- blad nr 15
- 8-9-2001
- auteur . Lachesis
- Column
Schone lei
Een paar dagen voor de zomervakantie maken wij kennis met onze nieuwe klas. De klas van Thomas. Hij neemt in het midden van de klas plaats en vult onmiddellijk de hele ruimte. Wij beginnen met ons verhaal. Al na twee woorden schiet de vinger van Thomas de lucht in. Vrijwel direct begint hij ook te praten. Eerst wij, grommen wij in koor. Het verbaast Thomas hooglijk. We gaan verder. Dit keer slagen we erin een hele zin te produceren alvorens de vinger van Thomas weer hinderlijk voor onze ogen zwabbert. Eerst wij, grommen we nogmaals. Mokkend houdt hij zijn mond. Het helpt maar even. Dan steekt hij zijn vinger weer zo hoog mogelijk in de lucht. Het verhaal strandt jammerlijk. Na vijf minuten is ons geduld op en laten wij hem kennismaken met een kant die wij doorgaans voor een later tijdstip bewaren: een grimmige. Hij kijkt ons verongelijkt aan maar houdt zich de rest van de tijd koest.
Een paar dagen later sta ik bij de bakker. Net als ik aan de beurt ben doemt er een gestalte naast mij op: de moeder van Thomas. Ik groet. Ze groet niet terug en valt met de deur in huis. We waren tijdens de kennismakingsles veel en veel te streng voor Thomas geweest. Streng zijn hielp niet bij hem. Zij was ook nooit streng voor hem. Op deze wijze verwachtte zij geen heil van het komende jaar. Ik blikte wat ongemakkelijk om mij heen en mompelde dat Thomas er maar aan moest wennen dat wij niet toestonden dat hij door ons heen kletste. De moeder van Thomas luisterde geen tel en was er vast van overtuigd dat ik haar zienswijze wel zou delen als zij die maar vaak genoeg zou herhalen.
Niet veel later ziet mijn duo-partner de ouders van Frank uit het kamertje van de directeur komen. Zij kijken haar daarbij zo triomfantelijk aan dat zij het gevoel krijgt dat zich daar in het kamertje iets vervelends heeft afgespeeld. Dat blijkt ook het geval. Twee jaar geleden adviseerde zij de ouders van Frank om hem het schooljaar over te laten doen. De ouders van Frank hadden zich onmiddellijk tegen dat idee gekeerd en hadden haar en haar toenmalige duo-partner de grootst mogelijke verwijten gemaakt. Het advies was te laat, te vroeg, te onduidelijk, te expliciet. De leerkrachten in kwestie waren respectievelijk te oud en te vaak ziek geweest. De medezeggenschapsraad, de ouderraad, de ouders bij het hek, iedereen was op onkiese en onheuse wijze betrokken geraakt bij deze kruistocht tegen een onwelgevallig advies. Uiteindelijk hadden de ouders van Frank besloten hun kind toch een jaar te laten doubleren, maar de leerkrachten hadden ze geen blik meer waardig gegund. Nu Frank nogmaals bij dezelfde leerkracht in de klas zou komen, hadden ze besloten de strijdbijl weer op te graven.
Als ik de vader van Frank de volgende dag zie, spreek ik hem aan en vraag hem wat nou precies de bedoeling is van deze hernieuwde strijd. Waar moet het toe leiden? Welk doel heeft hij hiermee in gedachten? Hij verklaart dat hij Œgebruik heeft gemaakt van zijn recht om zijn zorg uit te spreken¹. Bedoelt u dat u bang bent dat er opnieuw een advies tot doubleren komt, vraag ik met opgetrokken wenkbrauwen. De vader van Frank kijkt mij verbaasd aan. O nee, dat was destijds een heel goed advies geweest. Zijn zoon was van dat extra jaar reuze opgeknapt. Ik kijk hem perplex aan. Maar wat deden ze dan in dat kantoortje??? Tja, mijn collega was in dat betreffende jaar nogal vaak ziek geweestŠ Nou ja zeg, reageer ik boos. En haar collega was ook nog met pensioen gegaanŠ en hij had eigenlijk wel verwacht datŠ en andere ouders zeiden het ookŠ Wat zeiden andere ouders ook, dring ik aan. Nou jaŠ kijkŠ dat is te lang geledenŠ en ik kan ze ook niet zomaar noemenŠ Begin er dan niet over, zeg ik geagiteerd. In ieder geval hoopte hij wel dat we op deze wijze met een schone lei konden beginnen. Ook hoopte hij dat mijn collega nog eens met hem van gedachten wilde wisselen over deze zaak. Welke zaak, stampvoet ik ten einde raad. Het antwoord blijft uit.
Niet toestaan dat leerlingen door je heen kwekken, onderwijskundige adviezen geven, ziek worden, met pensioen gaan. Het lijken tamelijk onschuldige dingen. Maar dat is maar schijn. En dit schooljaar is nog niet eens begonnen.