• blad nr 9
  • 29-4-2006
  • auteur . Overige 
  • Column

 

De boodschap

Sommige lezers denken dat ik tegen het kabinet-Balkenende ben. Dat hebben ze goed tussen de regels door gelezen, want wat mij betreft kunnen deze bewindslieden ophoepelen. Ik ga u niet verder vervelen met wat me allemaal niet bevalt in hun beleidskeuzen. Bovendien, de marges zijn smal in Nederland en een toekomstig centrumlinks kabinet doet het misschien niet heel erg anders. Maar ik wil het wel weer hebben over mentale boodschappen die de huidige ministers graag in onze brave hoofden willen laten wortelschieten.
Hoewel ze de aandacht niet verdient, begin ik met mevrouw Verdonk. Die bakt ze steeds bruiner. Ze heeft een nieuwe zondebok gevonden om haar eigen fouten op te projecteren. Waren het eerst asielzoekers en vervolgens haar ambtenaren, dan zijn het nu de Tweede Kamerleden. Die zouden haar onevenredig hard aanpakken in vergelijking met minister Hoogervorst. Verdonk in de Kamer: ‘Ik heb nog nooit gezien dat hij werd aangesproken op zieke mensen of het aantal zelfmoorden, of kruisjes die eigenlijk niet op formulieren gezet hadden mogen worden.’ Kamerleden reageerden verbolgen op deze manke vergelijking. Lukt het mevrouw Verdonk wel om het verschil te zien tussen haar eigen IND en een ziekenhuis, waarin niet de minister maar professionals en de directie primair verantwoordelijk zijn voor het medisch handelen? En zou ze nog wel weten wat ‘liegen’ is? Haar boodschap is die van de P.C. Hooft-tractorbestuurder. Met macht, egoïsme en lef kom je er wel in Nederland. Dat vindt bijna 40 procent van de Nederlanders ook. Grappig dat deze boodschap zo haaks staat op de kabinetsnorm van de zelfverantwoordelijke burger. Verdonk wil graag anderen op hun verantwoordelijkheid aanspreken, maar vergeet zichzelf.
Een andere opmerkelijke redenering hoorde ik onlangs uit de mond van minister Dekker van Verkeer. De Zuiderzeelijn gaat definitief niet door ‘omdat we er allemaal armer van zouden worden’. Laat ‘m even tot u doordringen, die boodschap. Welk idee heeft mevrouw Dekker over de publieke sector? Zouden we onderwijs - waar we allemaal erg veel armer van worden, gezien de bakken belastinggeld die erheen gaan - dan maar niet gelijk ook opheffen? Weer grappig is dat deze boodschap zo haaks staat op die van maatschappelijke cohesie.
Jaarlijks heffen 64.000 leerlingen in het Nederlandse beroepsonderwijs hun eigen schoolloopbaan op. Ze verlaten zonder startkwalificatie de school. Deze schooluitval heeft met veel factoren te maken, onder andere een verkeerde selectiebeslissing bij de entree in het voortgezet onderwijs. Maar er is meer aan de hand. Het schoolsysteem heeft voor hen zijn emancipatorische betekenis verloren. Hun respect voor deze publieke voorziening is tot nul gedaald. Het ideaal van zelfverantwoordelijkheid zal aan hen voorbijgaan. Is dat de schuld van het kabinet? Nee, zo kun je het niet stellen. Ons onderwijs kent vele historisch gegroeide ‘systeemfouten’, waaraan Balkenende II nauwelijks heeft bijgedragen. Dit kabinet maakt zich echter wel schuldig aan het wegschoffelen van die systeemfouten onder een dubbelzinnige retoriek van individuele en collectieve verantwoordelijkheid. Als je maar aan de ‘goeie kant’ komt, is er niets aan de hand, luidt de impliciete boodschap. Een uitgeklede overheid kan dan puinruimen door die voortijdige schoolverlaters vooral streng in hun nekvel te grijpen. Wat mij betreft is het netto-effect afbreuk van beschaving en ik zal blij zijn als die retoriek begraven kan worden. 64.000 leerlingen is erg veel. Ze verdienen een heldere analyse van die systeemfouten.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.