• blad nr 3
  • 4-2-2006
  • auteur R. Sikkes 
  • Commentaar

 

Salarisstrook

Viel het mee of viel het tegen? Met de salarisstrook van januari doet het kabinet-Balkenende een overgangsexamen. De gigantische herziening van belastingtarieven en premies en de nieuwe zorgverzekering zouden, zo beloofden de premier en de minister van Financiën, geen nadelige gevolgen hebben voor de koopkracht. Een belofte die nauwelijks is waar te maken, omdat de gevolgen per individu door de keuzes van het kabinet enorm verschillen.
Zo wordt in de lerarenkamers in het basisonderwijs misschien wel redelijk opgelucht ademgehaald. Immers, daar werken relatief veel deeltijders, is er een grote groep jonge docenten met kleine kinderen voor wie nu geen ziektekostenverzekering meer hoeft te worden betaald. Een groep die er iets op vooruitgaat. In de andere onderwijssectoren, waar de gemiddelde leeftijd veel hoger ligt en waardoor je kunt voorspellen dat het nogal eens gaat om mensen met kinderen boven de achttien, valt de optelsom van salarisverhoging, premieveranderingen, belastingschijven en zorgwet vaker negatief uit. En post-actieven, zo weten we zeker, zien hun pensioen teruglopen omdat zij de werkgeversbijdrage zelf moeten ophoesten en de compensatie van het kabinet die bij lange na niet vergoedt.
Wie moet je daar nu op aankijken? De werkgever? De vakbond? Het kabinet? Het parlement? Die laatste twee. Ondanks alle waarschuwingen van werknemers en werkgevers hebben kabinet en een Kamermeerderheid deze veranderingen doorgevoerd, waardoor de ene groep een klein plusje ziet en veel mensen mogelijk in de min gaan.
Bizar is het dan om te zien dat Kamerleden zelf ‘onderzoeken’ of zij de hogere kosten voor de zorg gecompenseerd kunnen krijgen. Het VVD-Kamerlid Pieter Hofstra, voorzitter van de Kamercommissie voor de eigen arbeidsvoorwaarden, zeg maar de vakbond van Kamerleden, ontdekte opeens dat sommigen er tussen de 100 en 400 euro op achteruitgaan. Gut zeg, had het VVD-Kamerlid Hofstra dat niet door toen zijn partij voor deze regeling stemde?
Door alle veranderingen – want er zijn er nog meer, zoals het wegvallen van een deel van de ozb, waartegenover mogelijk weer hogere lokale lasten staan – is het op basis van de loonstrook van januari onmogelijk om te bepalen hoe de koopkrachtontwikkeling in het onderwijs echt uitvalt. De Algemene Onderwijsbond gaat de komende maanden goed kijken waar de echte plussen en minnen zitten. Om vervolgens in de volgende cao met harde eisen te komen zodat werken in het onderwijs niet alleen een leuke baan is, maar ook financieel aantrekkelijk blijft. Voor het kabinet, dat al deze veranderingen bedacht en doordrukte, wordt 2006 daarmee een belangrijk toetsmoment. Want in 2007 beslist de kiezer of de coalitie van Zalm en Balkenende een nieuwe kans krijgt of plaats moet maken voor een ander beleid.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.