- blad nr 15
- 8-9-2001
- auteur . Overige
- Column
Cornielje
Loek Hermans en Karin Adelmund hebben getekend voor de onderwijsverkenning Grenzeloos leren. Dit document is globaal als volgt opgebouwd: het beschrijft de huidige situatie, waarbij een relatie wordt gelegd met het huidige beleid. Daarna volgen trends, streefbeeld en concrete doelstellingen voor de langere termijn (2010) en de beleidsopties (alternatieven) om deze doelen te realiseren. Voor politici die over ongeveer acht maanden een nieuw mandaat van de kiezers vragen is het verleidelijk om grenzeloos veel aandacht te geven aan veelbelovend nieuw beleid. De miljarden zullen ons weer om de oren vliegen, maar ik blijf erop vertrouwen dat kiezersgunst niet te koop is.
Het ware beter om inhoudelijke debatten te voeren over doelstellingen en beleidsopties uit de onderwijsverkenning. Bijvoorbeeld over het achterstandenbeleid. Adelmund formuleert twee opties. De eerste betreft het versterken van de positie van de school in het achterstandenbeleid. De cumi- en gewichtengelden worden toegevoegd aan de lumpsum van de school. Schoolbesturen bepalen zelf hoe zij de middelen inzetten en leggen daarover verantwoording af. De tweede optie is de budgetten voor achterstanden (inclusief cumi- en gewichtengelden) bij de gemeenten te leggen. Via een aanbestedingsmodel kan de gemeente het geld voor bepaalde activiteiten (brede school) uitzetten bij scholen.
Als uitkomst van het debat kan in dit polderland natuurlijk ook een tussenvorm ontstaan. Nu gaat ongeveer tachtig procent van het geld rechtstreeks naar de scholen en twintig procent loopt via de gemeente. De wethouders van de vier grote steden willen optie twee. De VVD heeft zich daar tot dusverre met succes tegen verzet. Een vergelijkbare kwestie speelde vorig jaar bij de onderwijsbegroting. Toen ik voorstelde om schoolbegeleidingsmiddelen via de scholen te laten lopen en niet via de gemeente, maakte dat in gemeenteland een levendig debat los. Inmiddels ligt een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer.
Politici zullen zich de komende tijd over dit soort inhoudelijke vraagstukken uit moeten spreken. Maar ik wil mij ook verantwoorden voor het gevoerde beleid. In deze kabinetsperiode is meer dan zes miljard extra voor onderwijs beschikbaar gekomen. Meer dan drie keer zoveel als bij de aanvang voor mogelijk werd gehouden, dankzij het solide beleid van Zalm. Daarom hebben Hermans en Adelmund voor de zomer de onderwijs-cao kunnen verlengen. Het schooljaar eindigde met, zoals de AOb het noemt, een zevenklapper (sneller naar het maximum, begin van dertiende maand, bonus voor leraren, directies en oop, hoger schoolbudget, betaalde lio-stage, hogere inschaling herintreders en betaald ouderschapsverlof). Geen verkenning maar erkenning.