- blad nr 15
- 8-9-2001
- auteur R. Voorwinden
- Redactioneel
Roc1s kritisch over oplossingen stuurgroep Evaluatie Web
Mbo danst niet naar pijpen van bedrijfsleven
Het mbo moet teveel naar de pijpen van het bedrijfsleven dansen.1 De stuurgroep die de Wet educatie en beroepsonderwijs (Web) evalueerde, geeft al op de eerste pagina van haar rapport mooi vuurwerk. Het is een lekkere binnenkomer en verderop in het lijvige boekwerk wordt nog eens een achttal Rkernproblemen1 van roc1s genoemd waarvoor de stuurgroep zelf oplossingen aandraagt. Maar zeker niet alle roc1s kunnen zich in die oplossingen vinden, sterker nog,sommige herkennen de problemen niet eens.
Zo wekt de opmerking dathet mbo teveel Rnaar de pijpen van het bedrijfsleven moet dansen1 het nodige onbegrip.
Beroepsonderwijs moet je altijd samen met het beroepenveld uitvoeren2, zegt Wim Metsemakers, voorzitter van roc Eindhoven. 3Ik vind dat wij nog veel sterker moeten worden in onze strategische samenwerking met het bedrijfsleven.2
Ook Jan-Pieter Janssen, collegevoorzitter van agrarisch opleidingscentrum (aoc) Limburg, verwerpt dat zijn school naar andermans pijpen danst. 3Wij treffen meestal bedrijven aan die actief meedenken over de vraag hoe we ons onderwijs kunnen koppelen aan wat het bedrijf nodig heeft. Er zijn nauwelijks bedrijven die menen dat wij gewoon de mensen moeten afleveren die zij nodig hebben, dat is een gepasseerd station.2
Naar de pijpen van het bedrijfsleven dansen is ook voor een deel niet erg, want wij zijn natuurlijk wel beroepsonderwijs2, reageert Paula Sukel, collegelid van roc Midden-Brabant. Maar volgens haar heeft de stuurgroep toch wel een punt, en dat is dat het bedrijfsleven te gemakkelijk nieuwe opleidingen kan laten starten. 3Stel dat werkgevers in de elektrotechniek opeens bepaalde hoogspanningsmonteurs nodig hebben. Dan gaan die werkgevers naar het landelijk orgaan, dat formuleert de eindtermen voor zo1n nieuwe opleiding en die gaat dan van start. Maar we hebben inmiddels al zo1n 750 opleidingen in het mbo, daardoor zien zestienjarigen door de bomen het bos niet meer. Je kunt leeringen die Riets met elektro1 willen ook eigenlijk niet verplichten om voor een heel specifieke opleiding te kiezen.2
Praktijkleren
Een belangrijk voorstel van de stuurgroep is om het aantal lan-
delijke organen terug te brengen van 21 tot vier. Metsemakers van roc Eindhoven is er geen voorstander van. 3We hebben in het Nederlandse bedrijfsleven vijfhonderd branches en subbranches. Dan is het kort door de bocht om het aantal landelijke organen terug te brengen tot vier. Want wat zou de volgende stap zijn? Dat wij vanuit het onderwijs voorstellen om, voor het gemak, het aantal soorten bedrijven te verminderen?2
Sukel van roc Midden-Brabant vindt het snoeien juist wèl een heel goed idee. 3Wij hebben als roc met zestien van de 21 organen te maken en elk orgaan voert een eigen beleid. Zo lopen de eindtermen die ze formuleren erg uiteen:het ene orgaan zegt bijvoorbeeld dat een gediplomeerde een bepaalde wiskundige formule moet kennen, terwijl het andere orgaan schrijft dat een gediplomeerde Rslagvaardig moet kunnen handelen1 op een bepaald Rverantwoordelijkheidsgebied1. Die verschillen in benadering maken het niet altijd makkelijk om de eindtermen te vertalen naar het onderwijs.2
Bovendien kunnen de kleinere landelijke organen volgens Sukel moeilijk hun deskundigheid op peil houden. 3En daarnaast worden de organen betaald naar het aantal opleidingen dat ze in hun segment hebben. Ik wil ze nergens van betichten, maar zoiets helpt ook niet echt om dat aantal opleidingen beperkt te houden.2
De stuurgroep constateert dat de roc1s tekortschieten bij het aansturen van het praktijkleren: de - vele - tijd die de leerling in de praktijk doorbrengt. De communicatie tussen bedrijven en de roc1s zou onvoldoende zijn, net als de begeleiding die de leerling in de praktijk krijgt.
Die kritiek slaat wèl aan bij de roc1s. 3Bij het ontstaan van de roc1s werden twee onderwijstypen in elkaar geschoven2, verklaart Metsemakers van roc Eindhoven. 3We hadden het beroepsonderwijs en het leerlingwezen. Dat leerlingwezen had eigen consulenten die de contacten in de bedrijven onderhielden. Het laatste is door de Web de verantwoordelijkheid van scholen geworden en die hebben zich nogal eens vergist in die taak. Want in de pedagogische provincie zijn we gewend om vooral binnenschools te werken.2
Iedereen heeft de verantwoordelijkheid voor het praktijkleren laten liggen2, verklaart Sukel van roc Midden-Brabant. 3De landelijke organen wilden die verantwoordelijkheid niet altijd afgeven. De scholen vonden dat wel best want die hadden al genoeg te doen, hadden er bovendien geen faciliteiten voor gekregen. En de bedrijven, die in de Web ook taken en verantwoordelijkheden hebben gekregen, waren eraan gewend dat anderen dat regelden.2
Bureaucratie
Ook over de flexibilisering van de bekostiging - een ander voorstel van de stuurgroep - zijn de roc1s te spreken. 3Er wordt van ons gevraagd om flexibel te zijn2, zegt Jan-Pieter Janssen, collegevoorzitter van aoc Limburg. 3Maar de regelgeving werkt nog steeds remmend. Het kost bijvoorbeeld nogal wat tijd en moeite om nieuwe opleidingen te starten, waardoor we niet direct kunnen reageren op de vragen uit de markt. Maar ik verwacht dat de politiek daar wat aan gaat veranderen.2
De stuurgroep acht het nodig dat de positie van de leerlingen wordt versterkt. De onderwijsovereenkomst, de praktijkovereenkomst en de onderwijs- en examenregeling zouden in één deelnemersstatuut moeten worden samengebracht. Dat lijkt Metsemakers van roc Eindhoven een fantastisch idee. 3Al die verschillende contracten veroorzaken op dit moment geweldige bureaucratie. Wij hebben 24.000 studenten die elk een overeenkomsthebben met het bedrijf of de instelling waar ze werken. We hebben hier twaalf mensen in dienst die zich alleen met die overeenkomsten bezighouden, die bureaucratie moet genadeloos worden aangepakt.2
Maar dan moet de Web ook de bescherming van de leerlingen beter regelen, denkt Boekhoud van het Rotterdamse Albedacollege. 3De overeenkomsten zijn nu juridisch allemaal waterdicht geregeld, tenminste, voor de school. Maar niet voor de leerlingen, want die begrijpen vaak niet precies wat ze ondertekenen. Leerlingen van niveau 1 kunnen zo1n document niet eens lezen.2
Gemeenten
Op dit moment geeft het rijk het budget voor de volwasseneneducatie aan de gemeenten, die er onderwijs mee kunnen inkopen bij de roc1s. Maar iedere gemeente heeft eigen wensen en soms doen roc1s zaken met tientallen gemeenten tegelijk. Dat is lastig, dus stelt de stuurgroep voor om het budget voor de volwasseneneducatie aan de roc1s te geven. Dan kunnen de onderwijsinstellingen, weliswaar na overleg met de gemeenten, een gedegen onderwijsaanbod voor de volwassenen in hun regio opzetten.
Verrassend genoeg zijn diverse roc1s daar helemaal geen voorstander van. 3Dit is echt een belachelijk idee2, reageert collegevoorzitter Piet Boekhoud van het Rotterdamse Albedacollege. Want de gemeenten moeten volgens hem zelf kunnen bepalen aan welke groepen inwoners allochtonen, drop-outs, nieuwkomers, oudkomers, vluchtelingen ze onderwijs willen bieden. 3Je kunt ons als roc niet laten bepalen welke mensen er hier in Rotterdam wel en niet geschoold worden. Die verantwoordelijkheid zou ik niet eens willen hebben, daar gaat de gemeenteraad over.2
Het zou onmiskenbaar erg makkelijk zijn als wij als roc dat geld van de volwasseneneducatie zouden krijgen2, verklaart Metsemakers van roc Eindhoven. 3Maar dat is een wereldvreemde constructie, want in het normale leven geldt de wet van vraag en aanbod. Bij mij in het dorp is het ook niet zo dat de fietsenmaker trekkingsrechten heeft op mijn geld.2
De deelnemer centraal
Een van de acht rapporten van de stuurgroep stelt de deelnemer centraal. De aanbevelingen zijn er vooral op gericht om hun positie te versterken. Zo wil de stuurgroep een deelnemersstatuut invoeren, waarin de algemene bepalingen uit de onderwijsovereenkomst, de praktijkovereenkomst en de onderwijs- en examenregeling worden opgenomen. Ook moeten in het deelnemersstatuut een klachtrecht en een arbitrageregeling worden opgenomen en een bepaling op grond waarvan de deelnemer een uiterste inspanning van de onderwijsinstelling en het landelijk orgaan kan afdwingen om een erkende bpv-plaats (stage) ter beschikking te stellen. Bovendien moet het mogelijk blijven om als deelnemer individueel een overeenkomst met de onderwijsinstelling af te sluiten over de te volgen studieloopbaan. Naast de deelnemersovereenkomst moet er een studiegids komen die leesbaar en gebruikersvriendelijk is.
Leon Houtman, voorzitter van Job (Jongerenorganisatie beroepsonderwijs) is wel blij met de aanbevelingen. 3We hebben zelf natuurlijk ook op betere garanties voor de deelnemers aangedrongen. Door alle algemene juridische bepalingen waren de overeenkomsten niet meer te lezen. Nu die eruit worden gehaald wordt het in ieder geval een stuk duidelijker. Over de bpv-plaatsen komen veel klachten binnen. Laatst nog een meisje dat door slechte begeleiding ernstige brandwonden door een meterkast opliep.2 Als er dan ook nog eens niets bekend is over de klachtenprocedure, laat iemand het er snel bij zitten, denkt Houtman. 3Op veel instellingen is er wel een klachtencommissie, maar vaak laat de informatie te wensen over. Bovendien is het nogal wat om met je klacht meteen naar een commissie te stappen. De nieuwe regeling moet het voor een deelnemer versimpelen om met een klacht ergens terecht te kunnen.2
Over het algemeen noemt Houtman de Web Reen goed model1. Natuurlijk kan en moet er nog veel verbeterd worden, maar ook uit ons eigen onderzoek onder 60.000 deelnemers blijkt dat het merendeel het leuk vindt op school.2
De voorlichting over beroepskeuze of de mogelijkheden op school kan volgens het rapport ook beter. Twintig procent van de deelnemers komt binnen op school zonder zeker te weten welk beroep ze willen uitoefenen. Na twee jaar opleiding is dat percentage nauwelijks gedaald. Ook weet een groot gedeelte niet dat wisselen van niveau en opleiding mag. 3De voorlichting kan beter, maar daarvoor moet alles beter op elkaar worden afgestemd2, zegt Houtman.
Opknippen aoc's onzinnig¹
De stuurgroep die de Web evalueerde, doet ingrijpende voorstellen over de aoc¹s - zeg maar de roc¹s voor het agrarisch onderwijs. De aoc¹s zouden hun vmbo-afdelingen moeten overdoen aan het voortgezet onderwijs en met hun mbo-opleidingen sterker moeten gaan samenwerken met roc¹s.
De aoc¹s vinden dat Œvolkomen onzinnig¹, aldus Marcel Kooijman, directeur van de Aoc-raad. ³Met dit idee hef je in feite de aoc¹s op. En waarom? Ik lees in de evaluatie geen argumenten voor dit soort draconische maatregelen. Bovendien gaat het juist heel goed met de aoc¹s: het vmbo-groen groeit al jaren met steeds vijf tot zeven procent en het aantal mbo-leerlingen is stabiel. Dit voorstel is een staaltje van structuurdenken, van mensen die alles willen gelijkschakelen. Het is lui, onbegrijpelijk, ongefundeerd en onrealistisch.²
De stuurgroep stelt ook voor om de aoc¹s of wat daarvan overblijft bestuurlijk onder dak te brengen bij het ministerie van Onderwijs in plaats van bij het ministerie van Landbouw. Daarover wordt in het veld genuanceerd gedacht. Kooijman: ³De aoc¹s wilden voorheen per se bij het ministerie van Landbouw blijven, maar de laatste tijd wordt onze houding wat zakelijker: de overheid moet zorgen voor onze faciliteiten, van welk ministerie die komen is uiteindelijk niet zo van belang. Bovendien is minister van Landbouw Brinkhorst onlangs zelf ook een discussie begonnen over de relatie tussen de aoc¹s en het ministerie, maar die discussie is nog niet afgerond.² (RV)