- blad nr 15
- 8-9-2001
- auteur D. van 't Erve
- Redactioneel
Unieke middelbare opleiding in trek bij 55-plussers
Een gat in de markt: de ouderen
Zien jullie het voor je? Daar bij de haard zit Penelope zwijgend tegenover Odysseus, een bedelaar die beweert haar man te zijn. Tja, wat moet je ook zeggen tegen je man die je jarenlang niet meer hebt gesproken? ŒHallo, hoe gaat het eigenlijk?¹, dat is toch onzinnig. Ik denk dat wij op onze leeftijd beter kunnen voorstellen hoe het is om je man terug te zien, dan toen we nog jong waren.² De groep ouderen, overwegend vrouwen, knikt instemmend. Er wordt heel wat afgelachen bij de lessen van Maria de Vries (60). Zij is als docent kunst en cultuurgeschiedenis verbonden aan het movo, middelbaar onderwijs voor ouderen, van de divisie educatie van het Albedacollege in Rotterdam.
Het movo bestaat sinds drie jaar en is voortgekomen uit de moedermavo. Het aanbod omvat jaarcursussen en korte cursussen variërend van zes tot zestien weken. Het zijn vooral vakken op cultureel gebied, zoals kunstgeschiedenis, literatuur, maar ook Œdoe-vakken¹ als tekenen. Volgens programmaleider en docent muziek Hans van Gelder is de kracht van deze opleidingen juist dat ze recreatief zijn; er is geen diploma of certificaat aan verbonden. Bovendien zijn ze betaalbaar: zo kost een jaarcursus 340 gulden (bestaande uit een basisbedrag van 200 gulden dat bij meer cursussen niet nog eens betaald hoeft te worden) en een korte cursus van acht weken 85 gulden. Bovendien kunnen ouderen subsidie krijgen van de gemeente Rotterdam. Van Gelder: ³Rotterdam is zich heel goed bewust van de groeiende groep ouderen. Om de greep op hen niet kwijt te raken, heeft de gemeente ervoor gekozen om geld te investeren in de opleidingen die wij aanbieden.² En het is een succes, dit jaar zijn er rond de duizend cursisten en het aantal groeit nog steeds. ³Als we bijvoorbeeld een nieuwe cursus aanbieden, zoals vaderlandse geschiedenis, zit die al bij de voorinschrijving vol², vertelt Maria de Vries.
Drempelvrees
Het movo is steeds op zoek naar nieuwe initiatieven. Zo werkt de opleiding sinds kort samen met de bibliotheek en wordt er op dit moment gekeken of een samenwerkingsverband met een boekwinkel vrucht kan afwerpen. Ook wordt steeds gekeken naar nieuwe cursussen. Van Gelder: ³De gemeente vroeg bijvoorbeeld of we niet iets konden doen speciaal voor de allochtone ouderen. Nu starten we dit jaar met de cursus Turkse literatuur en een cursus Sanskriet, waarvoor we de docenten al elders op het Albedacollege bleken te hebben. Hoewel het nog niet storm loopt we hebben ook nog niet zoveel reclame gemaakt - zijn de eerste aanmeldingen al wel binnen.²
De gemiddelde leeftijd van de cursisten ligt, zo vindt Van Gelder, met zestig jaar iets te hoog. Het liefst ziet hij het gemiddelde zo tussen de 55 en zestig jaar, zodat er een gevarieerdere groep ontstaat. Ook het aantal mannen mag wat hem betreft omhoog en dat vindt cursist Dick van Doorn (59) ook. ³Ik denk dat er best veel mannen zijn die graag een cursus willen doen, maar de drempel niet over durven.² Samen met een vriend volgt hij nu voor het vijfde jaar cursussen op cultuurgebied. ³Onze echtgenotes wisten daar al erg veel van, vandaar dat bij ons de interesse ook groeide. Om er meer over te weten en om dus mee te kunnen praten, besloten we de cursus cultuurgeschiedenis te volgen. Dat beviel zo goed dat we er mee door zijn gegaan. Dat komt vooral omdat de docenten zonder uitzondering goed les kunnen geven en omdat het betaalbaar is.²
Volgens Ina Leuning (65) hebben veel mannen last van drempelvrees, maar komt het ook omdat vrouwen meer interesse voor literatuur hebben. Ook zij is vaste klant bij het movo. ³Op een gegeven moment zijn de kinderen groot en ligt de wereld voor je open. Je vraagt je af wat je echt interessant vindt en in mijn geval was dat kunstgeschiedenis. Gewoon meer weten van wat je in het buitenland allemaal hebt gezien.² Het leuke vindt Bertien Kraamer (57) dat het movo praktijkgerichter is dan het hoger onderwijs voor ouderen van de Erasmus-universiteit. ³Daar moet je heel veel theorie doorworstelen. Maar hier ga je ook naar musea, je kunt mee op reis, er zijn lezingen in de bibliotheek en dat soort dingen spreken mij meer aan.²
Een cursist die al vanaf 1977 regelmatig meedoet aan een opleiding is Jeanne van Heyningen-Langelaan (77). Rond haar vijftigste besloot ze zich in te schrijven voor de moedermavo. Met alleen de lagere school vond ze dat het tijd was om te proberen wat kennis op te doen. ³Ik moest lachen in mezelf, zit ik daar examen te doen terwijl ik dat nog nooit eerder had gedaan. Dat hoefde voor mij ook niet, daar ging het mij niet om. Maar ja, dat hoorde erbij en uiteindelijk had ik nog een 7 voor Engels ook², vertelt ze trots. En daar is het niet bij gebleven. In 1989 haalde haar dochter haar over om mee te gaan naar lessen kunstgeschiedenis en nu volgt ze regelmatig cursussen, nog steeds samen met haar dochter. ³We proberen alles op één dag te plannen. Zij doet nu kunstgeschiedenis en ik tekenen voor gevorderden. Straks ga ik naar literatuur. Je bent zo een dagje helemaal uit en dat is prettig omdat je veel andere dingen als gymmen of wandelen niet meer kunt.²
Veel cursisten schrijven zich vaak na een tijd opnieuw in voor dezelfde cursus. Van Heyningen-Langelaan heeft de cursus literatuur en kunstgeschiedenis ook al vaker gevolgd: ³Ach ja, je vergeet wel weer eens wat. Bovendien zijn de lessen nooit helemaal hetzelfde en onthoud je elke keer weer wat andere dingen.²
Docent Maria de Vries is in 1977 begonnen met geschiedenisles op de moedermavo. Nu ziet ze het publiek langzaamaan veranderen. ³Eerder was het zo dat het voornamelijk vrouwen waren die zich inschreven voor de moedermavo omdat ze iets in te halen hadden. Ze hadden nooit de kans gehad om te leren en toen de kinderen het huis uit waren, grepen ze die kans met beide handen aan. Nu zie je dat steeds meer mannen zich inschrijven, maar ook dat het opleidingsniveau toeneemt. Laatst dacht ik: Goh, die man komt me bekend voor. Dat bleek mijn vroegere kaakchirurg te zijn die nu de tijd en zin heeft om zich in geschiedenis te verdiepen.²
Idyllisch plaatje
Cursisten blijken erg enthousiast over de docenten, maar dat geldt ook andersom. Maria de Vries: ³De ouderen hebben allemaal een honger naar kennis. Ik vind het heerlijk om les te geven aan zo¹n groep. Je kunt anderhalf uur praten en dan zijn ze nog geboeid, probeer dat maar eens op het voortgezet onderwijs.² Docent Jos Radstake, die naast de vaste literatuurdocent Kees Lafeber enkele lessen literatuur verzorgt, is het met haar eens. ³Eigenlijk is het zoals onderwijs zou moeten zijn. Het is nog net niet het idyllische plaatje van de docent als een goeroe onder een boom met een kring mensen om zich heen die geboeid aan zijn lippen hangen, maar het komt wel in de buurt. Ik zeg wel eens tegen de cursisten dat een mens zich eigenlijk maar twintig minuten lang kan concentreren. Dan zeggen ze: Ach welnee, dat geldt alleen maar voor de jongeren.²
Maar dat komt ook wel doordat er geen examendruk achter zit², weet De Vries. ³Nu is het puur interesse voor het vak. Vroeger hadden we wel eens afsluitende toetsen en dan zie je de houding veranderen. Opeens was alleen de stof die getoetst werd van belang, de rest was overbodig.² Bovendien is er ook nu wel een groot verschil tussen de cursisten. ³Er zijn mensen die er heel druk mee zijn, die alles opschrijven en dat nog nalezen voor de volgende les. Maar je hebt ook mensen die als ze thuiskomen hun tas in de hoek gooien en er pas een week later weer naar omkijken. Ik vind dat allemaal prima, ze zitten hier voor hun eigen plezier.²
Contact
Uit de Rapportage ouderen 2001 van het Sociaal en cultureel planbureau blijkt dat steeds meer ouderen in Nederland zich inschrijven voor een cursus of opleiding. Een op de vijf 55-plussers volgt een cursus, twintig jaar geleden was dat nog een op de tien. Hoewel de laatste jaren de belangstelling voor het kwalificerende onderwijs toeneemt, volgt het merendeel van de ouderen onderwijs dat niet gerelateerd is aan een baan of het behalen van een diploma. Het aantal mannen dat een opleiding volgt neemt gestaag toe, maar vrouwen blijven in de meerderheid. Volgens de onderzoekers gaat het de ouderen vooral om Œhet bevredigen van een interesse, de wens zich te ontplooien en het contact hebben met anderen¹.