• blad nr 15
  • 8-9-2001
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

Het meccano-beleid van Hermans en Adelmund

³U moet deze verkenningen zien als mosterd vóór de maaltijd², sprak minister Loek Hermans eind augustus welgemoed bij de presentatie van de toekomstschets Grenzeloos leren van Paars II voor het onderwijs in 2010. ³Het gaat om de trends, de richting, de onderwerpen waarover keuzes gemaakt moeten worden.² De financiële paragraaf om het onderwijs Œop vlieghoogte¹ te brengen is echter weinig concreet. Investeren moet, luidt het parool, maar Hermans en Adelmund maken in de toekomstverkenning niet duidelijk hoeveel extra geld er in hun ogen nodig is om het onderwijs van 2010 voor leerlingen en leraren aantrekkelijk en uitdagend te maken.

Grenzeloos leren heeft de verkenning naar onderwijs en onderzoek in 2010¹ als titel meegekregen. Het zijn volgens Hermans en Adelmund Œbouwstenen¹ voor de verkiezingsprogramma¹s, voor het regeerakkoord, Œdienstverlening¹ voor een volgende minister van Onderwijs. Premier Kok was in NRC Handelsblad helderder over het doel van het boeket van vijf toekomstverkenningen die op dinsdag 28 augustus werden gepresenteerd. De toekomstscenario¹s over de ontwikkelingen bij zorg, economie, sociale infrastructuur, financiën en onderwijs noemde Kok een sollicitatiebrief van Paars II aan de kiezer om alsjeblieft verder te mogen gaan met Paars III.
Gaf het consultatiebureau in de jaren vijftig als pedagogisch advies ouders de drie R¹s mee - rust, reinheid en regelmaat - de overheid heeft vier R¹s nodig om aan de kiezers het beleid van de toekomst duidelijk te maken. Het gaat volgens het kabinet om Œrichting, ruimte, resultaat en rekenschap¹. Dat werkt als volgt: heel globaal schetst de overheid welke kant het op moet, instellingen krijgen daarna de ruimte om dat zelf in te vullen, het resultaat wordt gemeten en ten slotte publiekelijk verantwoord. Maatschappelijke maakbaarheid is vervangen door, zoals Hermans dat eerder omschreef, Œpubliek ondernemerschap¹.
De sollicitatiebrief van Paars II bestaat op het gebied van onderwijs vervolgens meer uit vragen dan uit opvattingen. De toekomstverkenning presenteert opties, discussiepunten, schetsen van mogelijke ontwikkelingen. Veel is een herhaling van thema¹s die in de eerdere beleidsbrieven - waarmee ook de discussie moest worden opgestart - al aan de orde zijn geweest. De rode draad is steeds dat instellingen meer ruimte moeten krijgen, dat ouders en deelnemers om meer variëteit en maatwerk vragen en dat de overheid richting geeft en achteraf de kwaliteit controleert. Het is de vraag of Hermans, die al een paar keer heeft aangegeven dat hij de klus op Onderwijs in een volgend kabinet wil klaren, daarmee de kiezer overtuigt.
Hermans en Adelmund vinden bijvoorbeeld dat de voorschoolse educatie moet worden uitgebreid. Een internationale trend. Maar over de vorm of omvang moet worden nagedacht. Komt er een uitbreiding van de huidige plannen voor alle achterstandskinderen? Of is het misschien een idee om de voorschoolse educatie onder te brengen bij het nieuwe ministerie van Onderwijs en Jeugd en alle scholen de mogelijkheid te geven om alle kinderen vanaf drie jaar een programma aan te bieden? Keuzes met verstrekkende financiële gevolgen, maar een voorkeur spreken de twee niet uit. ³U hoort mij geen leerplicht voor kinderen vanaf twee jaar bepleiten², haast Adelmund zich te zeggen.

Eigen bijdragen
En als het gaat om wat kinderen moeten leren, zijn er ­ na alle discussies over de overladenheid van het programma - ook twee mogelijkheden. Of de overheid stelt een kerncurriculum vast dat pakweg zeventig procent van de lestijd beslaat, of zij stelt alleen eisen aan de basics taal en rekenen. Bij het thema achterstanden zijn er alweer twee opties: het achterstandsbudget wordt overgedragen aan de scholen zelf, dan wel volledig aan de gemeenten.
In de bve en het hoger onderwijs zouden we bijvoorbeeld kunnen denken aan meer vraagfinanciering in de vorm van leerrechten of eigen bijdragen, waardoor deelnemers meer invloed krijgen op het aanbod. Er lopen al voorzichtige experimenten in het hbo, maar dat zou ook in de bve mogelijk moeten zijn volgens de toekomstverkenning.
Bij de financiering van het hoger onderwijs gaat Hermans nog een paar gedachtesprongen verder. ³In het hoger onderwijs kun je uitgaan van honderd procent eigen bijdragen of van honderd procent bekostiging door de overheid. Wat is de rol van de overheid en wat is de rol van het individu? Die keuze krijgen we in het hoger onderwijs hoe dan ook voor onze kiezen. Investeren in onderwijs is nodig, maar als de economische ontwikkeling in de toekomst tegenvalt is het de vraag of dat mogelijk blijft, of dat je moet denken aan een model als in Australië, waar de overheid deelnemers in het hoger onderwijs voorfinanciert en achteraf een academici-belasting wordt geheven.²
Opmerkelijk is de voorzichtige aanpak van het kabinet van de financiële vraagstukken. Het onderwijs moet volgens de verkenning op vlieghoogte worden gebracht. Paars II heeft forse bedragen uitgetrokken voor onderwijs - klassenverkleining, verhoging van de salarissen, vergroten van de schoolbudgetten - maar dat is volgens staatssecretaris Adelmund nog niet genoeg om het onderwijs bij de tijd te brengen¹. Maar hoeveel dan volgens het duo in Zoetermeer nodig is, blijft vervolgens in de lucht hangen.

Bouwdoos
In Grenzeloos leren geeft het kabinet heel vaag de contouren aan van wat er aan investeringen op de agenda zou kunnen staan. Als minimumvariant voor de uitbreiding van de voorschoolse educatie is ten minste 200 miljoen extra nodig. Om de lerarensalarissen in po, vo, bve en hoger onderwijs met een procent te laten stijgen is 370 miljoen nodig. Een stijging van vijf procent zou volgens het ministerie - op basis van berekeningen van het Centraal planbureau - nog nodig zijn om de markt bij te benen. Dat komt neer op bijna twee miljard. Om de materiële budgetten op te krikken met tien procent kost nog eens 550 miljoen, zonder dat duidelijk wordt of een verhoging van tien, twintig of vijftig procent nodig is voor de gewenste Œvlieghoogte¹.
Waarom is het kabinet niet duidelijker over de financiële paragraaf, want als partijen in hun verkiezingsprogramma of een nieuwe coalitie voor het regeerakkoord echte keuzes moeten maken, dan moeten ze toch weten om welke bedragen het gaat, luidde daarom bij de presentatie de vraag. ³Er liggen allemaal rapporten over wat er materieel nodig is. De commissie-Van Rijn heeft aangegeven hoe groot de achterstand in de arbeidsvoorwaarden is², was het weerwoord van Hermans. ³Maar politieke partijen zullen in hun verkiezingsprogramma zelf prioriteiten moeten leggen. U moet deze gegevens beschouwen als een bouwdoos.²
Het meccano-beleid van Hermans en Adelmund. Veel van de thema¹s die zij in hun beleidsbrieven opnamen - deregulering, invloed van en medefinanciering door ouders - komen in Grenzeloos leren weer terug zonder dat het kabinet of ŒZoetermeer¹ zich uitspreekt over de eigen opvattingen. In juli verschenen achtereenvolgens de beleidsagenda Scholen en professionals in stelling voor kwaliteit en het actieprogramma Kwaliteit aan de basis waarin ook discussiepunten en vergezichten worden neergezet voor de wat kortere termijn. Het nieuwste, concrete plan dat daarin voorkomt is het voorstel om lumpsum-financiering in het basisonderwijs in te voeren bij de scholen die dat willen. Nu valt in Grenzeloos leren de extra aandacht voor het voorschoolse leren op.

Te liberaal
De eerste reacties op de toekomstverkenning waren daarom niet erg lovend, vooral omdat het duo op Onderwijs opnieuw keuzes en meningen uit de weg gaat, zowel inhoudelijk als financieel beslissingen voor zich uitschuift. En dat na keer op keer te hebben aangekondigd dat zij met een meerjareninvesteringsplan op de proppen zouden komen. ŒHet onderwijs is het wachten beu¹ en ŒDruk met nietsdoen¹ waren daarom het afgelopen voorjaar al koppen in de kranten.
De mening in de publieke opinie en onder opinieleiders in het onderwijs over het duo krijgt na de aanvankelijke lof over de eerste jaren - rust en ruimte - nu snel een andere toon: besluiteloos en vrijblijvend. Voor de zomer werd het beleid van Hermans al als Œte liberaal¹ bestempeld. En de Tweede Kamer schoot drie plannen af. Géén commerciële reclame op Kennisnet, géén verdere verzelfstandiging van de Informatiebeheergroep, géén toestemming om topstudies met extra hoge collegegelden te belasten.
De bewindslieden hebben één laatste kans om van dat besluiteloze en te liberale imago af te komen: de onderwijsbegroting voor 2002. ³Dan zullen we aangeven hoe we zelf tegenover de opties en investeringen voor de middellange termijn staan², kondigde Hermans aan. Na alle eerdere beloftes wacht het onderwijs daarom nu tot prinsjesdag, op het ultieme investeringsplan.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.