- blad nr 15
- 8-9-2001
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
In eerste instantie verfrissend, maar daarna weinig daadkracht
Roel in 1t Veld, onder andere decaan aan de Nederlandse School voor openbaar bestuur en voorzitter van het Colo, vindt dat Hermans Rruimte1 heeft gecreëerd in zijn pogingen om de Rverstikkende beleidsgevangenis1 waarin het onderwijs zich bevond op te ruimen. 3Dat is maar ten dele gelukt, maar dat lag niet aan hem, maar aan het parlement dat daar buitengewoon conservatief op reageerde.2 Als voorbeelden noemt hij het toelaten van particulier geld in het onderwijs en Kennisnet waar de minister reclame wilde om het medium te bekostigen. 3In beide gevallen is hem een stok tussen de benen gestoken.2 In 1t Veld verbaasde zich vooral over de eensgezindheid waarmee het parlement, uitgezonderd de VVD-fractie, optrad. 3Ik denk dat er een grote angst is grip te verliezen op het onderwijs.2
Een jaar geleden riep hij in een ingezonden stuk in de Volkskrant nog op tot burgerlijke ongehoorzaamheid wanneer er niet meer geld werd geïnvesteerd in het onderwijs. Hij is nu optimistischer. Dat de overheidsuitgaven in 2001 iets gestegen zijn, schrijft hij deels toe aan beide bewindslieden: 3Er is nu toch meer hoop, het was een versjofelde sector, in het afgelopen jaar is er veel veranderd.2 Uitgesproken negatief vindt hij de ontwikkelingen op de universiteiten waar de ene nieuwe faculteit na de andere uit de grond wordt gestampt: 3Ze concurreren elkaar dood en dat gaat ten koste van de kwaliteit, want de markt is niet veranderd.2
Maar ik vind het ook een goed span. Hermans en Adelmund werken op menswaardige wijze samen, dat was vroeger wel eens anders.2 Hij vindt het als PvdA-partijlid geen bezwaar om in de volgende regering opnieuw een liberaal op de ministerszetel van Onderwijs te hebben. 3Tegen deze vorm van liberaliteit heb ik geen bezwaar en als de PvdA-Kamerfractie niet soepeler wordt, zou ik zeggen dat de PvdA niet moet terugkeren op Onderwijs. Dat ligt niet aan Adelmund, die kan daar niets aan doen.2
Karina Schaapman kan niet veel lovende woorden vinden voor het beleid van de bewindslieden. Sinds ze in 1997 bij de rechter de strijdbijl oppakte tegen het bestuur van de school waar haar zoontje op zat en in het gelijk werd gesteld, is ze nog altijd actief in de weer als kritische ouder. Zo noemt ze het onbegrijpelijk dat de ouders van de scholen die zeer zwak zijn - ongeveer vijf procent - daarvan niet in kennis worden gesteld. 3Zij kunnen daardoor niet hun verantwoordelijkheid nemen, door bijvoorbeeld hun kind van school te halen. Van een liberale bewindsman had ik toch verwacht dat hij dat anders aan zou pakken en voor een sociaal-democraat als Karin Adelmund, die gelijkheid in haar vaandel heeft staan, is het helemaal onverteerbaar dat ze dergelijk slecht onderwijs tolereert.2 Ouders kunnen er tegenwoordig wel achterkomen of hun school door de inspectie als Rzeer zwak1 wordt bestempeld, wanneer ze op internet de inspectierapporten opzoeken. Maar die rapporten zijn niet erg toegankelijk en juist van deze scholen hebben veel ouders niet eens een computer. Schaapman: 3Men moet zich goed realiseren dat als je ouders in het ongewisse laat, je er medeverantwoordelijk voor bent dat een kind geen goed onderwijs krijgt. Ik snap trouwens ook niet waarom die leerstandaard nooit is doorgevoerd, dat er nog steeds geen bodem is.2
In Het Parool schreef Schaapman onlangs een stuk waarin ze haar gal spuwde over de prijs van de schoolboeken en de hoogte van het lesgeld van 1878 gulden. Zelf heeft ze drie kinderen in het voortgezet onderwijs. Schaapman: 3Ik heb daar een reactie op gekregen van een ouder die uitgerekend had dat ze met het LOI goedkoper uit zou zijn. Daar schrik ik van, dat ouders al naar dit soort uitwegen gaan zoeken.2
Schaapman ziet weinig heil in een tweede termijn van Adelmund en Hermans: 3Ik zou liever een socialer beleid zien. Het is mij nu teveel het recht van de sterkste. Autonomie mag dan modern zijn maar is absoluut geen waarborg voor goed onderwijs voor iedereen. Je moet natuurlijk ook niet onderschatten hoe weinig ouders in de praktijk betrokken zijn bij de school. Ik verwacht van bewindslieden meer gedrevenheid, meer visie: waartoe onderwijzen wij?2
Frans de Vijlder, voormalig topambtenaar hij stapte dit jaar over van de denktank van het ministerie naar de Universiteit van Amsterdam vindt dat Hermans en Adelmund wel goed hebben aangevoeld dat de tijd rijp was voor een ommekeer in het onderwijs. Geen ministerie dat honderden plannen oplegt, maar initiatief en ondernemerschap aan de kant van de scholen en instellingen. 3De richting van de beleidsbrieven2 waar De Vijlder zelf aan meewerkte - 3was goed.2 Maar hij moppert op de daadkracht bij Hermans en Adelmund. 3Ze hadden steviger mogen doorpakken op de momenten dat het er op aankwam. Ze hadden met de nieuwe middelen meer bestuurlijke innovatie en ondernemerschap kunnen stimuleren. Het is maar de vraag of zo1n kans nog een keer komt.2 Wat de bewindslieden zijn vergeten is deRburger-deelnemer1, zoals De Vijlder het noemt. Het is toch weer over scholen en leraren gegaan, in plaats van over de belangen en verantwoordelijkheden van de burger. Daar ligt voor het laatste jaar wat hem betreft ook de prioriteit.
De Vijlder aarzelt even of Hermans en Adelmund nog een keer terug mogen komen. 3Nou, het lijkt mij beter als er een fris gezicht komt2, zegt de oud-topambtenaar. Hij heeft ook een idee over modernisering van de top van het departement: 3Geen aparte staatssecretaris voor basis- en voortgezet onderwijs meer, maar een gezaghebbende minister die over alle onderwijs gaat.2
Liesbeth Verheggen, dagelijks bestuurder van de AOb, moet de bewindslieden in ieder geval nageven dat ze het onderwijs niet overvallen hebben met weer nieuwe plannen. 3Er is de ruimte geweest om met de onderwijsvernieuwingen die opgestart waren door te gaan. Wat dat betreft zijn ze hun beloften nagekomen.2
De grootste fout van de afgelopen drie jaar was volgens Verheggen de luchtigheid waarmee er aanvankelijk naar lerarentekorten werd gekeken. 3Het Onderwijsblad kwam in 1998 met een verhaal over de dreigende tekorten. Toen drie jaar geleden de klassenverkleining werd ingevoerd, kwam er een tv-ploeg bij mij voor een reactie. Ik zei dat ik klassenverkleining heel goed vond, maar dat er wel voldoende voorzieningen moesten zijn en voldoende personeel. Dat werd mij toen heel kwalijk genomen door het ministerie: ik zou de klassenverkleining zo geen kans geven. Nu lopen we tegen gigantische problemen op en de oplossingen komen allemaal te laat.2 In hun laatste jaar mogen Hermans en Adelmund van Verheggen wel eens duidelijk maken wat ze nu precies bedoelen met Rmarktwerking1 en Rderegulering1. Er zit een adder onder het gras want ze zegt het wat ironisch: 3De minister heeft zijn mond vol over deregulering, maar iedere keer als zich ergens een probleem voordoet dan wordt er weer een nieuw regeltje gemaakt. Scholen krijgen meer autonomie, maar de inspectie krijgt een grotere bevoegdheid en dreigt een eigen blauwdruk op alle scholen te leggen.2 In het laatste jaar valt er daarom nog heel wat uit te leggen.
Onderwijsadviseur Leo Prick vond de komst van Hermans en Adelmund op zich een verademing. 3De afgelopen jaren hebben we op Onderwijs steeds bewindslieden gehad die uit de sector afkomstig waren. Dat betekende dat ze het onderwijs voortdurend bestookten met hun particuliere ideetjes en ervarinkjes. Dat gaf veel onrust. Adelmund wekte aanvankelijk ook de indruk die weg te zullen gaan, maar gelukkig is ze al vlug wijzer geworden. Ook als Hermans tijdens zijn vakantie zou zien dat de scholen in Zweden niet harder mogen rijden dan zeventig kilometer per uur, dan nog zal hij daar niemand mee lastig vallen.2
De bewindslieden hebben natuurlijk het tij mee: er is geld en het belang van onderwijs wordt algemeen onderkend. 3Zij gebruiken dit klimaat gelukkig niet om de boel overhoop te halen. Prijzenswaardig is ook dat Hermans het waagt besturen te wijzen op hun verantwoordelijkheid: scholen zijn geen beleggings- maar onderwijsinstellingen. Als ze net zo veel aandacht zouden besteden aan het onderwijs als aan de financiën, was er veel gewonnen.2
Maar volgens Prick laten de twee een belangrijk item liggen. 3Wat met name Hermans verkeerd doet is dat hij sanctioneert dat er in Nederland basisscholen ontstaan voor kinderen van welgestelde ouders, die naast hoge ouderbijdragen net zo veel subsidie krijgen als Rgewone1 scholen. Dat hij zijn gedoogbeleid rechtvaardigt door te wijzen op het extra geld voor achterstandsleerlingen, is ronduit schandelijk2, briest hij.
Topprioriteit moet worden gegeven aan de leerlingen die al vroeg niet meer zijn te motiveren voor het algemeen vormende onderwijs. Prick: 3Voor hen moeten specifieke programma1s worden ontwikkeld, waar ze direct als dat wenselijk wordt gevonden, kunnen instappen, zonder dat we ze eerst alle zelfvertrouwen ontnemen door hen te laten mislukken. Dat resulteert in een permanent Melkert-bestaan of toevlucht zoeken in het criminele circuit.2
Roosje Paschier is vijf jaar rector van de openbare scholengemeenschap de Meergronden in Almere. De vraag wat er in het komende jaar per se nog moet gebeuren vindt ze, hoe langer ze erover nadenkt, erg complex. Er zijn zoveel zaken die prioriteit hebben, zoals dat docenten meer tijd moeten krijgen voor hun werk. Maar waar ze zich buitengewoon aan ergert en wat in de periode van Hermans en Adelmund ook weer gewoon doorging, is dat van elke vernieuwing ten slotte maar een flauw aftreksel overblijft. 3De tweede fase is daar een voorbeeld van. Alles wordt met veel poeha gelanceerd, je stelt je erop in, maar bij het minste geringste wordt er weer geschrapt en bemoeit de minister of de staatssecretaris er zich mee. Je verwacht van een ministerie beleid op hoofdlijnen, maar de ene tussentijdse maatregel na de andere wordt op ons afgevuurd. Wij zouden meer autonomie hebben, vervolgens gaat de regelgeving vrolijk door. Ict is ook zo1n voorbeeld, dat zou breed ingevoerd worden, vervolgens gebeurt er weinig en mag je het zelf uitzoeken. Inmiddels is er weer wat geld bijgekomen, maar van een krachtig beleid kun je toch niet spreken. Het is net of mensen die het beleid moeten doorvoeren dat niet durven!2
Leo Lenssen, voorzitter van het college van bestuur van roc ASA, heeft gemengde gevoelens over Hermans en Adelmund in de afgelopen drie jaar. De komst was verfrissend na de regelneef Ritzen. Geen structuurdiscussies, geen blauwdrukken. 3Maar Hermans had veel meer rendement kunnen halen uit zijn ministerschap. Hij had het geld, het moment. Met het geld heeft hij vooral weerstand afgekocht, in plaats van te sturen. Zo zijn er in de cao naar mijn smaak veel te veel generieke salarismaatregelen genomen en is er te weinig ruimte voor instellingen om eigen beleid te voeren. Hermans is een politiek bestuurder, kijkt naar zijn eigen positie en laveert om conflicten heen.2
Daardoor zijn volgens Lenssen drie zaken blijven liggen. 3Om te beginnen het schandelijke probleem van de lerarentekorten. Hermans heeft gedaan aan symptoombestrijding in plaats van het vraagstuk van de tekorten fundamenteel te benaderen. Het voorstel van de Onderwijsraad maak de werkgevers medeverantwoordelijk voor de opleiding kan een deel van de oplossing zijn. In plaats daarvan geeft hij zeventig miljoen aan de kleine lerarenopleidingen. Opnieuw het afkopen van een probleem.2
Minder regels en meer ruimte spreekt ook Lenssen aan: 3Wil hij dat bereiken, dan zal hij om te beginnen het ministerie moeten kantelen. Halveren. Geen velddirecties, maar themadirecties. Als hij niet wil sturen op regels maar op hoofdlijnen, dan moet hij daar beginnen. Als het gaat om de overproductie van regels is het departement zelf het grootste probleem, en daar kan hij zelf wat aan doen.2
Adelmund heeft tot zijn ergernis zwak geopereerd rond het vmbo. 3Meer dan lippendienst heeft ze niet bewezen aan dat deel van het onderwijs en Hermans heeft haar laten aanmodderen2, foetert hij. 3Terwijl daar toch zestig procent van de leerlingen zit. Noch Hermans noch Adelmund heeft het belang van het beroepsonderwijs echt onderkend. Ook hier ligt de oorzaak voor een deel bij het departement, er is een enorme scheiding tussen de directie voortgezet onderwijs en bve. Het beroepsonderwijs is de grootste sector, er gaat het meeste geld heen, maar organisatorisch is het op het departement en in het veld slecht georganiseerd. Hij zou de regie van de beroepskolom vmbo/mbo/hbo nu zelf in handen moeten nemen.2