsingsbeleid in het basis- en voortgezet onderwijs onder de loep. De gegevens verzamelden ze via een webenquête in het najaar van 2005. Het rapport maakt deel uit van een in mei te verschijnen breder onderzoek naar de effectiviteit van het rugzakje bij de ontwikkeling van kinderen.
Het rugzakje bestaat sinds 2003. Met de financiering kunnen ouders kinderen met een handicap niet alleen bij het speciaal onderwijs, maar ook bij een reguliere school aanmelden. Met het in te voeren principe ‘passend onderwijs’ worden schoolbesturen in de toekomst verplicht om voor aangemelde rugzakleerlingen een geschikte plaats te zoeken. Dat kan bij een school binnen het bestuur, maar ook binnen een samenwerkingsverband met andere besturen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.