• blad nr 15
  • 8-9-2001
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Schone lei

Er zijn leerlingen die je al kent als ze nog maar net op school zijn. Gedoe op het plein. Gedoe in de hal. Gedoe met hun ouders. Zo ook Thomas. Vele malen mocht ik hem tijdens mijn gang naar het keukentje of tijdens de pleindienst al tot de orde roepen. Doorgaans zonder noemenswaardig resultaat. Thomas handelt sneller dan hij denkt. Ook verkeert hij in permanente verwondering omtrent hetgeen leerkrachten allemaal niet goed vinden. Niet duwen in de rij? Niet op het podium klimmen en met de decorstukken smijten? Geen been uitsteken? Elke keer valt hij van verbazing bijna om. Jee, wat kinderachtig zeg. Zag ik dan niet dat hij een goede reden voor dit gedrag had, zag ik dan niet dat Jan, Piet en Klaas het ook deden? De moeder van Thomas weet wel dat haar zoon niet de makkelijkste is, maar wat zij nog veel beter weet is dat anderen ­ leerkrachten en medeleerlingen - het hem ook heel moeilijk maken. Om die reden begeleidt ze haar zoon van en naar school. Ze brengt hem tot in de klas en speurt hardnekkig naar aanwijzingen die andermans falen aan het licht brengen. Aha! De pleinwacht is nog niet op het plein. Aha! De pleinwacht is een en ander ontgaanŠ waar zijn de schuldigen? Driftig beent zij door de school. Luidkeels maakt zij ons verwijten. Hoe kunnen wij op deze manier verwachten dat haar zoon zich wel gedraagt? Nou zeg eensŠ hoe?
Een paar dagen voor de zomervakantie maken wij kennis met onze nieuwe klas. De klas van Thomas. Hij neemt in het midden van de klas plaats en vult onmiddellijk de hele ruimte. Wij beginnen met ons verhaal. Al na twee woorden schiet de vinger van Thomas de lucht in. Vrijwel direct begint hij ook te praten. Eerst wij, grommen wij in koor. Het verbaast Thomas hooglijk. We gaan verder. Dit keer slagen we erin een hele zin te produceren alvorens de vinger van Thomas weer hinderlijk voor onze ogen zwabbert. Eerst wij, grommen we nogmaals. Mokkend houdt hij zijn mond. Het helpt maar even. Dan steekt hij zijn vinger weer zo hoog mogelijk in de lucht. Het verhaal strandt jammerlijk. Na vijf minuten is ons geduld op en laten wij hem kennismaken met een kant die wij doorgaans voor een later tijdstip bewaren: een grimmige. Hij kijkt ons verongelijkt aan maar houdt zich de rest van de tijd koest.
Een paar dagen later sta ik bij de bakker. Net als ik aan de beurt ben doemt er een gestalte naast mij op: de moeder van Thomas. Ik groet. Ze groet niet terug en valt met de deur in huis. We waren tijdens de kennismakingsles veel en veel te streng voor Thomas geweest. Streng zijn hielp niet bij hem. Zij was ook nooit streng voor hem. Op deze wijze verwachtte zij geen heil van het komende jaar. Ik blikte wat ongemakkelijk om mij heen en mompelde dat Thomas er maar aan moest wennen dat wij niet toestonden dat hij door ons heen kletste. De moeder van Thomas luisterde geen tel en was er vast van overtuigd dat ik haar zienswijze wel zou delen als zij die maar vaak genoeg zou herhalen.
Niet veel later ziet mijn duo-partner de ouders van Frank uit het kamertje van de directeur komen. Zij kijken haar daarbij zo triomfantelijk aan dat zij het gevoel krijgt dat zich daar in het kamertje iets vervelends heeft afgespeeld. Dat blijkt ook het geval. Twee jaar geleden adviseerde zij de ouders van Frank om hem het schooljaar over te laten doen. De ouders van Frank hadden zich onmiddellijk tegen dat idee gekeerd en hadden haar en haar toenmalige duo-partner de grootst mogelijke verwijten gemaakt. Het advies was te laat, te vroeg, te onduidelijk, te expliciet. De leerkrachten in kwestie waren respectievelijk te oud en te vaak ziek geweest. De medezeggenschapsraad, de ouderraad, de ouders bij het hek, iedereen was op onkiese en onheuse wijze betrokken geraakt bij deze kruistocht tegen een onwelgevallig advies. Uiteindelijk hadden de ouders van Frank besloten hun kind toch een jaar te laten doubleren, maar de leerkrachten hadden ze geen blik meer waardig gegund. Nu Frank nogmaals bij dezelfde leerkracht in de klas zou komen, hadden ze besloten de strijdbijl weer op te graven.
Als ik de vader van Frank de volgende dag zie, spreek ik hem aan en vraag hem wat nou precies de bedoeling is van deze hernieuwde strijd. Waar moet het toe leiden? Welk doel heeft hij hiermee in gedachten? Hij verklaart dat hij Œgebruik heeft gemaakt van zijn recht om zijn zorg uit te spreken¹. Bedoelt u dat u bang bent dat er opnieuw een advies tot doubleren komt, vraag ik met opgetrokken wenkbrauwen. De vader van Frank kijkt mij verbaasd aan. O nee, dat was destijds een heel goed advies geweest. Zijn zoon was van dat extra jaar reuze opgeknapt. Ik kijk hem perplex aan. Maar wat deden ze dan in dat kantoortje??? Tja, mijn collega was in dat betreffende jaar nogal vaak ziek geweestŠ Nou ja zeg, reageer ik boos. En haar collega was ook nog met pensioen gegaanŠ en hij had eigenlijk wel verwacht datŠ en andere ouders zeiden het ookŠ Wat zeiden andere ouders ook, dring ik aan. Nou jaŠ kijkŠ dat is te lang geledenŠ en ik kan ze ook niet zomaar noemenŠ Begin er dan niet over, zeg ik geagiteerd. In ieder geval hoopte hij wel dat we op deze wijze met een schone lei konden beginnen. Ook hoopte hij dat mijn collega nog eens met hem van gedachten wilde wisselen over deze zaak. Welke zaak, stampvoet ik ten einde raad. Het antwoord blijft uit.
Niet toestaan dat leerlingen door je heen kwekken, onderwijskundige adviezen geven, ziek worden, met pensioen gaan. Het lijken tamelijk onschuldige dingen. Maar dat is maar schijn. En dit schooljaar is nog niet eens begonnen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.