• blad nr 9
  • 29-4-2006
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

Ik ben geen leraar meer, maar een klerk 

Doodziek van de bureaucratie

Leraren worden doodziek van de toenemende bureaucratie op hun scholen. Dat blijkt uit een onderzoek van het ITS onder het AOb-ledenpanel. ‘Het eindeloos invullen van onzinnige lijsten en formulieren loopt de spuigaten uit. Soms is het echt complete waanzin.’

‘Alles moet worden vastgelegd in protocollen. We hebben een pestprotocol, een hoofdluisprotocol, een medicijnprotocol, een ziekmeldingsprotocol, een ontruimingsprotocol en een verzuimprotocol. En dan ben ik er vast nog wel een paar vergeten.’
‘Alles wat je met een individuele leerling doet, moet ook nog een keer worden opgeschreven. Van elk kind moet bijna alles op papier komen. Ieder toetsje, dicteetje - hoe klein en onbeduidend ook - moet schriftelijk worden vastgelegd. Van elk gesprek met ouders moet een schriftelijk verslag worden gemaakt. Ik ben geen juf meer, ik ben een klerk geworden in een bureaucratisch systeem.’
Dat zijn zomaar twee reacties van AOb-leden, die naar boven kwamen in een onderzoek van onder andere de NCRV-tv-programma’s Rondom tien en Netwerk naar de managementdruk in het onderwijs. Het onderzoek werd door het Nijmeegse ITS uitgevoerd onder het AOb-ledenpanel, dat massaal reageerde. Want naast de antwoorden op de multiple-choicevragen kwamen er 40.000 woorden aan geschreven reacties binnen. Genoeg om vier complete Onderwijsbladen mee te vullen, van voor tot achter en zonder advertenties. Blijkbaar raakten de onderzoekers een open zenuw.
De minst interessante uitkomst van het onderzoek is dat leraren geen hoge pet op hebben van hun leidinggevenden. Dat is geen nieuws voor ieder die het onderwijs en zijn - terecht - eigenwijze docenten een beetje kent. Dat meer dan de helft van de leraren bijvoorbeeld denkt dat het management onvoldoende begrip heeft voor de dilemma’s van de werkvloer, is niet leuk, maar het is ook niet nieuw.
Opvallend is hoogstens dat die kritiek op de leidinggevenden soms ook gedeeld wordt door een manager zelf. ‘Ik ben directeur van een basisschool’, meldt een respondent, ‘en ik sta gelukkig bijna de hele week ook voor de klas. Maar het onderwijs is vergeven van “vrijgestelden” in kamertjes. Collega's van andere scholen claimen minstens twee à drie dagen “kamertjeswerk”. Volgens mij spelen ze dan boter-kaas-en-eieren met elkaar via de computer.’
En als de verketterde managers niet afkomstig zijn uit het onderwijs, zijn de rapen natuurlijk helemaal gaar. ‘Hoe kun je leiding geven op een school wanneer je niet zelf ook lesgeeft? En dan bedoel ik echt zelf lesgeven, niet ooit lesgegeven hebben. Een paar uur per week op de werkvloer zou voor alle managementlagen wettelijk verplicht moeten zijn.’
‘Onze directeur was vroeger manager bij KPN. Hij durft zich niet onder de leerlingen te begeven, maar sluit zich op in zijn kamer om rapporten en plannen te schrijven. Hij heeft nog nooit een les bijgewoond.’
‘Managers komen steeds minder uit het onderwijs zelf en hebben dus geen visie. Daardoor worden wij als leraren nu opgezadeld met de trend van het nieuwe leren, die kritiekloos wordt ingevoerd.’

Steeds meer baasjes
Het ITS-onderzoek wijst verder uit dat er steeds méér baasjes komen. Driekwart van de respondenten vindt dat het aantal leidinggevenden is toegenomen en dat die leidinggevenden een ‘onevenredig zware’ druk leggen op het budget van de instelling. En wat krijgen de docenten daarvoor terug? Niets dan ellende, lijkt het wel. Want vrijwel geen enkele ondervraagde is van mening dat managers de dagelijkse werkzaamheden ontlasten. Sterker nog: ruim tweederde van de ondervraagden vindt dat managers onnodig werk creëren door nieuwe overlegsituaties te scheppen.
De meest schrikwekkende uitkomst van het onderzoek is echter dat de bureaucratie op de scholen ontzagwekkende vormen blijkt te hebben aangenomen. Meer dan tachtig procent van de ondervraagden vindt dat de hoeveelheid regels, de resultaatgerichte afspraken, de controle-instrumenten, de protocollen, de registratie en het papierwerk de laatste jaren sterk zijn toegenomen. En ruim de helft van alle geschreven reacties van de ondervraagden heeft direct of indirect te maken met die toegenomen bureaucratie. Een bloemlezing:
- De stapels papier zijn niet te tellen...
- Doordat de managers bijna alles op papier willen hebben, moeten we op de werkvloer allerlei toetsen, testen en werkformulieren invullen die niets met het lesgeven te maken hebben.
- De papiermassa waar we mee van doen hebben, tart elke beschrijving. Regels rond arbo-wetgeving, arbeidstijdenwet, EHBO op school, BHV’ers en preventiemedewerkers. Met bergen voorschriften en controles die volkomen haaks kunnen staan op de dagelijkse werkpraktijk en die soms zelfs volstrekt onuitvoerbaar zijn. Waanzin!
- Er dienen steeds meer beleidsstukken, jaarverslagen, risicoanalyses en ontwikkelplannen op papier gezet te worden.
- Alles in de klas moet gerapporteerd, geprotocolleerd, geëvalueerd, gecontroleerd en getest worden.
- Meer protocollen en handelingsplannen opstellen, schriftelijke toestemming en handtekeningen van ouders vragen, meer registratie, meer toetsen, meer vergaderingen, meer regels. Veel goede onderwijskrachten zijn tiepmiepen geworden, hun energie komt niet meer ten goede aan het kind.
- Elke week zijn er meerdere overlegmomenten, bij elk overlegmoment horen agenda's, verslagen en stappenplannen. En elk stappenplan heeft weer zijn handelingsgericht plan.
- Ik heb geen bezwaar tegen overleg over de leerlingen en over onderwijsinhoudelijke zaken. Maar het eindeloos invullen van in mijn ogen onzinnige lijsten en formulieren loopt de spuigaten uit.
- Tien jaar geleden was negentig procent van mijn energie gericht op puur lesgeven en tien procent aan bijkomende zaken. Nu ben ik daar misschien wel veertig procent aan kwijt.
- Het aantal vergadermomenten, het aantal in te vullen formulieren, het aantal protocollen, studiewijzers, aanwijzingen, richtlijnen, ik word er doodmoe van!
- We moeten steeds meer registeren. Verslagen maken van gesprekken met ouders en deze laten tekenen. Dossiermappen maken voor je eigen groep, waarin je ook informatie moet hebben toegevoegd van de voorgaande groepen. Leuke klus als je groep 8 hebt!
- Handelingsplannen, extra toetsen, foutenanalyses, aanvragen extra hulp, verslagen van contacten met ouders - alles moet worden genoteerd en moet aangetoond kunnen worden. Dat is echter geen verbetering van de leerlingenzorg, maar slechts een registratie ervan.
- Geen stap meer zonder papier. Besluiten worden ook genomen op basis van papier, in plaats van op basis van de professionele mening van de leerkracht. Niets mag meer intuïtief of op grond van ervaring worden beslist.
- Op een andere school binnen de stichting moet men nu ook al handelingsplannen gaan maken voor kinderen waarbij alles gewoon goed gaat. We moeten ons namelijk afvragen waar òm het met het betreffende kind zo goed gaat en wat we kunnen doen om hem nog meer te prikkelen.
- Het onderwijs wordt steeds meer een papierwinkel: het lijkt de oude Sovjet-Unie wel!

{kader}
‘Papierwinkel is echt niet altijd de schuld van de directie’

Kees Mos, schooldirecteur en voorzitter van de directiegroep binnen de AOb, herkent niet alle klachten die uit het onderzoek naar voren komen. “De klacht over steeds meer ‘kamertjeswerkers’ en steeds meer leidinggevenden lijkt mij niet terecht. Ik zie het aantal leidinggevenden zelfs dalen: de adjunct-directeur verdwijnt op veel scholen en ook zijn er steeds meer directeuren die in hun eentje hoofd van meerdere scholen zijn.”
Maar de klacht over de papierwinkel en de bureaucratie herkent Mos maar al te goed. “Maar dat is lang niet altijd de schuld van de directie. Sommige zaken zijn nu eenmaal gewoon verplicht. Bijvoorbeeld door de inspectie. Want de inspecteur wil dat we alles op papier hebben en hij vraagt waar het stáát ook.”
“Neem bijvoorbeeld de procedure rond de Cito-toetsen. Naar aanleiding van die toetsen moet ik als schoolleider behoorlijk wat actie ondernemen. De toetsen moeten besproken worden met de leerkrachten en ik moet op papier zetten wàt we dan besproken hebben. Dan moeten er analyses worden gemaakt van de scores. Op individueel niveau – het niveau van de leerling -, op groepsniveau en op schoolniveau. En dat moet dan natuurlijk weer ‘resultaatgericht’ worden beschreven.”
“Verder vergt bijvoorbeeld het aanvragen van een rugzakje of het doorverwijzen van een kind naar het leerwegondersteunend onderwijs tegenwoordig hele dikke dossiers. Iets simpels als het aanmelden van een kind bij een school voor voortgezet onderwijs wordt trouwens ook steeds ingewikkelder. De aanmeldingsformulieren worden steeds langer, het is echt een hele klus. Sommige leraren willen daarom zelfs liever niet meer lesgeven in groep 8.”
“Of neem de arbo-wetgeving. Om de zoveel jaar moet er een risico-analyse worden uitgevoerd, met een rapport en een verbetertraject. Dat vergt stapels papier en echt niet omdat de schoolleiding dat zo heeft bedacht.”

Gemeenschapsgeld
“Dan hebben we nog de politiek die allerlei dingen van ons wil. Ik heb de afgelopen weken de uitspraken van Kamerleden eens bijgehouden. Scholen moeten zorgen voor naschoolse opvang en gezonde voeding, we moeten loverboys tegengaan en we moeten zelfs leerlingen leren fietsen. Dat wordt dan vanuit de Tweede Kamer naar ons over de schutting gegooid en daar moeten wij als scholen straks weer verantwoording over afleggen. Op papier natuurlijk.”
“Nu ben ik niet vies van het afleggen van verantwoording. We worden immers gefinancierd met gemeenschapsgeld, dus moeten we dat geld goed besteden. En dat laatste moeten we uiteraard ook kunnen aantonen, alleen zou dat af en toe ook wel wat mínder kunnen.”
“Tot slot moeten we ons ook steeds meer indekken tegenover de ouders. Want als er iets niet naar hun zin gebeurt, heb je meteen een claim aan je broek. Kijk maar naar die montessorischool waar laatst een schadevergoeding werd geëist omdat een leerling niet goed les zou hebben gekregen. Dus moet een school veel zaken rondom het lesgeven documenteren, zodat je kunt aantonen dat je wel degelijk goed werk hebt geleverd. En ik snap best dat leraren het lesgeven leuker vinden dan die papierwinkel, maar je ontkomt er helaas niet altijd aan.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.