- blad nr 15
- 8-9-2001
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Bijna helft jonge leraren vertrekt binnen drie jaar
Makkelijk zal het oplossen van het lerarentekort daarom niet zijn, voorspelt het Institute of Public Policy Research, een aan Labour verwante denktank. De komende tien jaar gaat veertig procent van de Britse leraren met pensioen. Om al te grote gaten te voorkomen, moet vooral de uitval worden bestreden. Dat lukt alleen maar door het beroep inhoudelijk aantrekkelijker te maken, zegt IPPR-onderzoeker Martin Johnson in het deze week verschenen rapport Making Teacher Supply Boom Proof.
De werkdruk van leraren is volgens het stuk de voornaamste oorzaak van het ongenoegen in de onderwijssector. Leraren die het beroep verlaten, klagen verder vooral over slecht management. Het salaris is alleen in Londen als een van de duurste steden ter wereld om in te leven - echt problematisch. Volgens het onderzoek van Johnson nemen veel vertrekkende leraren een salarisdaling voor lief om aan zaken als hoge werkdruk, slechte schoolleiding of agressieve leerlingen te ontkomen.
Het IPPR formuleert een reeks voorstellen om het vak aantrekkelijker te maken: minder lesuren, meer voorbereidingstijd, scholing van het management en een grotere autonomie voor de leraar. Vervolgens moeten meer mensen worden verleid om voor de klas te komen staan. Zo kan voor het basisonderwijs worden overwogen om in de hogere leerjaren vakspecialisten in te zetten in plaats van de breed bevoegde klassenleraar van nu. Werven onder minderheden en veertigjarige carrière-switchers wordt gezien als een tweede bron van nieuwe leraren. Daarnaast zal er verlichting moeten komen door het aanstellen van meer klassenassistenten, conciërges, amanuenses en secretaresses.
Ondraaglijk zwaar
De conclusies van het IPPR komen voor een groot deel overeen met een onderzoek dat de National Union of Teachers liet uitvoeren. Het lerarenberoep is volgens de NUT ondraaglijk zwaar geworden door de bezuinigingen in de jaren negentig en de waanzinnige hoeveelheid onderwijsvernieuwingen, testeisen en inspectiebezoeken. ŒVoor de tevredenheid van leraren zijn hun werkomstandigheden, persoonlijke creativiteit en autonomie het allerbelangrijkst¹, aldus de NUT in het onderzoeksrapport. In plaats van alleen maar controleren (en bekritiseren) zou de onderwijsinspectie scholen moeten bijstaan bij het verbeteren van hun programma. Leraren moeten meer te zeggen krijgen over het lesprogramma in plaats van de rol als uitvoerder van het gecentraliseerde nationale curriculum. Voor de onderwijsbonden is eveneens een belangrijke rol weggelegd. Deze zouden meer als vakvereniging moeten gaan optreden en voor hun leden de nascholing en professionele ontwikkeling moeten verzorgen.