• blad nr 3
  • 4-2-2006
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

Onderwijsraad wil van kwakzalverij af 

Innovaties testen als nieuw aspirientje

De discussie over het nieuwe leren ontaardt bij gebrek aan harde feiten in een geloofsstrijd. Om aan zinloze debatten een einde te maken, wil de Onderwijsraad dat het onderwijs leert van de medische sector. Door onderzoek gaat de kwaliteit van de gezondheidszorg steeds verder vooruit. Zo kan ook de onderwijskwaliteit omhoog.

In de medische sector wordt weinig aan toeval over gelaten. Een nieuw medicijn of een nieuwe operatietechniek wordt uitvoerig en onder streng toezicht getest. Soms met een controlegroep die een ander medicijn krijgt om te kijken of de nieuwe aanpak echt beter werkt, en geen nare bijwerkingen oplevert.
Onterechte claims worden in de sector bovendien genadeloos afgestraft. De Nederlandse hoogleraar Henk Buck die in 1990 beweerde een middel tegen aids te hebben ontwikkeld, werd door zijn collega’s hardhandig aangepakt. Toen zijn proeven vol fouten bleken te zitten, verloor Buck zijn baan.
Evidence based heet de combinatie van onderzoek en experimenten, die in de gezondheidszorg normaal is, maar in het onderwijs nagenoeg ontbreekt. Erger nog, soms zelfs wordt experimenteel onderzoek bij de introductie van nieuwe plannen of projecten tegengewerkt door de overheid. Neem bijvoorbeeld de klassenverkleining. Die werd in de Verenigde Staten wel serieus getest met een levensecht experiment met tienduizenden leerlingen in grote en kleine klassen, en goed bevonden. Toch verwees staatssecretaris Tineke Netelenbos elk onderzoeksvoorstel dat opperde om te kijken of de één miljard gulden die zij uittrok voor klassenverkleining wel goed besteed werd, naar de prullenbak. “Onderwijsvernieuwingen lijken het meest op kwakzalverij”, zei de hoogleraar onderwijseconomie Hessel Oosterbeek daarom vijf jaren geleden al in zijn oratie. Hij pleitte voor meer experimenteel onderzoek in het onderwijs.
Nederland staat niet alleen in de weinig evidence based aanpak, oordeelde ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) in een rapport. ‘Onderwijs is een kunst, geen wetenschap. De onderwijskunde verkeert eigenlijk nog in een pre-wetenschappelijke fase’, was de weinig complimenteuze constatering van neurowetenschappers over hun collega’s in het onderwijs.
Tijd dus voor een andere werkwijze, schrijft de Onderwijsraad in het vorige week verschenen advies Naar meer evidence based onderwijs. ‘Te vaak worden nieuwe methoden en aanpakken geïntroduceerd zonder dat duidelijk is dat het nieuwe beter is dan het voorgaande’, schrijft de raad. Met de combinatie van experiment en onderzoek kan het onderwijs effectiever worden. Dat kan volgens de raad op twee manieren uitpakken. Zo kunnen door bewezen vernieuwingen leerlingen cognitief of sociaal beter functioneren. Ook kunnen innovaties leiden tot meer arbeidsvreugde voor leraren of kan het onderwijs goedkoper worden, zonder dat het aan de vernieuwingen aantoonbare schadelijke bijwerkingen ondervindt.

Onderzoek op de werkvloer
Het recente moddergooien rondom het nieuwe leren gaat zelden over feiten, maar eerder of geloofsbelijdenissen. Een bijdrage van Simon Ettekoven, oud-directeur van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS), in de Volkskrant eind januari, is hier een mooi voorbeeld van. In het stuk koppelt Ettekoven het falen van de VN, milieuproblemen en langer wordende files rechtstreeks aan het oude leren en het klassikale onderwijs. ‘Reden om het ingrijpend anders te proberen.’
Ook zijn tegenstanders maken er een potje van. Zonder bewijsvoering wordt het nieuwe leren gezien als een aantasting van het kennisniveau.
In de Verenigde Staten is de situatie duidelijk anders. Zo publiceert het tijdschrift Education Week ieder jaar de bijlage Quality Counts, waarin nu al tien jaar het achterstandsbeleid systematisch wordt geëvalueerd. De Amerikanen komen wel met deugdelijk bewijs. Staten die duidelijke eisen stellen, zien dat de leerlingen uit sociaal-economisch zwakke milieus beter scoren bij taal en rekenen en hun achterstand inlopen. Ook andere thema’s worden goed uitgediept en zichtbaar gemaakt.
De evidence based aanpak heeft in Amerika duidelijk de politieke wind mee, omdat er eerder werd geconstateerd dat in de VS in dertig jaar tijd maar weinig echte vooruitgang is geboekt.
Hoewel veel minder, zijn er ook in Nederland wel successen te melden. Toen in de jaren negentig Nederland internationaal gezien beroerd scoorde in het Pirls-onderzoek naar het leesniveau, is systematisch door taalwetenschappers gewerkt aan verbetering. En met succes: Nederland stond in 2001 op de tweede plaats. En helaas zag de Onderwijsraad de periodieke peiling van het onderwijsniveau van de Cito-groep over het hoofd, waarin bij elk vak uitvoerig wordt beschreven welke onderwijsmethode met welke groep leerlingen de beste resultaten oplevert.
De Onderwijsraad ziet voor het evidence based werken een aantal voorwaarden. Zo moeten onderzoek en praktijk elkaar beter dan nu verstaan. Want veel onderwijsonderzoek bereikt nu de werkvloer niet, of erg langzaam. Onderzoekers publiceren hun bevindingen liever in het Engels in een wetenschappelijk tijdschrift – dat is goed voor hun citatie-index – dan in praktisch toepasbare publicaties die bij leraren terechtkomen.
Aan de andere kant is er bij leraren veel kennis die beter te gebruiken is als die wordt onderzocht en beschreven. Meer samenwerking tussen onderzoekers, leraren en uitgeverijen is een eerste vereiste.
Belangrijk is ook dat vernieuwingsideeën vanaf dag één ook evaluatie en bewijsvoering inbouwen. Vervolgens wil de Onderwijsraad alle bewezen nieuwe methoden en concepten breed verspreiden. De raad denkt aan een website www.onderwijskwaliteit.nl, een systeem dat in de Verenigde Staten al bestaat onder de titel What works clearinghouse. Door zo’n aanpak hier te introduceren, zo beweert de Onderwijsraad, vinden effectieve methoden eerder hun weg naar de praktijk.

Het volledige rapport Naar meer evidence based onderwijs is te downloaden van www.onderwijsraad.nl
In het rapport wordt What works clearinghouse als voorbeeld genoemd, interessant om een kijkje te nemen op www.whatworks.ed.gov

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.