• blad nr 9
  • 29-4-2006
  • auteur J. van Aken 
  • de Vereniging

 

Beledigingen en ranzige taal

De sfeer op school is de afgelopen jaren veranderd voor homoseksueel onderwijspersoneel, merkt de lesbo-homogroep van de bond. “Ik kan het niet hard maken met cijfers, maar men voelt zich onveiliger”, is de indruk van Grada Schadee, secretaris van de groep homoseksueel onderwijspersoneel. Om het gevoel onder de leden te peilen, organiseerde de groep vorige week een studiemiddag. Ook komt er waarschijnlijk een assertiviteitstraining voor homoseksueel onderwijspersoneel.

Een vrouw die al twintig jaar ‘uit’ is maar aarzelt om het huwelijk met haar vriendin aan te kondigen op school, noemt Schadee als voorbeeld van het onveiliger gevoel van homoseksueel onderwijspersoneel. Ze vroeg zich af of ze de steun van het management had en hoe het bij ouders zou vallen. “Uiteindelijk viel het mee, maar men ervaart minder zekerheid, meer onveiligheid.” Er wordt meer beledigd, meer gescholden en er worden meer ranzige opmerkingen gemaakt dan een aantal jaren geleden, hoort Schadee van leden. Zelf heeft ze op haar werk geen problemen.
De onveiligheid wordt voor een deel veroorzaakt door leerlingen met een andere cultuur en achtergrond waar homoseksualiteit niet geaccepteerd is, denkt Schadee. “Daar kunnen die leerlingen niets aan doen, maar je moet er als school wel wat mee en dat gebeurt meestal niet”, constateert de secretaris. En als scholen al een goed homobeleid hebben, willen ze daarmee niet geafficheerd worden. Dat blijkt als de groep probeert good practices te verzamelen. “Het lukt niet om scholen zover te krijgen dat ze daarmee naar buiten treden”, heeft Schadee tot haar verbijstering gemerkt.
In Canada zag ze hoe het ook kan. Daar staat het beleid rond homoseksualiteit vermeld in de schoolregels. De leerlingen vertelden haar dat er een rainbowclub is voor homoseksuele leerlingen, net zoals er een toneelclub is of een sportclub. “Het gevolg is dat er volkomen normaal over homoseksualiteit wordt gepraat.”
De weigering van scholen beleid op papier te zetten, draagt bij aan de onderzekerheid. “Als discriminatie op grond van seksuele oriëntatie niet specifiek is vastgelegd, heb je niets om je aan vast te houden bij problemen. Waarom nemen scholen niet gewoon artikel 1 van de grondwet over, dan ben je klaar”, verzucht ze. “Scholen zeggen dan: Het is niet nodig, we hebben toch een veiligheidsbeleid? Of: Het speelt niet op onze school. Maar het speelt niet omdat leerlingen wel uitkijken naar buiten te treden”, is haar stellige indruk.

Assertief
Dat geldt ook voor onderwijspersoneel merkte ze vorig jaar tijdens bijeenkomsten in het land. Voor veel mensen was het de allereerste keer dat ze met collega’s over hun homoseksualiteit spraken. “Ze voelen zich absoluut niet veilig genoeg om er op school voor uit te komen.” Voor vrouwen is het moeilijker dan voor mannen, denkt Schadee. “Vrouwen houden veel meer hun mond.”
Een ander voorbeeld komt van een homoseksueel lid uit het zuiden van het land. Vijfentwintig jaar lang werkte hij zonder problemen, maar nadat hij ingreep omdat zijn leerlingen vervelend deden tegen een vrouw op straat, werd hij uitgescholden voor ‘vuile flikker’. ‘Het was buiten school, daar hebben we niets mee te maken’, zei de directie. “Maar het waren leerlingen en een leraar van de school, dus ze hebben er wel degelijk mee te maken”, vindt Schadee.
Om leden weerbaarder te maken in zulke situaties heeft de groep een assertiviteitstraining aangevraagd bij de afdeling scholing van de bond. De bedoeling is een trainingsweekend te organiseren voor lesbo’s en homo’s. De ervaringen op school zullen worden besproken, welke stappen je naar het management kunt zetten en wat de medezeggenschapsraad kan betekenen. “Ook komt er een klein deel fysieke training. Niet dat er veel gemept wordt, maar dan voel je je zekerder.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.