• blad nr 9
  • 29-4-2006
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

Directeur gevraagd m/v

Wie directeur wil worden gaat een schitterende toekomst tegemoet. Op de beurs Leraar en loopbaan vorige maand schetste onderzoeker Nico van Kessel van het Nijmeegse ITS de carrièrekansen voor leraren met managementambities. Vooral in het basisonderwijs komen er door de pensioneringsgolf veel vacatures: rond de 300 per jaar. Een samenvatting van zijn verhaal over de tevreden directeur.

Directeuren nemen een aparte positie in op school. Ze zijn eindverantwoordelijk en hebben talloze taken. Ondanks al die drukte ze zijn over het algemeen tevredener over hun werkomstandigheden dan leraren, zo blijkt uit een onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken onder een grote groep onderwijspersoneel.
Als het gaat om werkdruk zijn directieleden vergeleken met leraren ongeveer even tevreden over hun baan. Maar bij de meeste andere aspecten is de gemiddelde directeur tevredener. Bijvoorbeeld over de sfeer op het werk, de resultaatgerichtheid binnen de organisatie, de mate van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, de loopbaanmogelijkheden, de informatievoorziening en communicatie en de werkplek. Dit geldt voor zowel het basisonderwijs als voor het voortgezet onderwijs.
Maar er zijn ook verschillen tussen de twee sectoren. Over de beloning en de secundaire arbeidsvoorwaarden zijn de directeuren in het primair onderwijs minder tevreden dan de leraren, terwijl dat in het voortgezet onderwijs juist omgekeerd is.
Afgaande op het ziekteverzuim is het directeurschap een gezondere functie dan die van leraar. Directeuren zijn minder vaak ziek, ook al zijn ze gemiddeld ouder.
Dat directeuren in het algemeen tevredener zijn en minder vaak ziek, betekent nog niet dat ze het per se makkelijker hebben. Natuurlijk hebben ze meer verantwoordelijkheid en is hun werkdruk groter. Eveneens is bekend dat de werktijden minder aansluiten bij de thuissituatie omdat er vaak na schooltijd en ’s avonds nog vergaderd moet worden. Gemiddeld werken directeuren tien uur per week over en hebben dan nog het gevoel dat ze meer werk hebben dan ze aankunnen. Een deel van het werk is ook minder planbaar, er is vaker sprake van een piekbelasting, vooral rond de zomervakantie. Daar staat tegenover dat een directeur meer dan leraren zelf kan bepalen wanneer hij wat doet, in welke volgorde en in welk tempo.
Een voordeel van het directeurschap is ook dat het hoe langer hoe meer een aparte beroepsgroep wordt. Een beroepsgroep met eigen opleidingen, eigen organisaties of, zoals bij de AOb, een zelfstandige directiegroep primair onderwijs.

Vijftig jaar
Directeur worden is een aanlokkelijk loopbaanperspectief. Er zijn voortdurend vacatures en er is dus een ruime keus voorhanden. In het basisonderwijs zijn ruim 7000 directeuren werkzaam, met daarnaast nog zo’n 4000 adjuncten. Dat is totaal 6,5 procent van al het personeel in het basisonderwijs. In het voortgezet onderwijs gaat het om ongeveer 700 directeuren en bijna 3500 andere directieleden. Al met al ruim 4 procent van het personeel dat daar werkzaam is. Zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs is in het derde kwartaal van 2005 ruim 2 procent van de directeursposities vacant gekomen.
De komende jaren wordt het perspectief om directeur te worden alleen maar beter. De meeste directeuren zijn nu vijftig jaar of ouder. Ieder leeftijdsjaar boven de vijftig omvat in het primair onderwijs ongeveer 300 directeuren en in het voortgezet onderwijs ruim veertig. De komende tien tot vijftien jaar zullen er jaarlijks dan ook ruim 340 vacatures moeten worden opgevuld.
De vraag is of er voor deze vacatures genoeg vervangende kandidaten zijn. Het ministerie van Onderwijs berekent in de nota Werken in het onderwijs dat door de doorstroom van leraren naar managementfuncties het tekort zich zal beperken tot ongeveer 2 procent. Navraag bij besturen leert dat een kwart van de besturen in het primair onderwijs en 11 procent van die in het voortgezet onderwijs problemen verwachten bij het vervullen van managementfuncties. Als oplossing voor de tekorten rekenen de besturen op kweekvijvers waar potentiële kandidaten worden voorbereid op een managementfunctie, of op een verandering van de schoolorganisatie en in mindere mate ook op ‘bazen van buiten’.
Maar willen leraren wel zo graag directeur worden? Uit het Personeelsonderzoek 2004 van Binnenlandse Zaken blijkt dat in het basisonderwijs 10 procent van de leraren ambities in die richting heeft en 14 procent in het voortgezet onderwijs. De ambitie om directeur te worden is in het primair onderwijs het grootst bij 25- tot 35-jarigen en in het voortgezet onderwijs bij 35- tot 45-jarigen. Mannen zijn iets ambitieuzer, allochtonen ook. Van die laatste groep moet overigens niet de oplossing voor problemen worden verwacht, want niet meer dan 3 procent van alle leraren is allochtoon.

Directiegroep primair onderwijs

Wie meer wil weten over de activiteiten van de directiegroep primair onderwijs van de AOb, kan terecht op www.vereniging.aob.nl, klik bij ‘groepen’ op ‘directies’. Informatie is ook te krijgen via dgpo@aob.nl. De groep geeft regelmatig voor directies een interessante digitale nieuwsbrief uit.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.