• blad nr 9
  • 29-4-2006
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

Startproblemen

Innoveren vanuit het bestaande onderwijs gaat vaak prima, constateert de Onderwijsinspectie. Het vmbo laat volgens de inspecteurs zien dat vernieuwingen van onderen ‘positief en beloftevol’ zijn. Veel kritischer is de inspectie over scholen die hun hele programma op de schop nemen en integraal een nieuw concept invoeren.

Begin dit jaar mengde de inspectie van het onderwijs zich niet in het debat over het nieuwe leren en de kwaliteit van het onderwijs. Met het Onderwijsverslag zou op basis van feiten een beeld worden gegeven van het oordeel van de inspecteurs. Twintig scholen die hun concept compleet hadden veranderd, werden nauwgezet gevolgd, dertien basisscholen en zeven middelbare scholen.
De inspectie is niet onverdeeld gelukkig met de resultaten. Want al beloven de vernieuwingen een veel betere aanpak dan het ouderwetse onderwijs, de scholen weten dat tot nu toe niet duidelijk te maken. Zo laat bijvoorbeeld de kwaliteit van de beoordeling te wensen over, iets wat de inspectie riskant noemt. ‘Zowel voor de vaststelling welke leerlingen tot de risicoleerlingen moeten worden gerekend, als bij de overgang en determinatie van leerlingen en situaties waarin het schoolexamen een rol speelt.’
De invoeringsproblemen zijn een bijkomend gevaar. Kinderziekten bleken hardnekkige problemen te zijn, die maanden tot een jaar konden duren. ‘Zo kwam het leerstofaanbod en ook het schoolklimaat in veel gevallen onder druk te staan.’ Twee basisscholen en vier scholen voor voortgezet onderwijs worden daarom extra bezocht.
Op de scholen die werken met vernieuwende concepten is het lang niet altijd zo dat de leertijd efficiënt wordt benut door de leerlingen. Op de helft van de scholen die de inspecteurs bezochten was dat zeker niet beter dan in het gewone onderwijs. Het pedagogisch en didactisch handelen is voldoende, maar wel heerst er vaagheid over de leerdoelen. ‘De geformuleerde leeropdrachten of te leveren prestaties laten nogal eens te wensen over. Ze zijn vaak door leraren zelf opgesteld en zijn soms onduidelijk wat betreft hun doelstelling en de eisen van het eindproduct’, zo schrijven de inspecteurs. De docenten zijn vaak te afwachtend in hun begeleiding en laten het bij weinig gerichte vragen als ‘gaat het?’. Evenmin spreken de leraren de leerlingen te weinig aan op hun houding en prestaties.
De inspectie is veel beter te spreken over de vele vmbo-afdelingen en scholen die innoveren. Vaak gaat het daarbij om de inrichting van praktijkgerichte werkplekken bij de beroepsvoorbereidende programma’s of experimentele opleidingen als de assistentenleerweg. Met het meer praktijkgerichte onderwijs worden leerlingen meer gemotiveerd. Deze nieuwe leeromgevingen ontstaan ‘als het ware vanzelfsprekend’, signaleert de inspectie. ‘Positief en beloftevol’, luidt het oordeel.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.