• blad nr 9
  • 29-4-2006
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Handelsmerk

Iets op papier zetten is niet mijn sterkste kant, grinnikt de mentor van Stephan, terwijl hij het beoordelingsformulier van zijn stagiair voor mijn neus legt. Dat is nog zacht uitgedrukt bedenk ik, terwijl ik het vrijwel lege formulier bekijk. De zaken die er wel op staan zeggen goedbeschouwd ook niets: Stephan maakt goed contact met de leerlingen. Dat wil ik graag geloven. Het zou me wat moois zijn als Stephan dat als eindderdejaars nog moest leren.
Stephan is er nu zelf ook bij komen zitten. Hij oogt zelfbewust. Voortvarend opent hij het gesprek en vertelt hoe hij zelf tegen zijn stage aankijkt. Als hij bij zijn laatste aandachtspunt is aangekomen, kijkt hij mij olijk aan. Ook de mentor gaat er eens even goed voor zitten. Ik begrijp ineens waar alle hilariteit vandaan komt: zijn laatste aandachtspunt betreft het op papier kunnen zetten van de ontwikkeling van zijn eigen leerproces. Stephan had zich tot aan de start van deze stage goed weten te onttrekken aan dit leerpunt. Hij kon alles al, of hij vond het niet nodig om het te leren. Uitgerekend in deze stage treft hij een mentor die deze tekortkoming tot zijn persoonlijke handelsmerk had gemaakt. In gedachten hoorde ik ze al gezellig sneren met elkaar.
Bij de mentor van Frans handelt het om een heel ander handelsmerk. Aan haar hele klas is te zien dat zij heel creatief is en dat met veel plezier op haar leerlingen in groep 1 overbrengt. Frans is een student van de dag-/avondopleiding van 43 jaar en helemaal niet creatief. Hoewel hij met veel liefde en aandacht de leerlingen van zijn stageklas begeleidt bij alle activiteiten, schiet hem niets te binnen als zijn mentor vraagt of hij niet een leuk paaswerkje uit zijn hoge hoed kan toveren. Dit verontrust haar dermate dat zij mij even apart neemt. Hij haalt al zijn ideen bij medestudenten of bij zijn vrouw vandaan, fluistert ze met een diepe rimpel in haar voorhoofd. O, maar dat is toch uitstekend, roep ik enthousiast. De mentor kijkt mij verbaasd aan. Maar zo kun je in dit vak toch niet uit de voeten, protesteert ze. Ik haast mij te zeggen dat je zo een heel eind komt. Zelf zou ik mijn diploma onmiddellijk moeten inleveren als haar norm wet wordt. Zelfs na dertig jaar schiet mij nooit vanzelf een paaswerkje te binnen.
Op een dag geef ik aan de eerstejaars stagiaire in mijn eigen klas op de basisschool een opdracht mee om de provincie Zuid-Holland aan te bieden aan de leerlingen. Hang de kaart voor de klas, verzamel zoveel mogelijk informatie, vertel er uitgebreid over, bedenk zoekvragen, laat ze nadenken en overleggen. Kortom, zorg dat zo'n provincie een beetje voor ze gaat leven, enthousiasmeer ik. Mijn stagiaire kijkt een beetje verward als ze de opdracht opschrijft, maar dat teken sla ik welgemoed in de wind. Peanuts immers, zo'n opdracht. Als ze de volgende dag de les geeft, is ze in een ommezien klaar. De leerlingen kijken verbaasd. Dan begint Sharon te mokken. Nu al klaar? De juf vertelt altijd veel langer. Thomas loopt boos naar mijn bureau. Ah, juf, ga jij nog even door? Binnen een mum van tijd staat de halve klas om mijn tafel. Intussen is mijn duo-collega binnengekomen. Ze ziet het tafereel met opgetrokken wenkbrauwen aan: de onzekere stagiaire, de boze klas. Dan kijkt ze me aan. Kun je wel, zegt ze ietwat verbolgen.

www.columnsvanlachesis.nl

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.