- blad nr 15
- 8-9-2001
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Universiteiten en Hermans twisten over de master
Bij de opening van het academisch jaar bleek het meningsverschil tussen de universiteiten en minister Hermans nog niet te zijn bijgelegd. In het nieuwe bachelor/master-systeem dat al per 1 augustus 2002 voor het hele hoger onderwijs moet worden ingevoerd, wil de minister maar één jaar master voor zijn rekening nemen. Alleen de bèta-vakken en de technische en medische sector krijgen de tweejarige masteropleiding boven op de drie jaar bachelor van de overheid vergoed. De rest moet een tweede jaar uit eigen zak betalen, of dat de student laten doen. De minister had nog één lichtpuntje: wanneer men kan aantonen dat een specialisatie in twee jaar moet, dan wil hij wel een uitzondering maken. Voor de beoordeling hiervan wordt een accreditatie-orgaan opgericht.
De universiteiten menen dat er 180 tot 300 miljoen nodig is om deze nieuwe opleiding te betalen en dat geldt ook voor het tweede jaar. Volgens de vereniging van universiteiten VSNU zal het zeker ten koste gaan van de kwaliteit wanneer er slechts één jaar wordt gefinancierd. Om de invoering van het bachelor/master-systeem te laten slagen, moeten allerlei nieuwe curricula worden gemaakt. Ook daarvoor hebben de universiteiten zeker 200 miljoen extra nodig.
Hermans paste tijdens de opening van het academisch jaar in Nijmegen, de stad waar hij zelf afstudeerde, de formule Rruimte plus verantwoordelijkheid is toekomst1 diverse malen toe. Zo vond hij dat die formule moest gelden voor het aantal op te starten speciale opleidingen. Op dit moment concurreren universiteiten met elkaar door steeds weer nieuwe opleidingen te beginnen. Hermans meent echter dat de universiteiten dat veel meer met elkaar en ook internationaal moeten afstemmen.
Collegegeld
Voorts zou er geselecteerd kunnen worden door differentiatie aan te brengen in de collegegelden. De tweede geldstroom hoeft, wat hem betreft, niet alleen beperkt te blijven tot het onderzoek, maar zou ook op het onderwijs kunnen worden toegepast. Dat is eveneens de mening van de voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam, Noorda. In zijn toespraak herinnerde hij eraan dat hij er voorstander van is de tweede fase te laten betalen door de onderwijsdeelnemers zelf of hun werkgever, waardoor er in de bachelorfase een hogere studie- en instellingsfinanciering komt.