• blad nr 3
  • 4-2-2006
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

Waar is het geld voor de onderwijshuisvesting? 

Gemeenten houden hand op de knip’

Geld voor renovatie of nieuwbouw krijgen scholen van de gemeente. Maar van de rijksbijdrage gaan miljoenen naar andere bestemmingen. Intussen zitten leerlingen in een omgebouwde gaarkeuken of met meer dan veertig in een lokaal.

“In het basisonderwijs zitten een aantal groepen op de locatie van een sociale werkplaats, waarbij de keuken is omgebouwd tot klasruimte”, zegt Pyt Sybesma, woordvoerder van de onderwijscoalitie Franekeradeel. “Ik vind het best als een gemeente eens een jaar minder geld naar onderwijshuisvesting schuift wanneer het niet nodig is. Maar scholen moeten steeds bevechten waar ze recht op hebben.” Het knelt.
Onderhoud, uitbreiding en nieuwbouw van onderwijsruimten kosten geld. Voor dat geld kloppen schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs aan bij hun gemeente. De gemeenten zijn sinds 1997 verantwoordelijk voor die onderwijshuisvesting. De bijdrage die ze daarvoor van het rijk krijgen, mogen ze naar eigen inzicht uitgeven. Ook aan andere zaken.
Besturen klagen al jarenlang dat gemeenten de hand al te graag op de knip houden. Ja, de eerste schoolbestuurder die vindt dat er genoeg geld naar het onderwijs gaat, moet nog geboren worden. Maar er zijn ook harde cijfers. Het ministerie heeft al vier keer een Monitor decentralisatie onderwijshuisvesting laten uitvoeren om te zien hoe gemeenten met hun verantwoordelijkheid omspringen. De gemeenten leveren zelf via een enquête de gegevens aan. Twee jaar geleden bleek dat scholen veertig tot honderddertig miljoen euro minder krijgen dan het rijk naar de gemeente stuurt. Onderbesteding bij grofweg eenderde van de gemeenten.
Op 7 maart mag Nederland naar de stembus voor de gemeenteraadsverkiezingen. In een gezamenlijk ondertekende brief roepen de AOb en besturenorganisatie Vos/ABB op te kiezen voor een goed lokaal onderwijsbeleid. Het probleem is nog niet bedongen, stellen ze aan de hand van gegevens van het CBS. Van de 1,3 miljard die gemeenten aan scholenbouwgeld hebben geïncasseerd van het rijk, zetten ze er afgelopen jaar een miljard op de begrotingen. De rest, dat is mistig.
“Iedereen roept dat ‘ie onderwijs heel belangrijk vindt”, zegt voorzitter Walter Dresscher van de AOb. “Maar als puntje bij paaltje komt, en het geld verdeeld moet worden, winnen er vaak andere dingen.”
Eind februari verschijnt de vijfde en laatste huisvestingsmonitor van het ministerie. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft haar leden op haar website opgeroepen de vragenlijst in te vullen. De vorige rapportage, zo schrijft ze, heeft de beeldvorming in de Tweede Kamer negatief beïnvloed. “Onzin”, vindt Gertjan van Midden, beleidsmedewerker bij Vos/ABB. “Als ze de beeldvorming wil veranderen, zouden gemeenten zich eens wat soepeler moeten opstellen.”

Eerst zien, dan geloven
Ruim een jaar geleden besteedde het Onderwijsblad ook aandacht aan de huisvestingsperikelen. Het verhaal volgde op een aantal acties waarbij schoolbesturen, leraren en scholieren ten einde raad de noodklok luidden. In Franeker bezetten ze najaar 2004 het stadhuis, uit protest tegen het lokale onderwijsbeleid. Pyt Sybesma, woordvoerder van de onderwijscoalitie Franekeradeel (de verzamelde besturen), was erbij. “Jaren achtereen wilde de gemeente niet genoeg geld beschikbaar stellen. Daardoor zijn allerlei noodzakelijke investeringen en nieuwbouw niet doorgegaan. We riepen elk jaar: Acht ton gaat niet naar onderwijs. Dat was ons canon.”
Met de bezetting van het stadhuis haalden de besturen de landelijke pers. “Onderwijs is vaak een fikse investering. Maar als je het goed doet, merk je er weinig van. Je scoort er niet zo mee als met een prachtig nieuw plein dat je opent.”
Sybesma: “We hebben nu een planning opgesteld voor zes jaar waarin alle schoolbesturen de noodzakelijke investeringen en nieuwbouw hebben aangegeven. De gemeente heeft ingestemd met het voornemen om er elk jaar geld voor uit te trekken. Dat is mooi”, zegt hij.
Maar? “Dit is door het huidige gemeentebestuur goedgekeurd. Straks na de verkiezingen moet je afwachten welke prioriteiten de nieuwe raad belangrijk vindt. Het is geen integraal huisvestingsplan, meer een voornemen.”
Zijn motto is eerst zien, dan geloven. Dat gemeenten zelf ook de broekriem moeten aanhalen van het rijk, stelt hem niet gerust. “Ik vrees dat de rijksbezuinigingen op de gemeenten ten koste gaan van het onderwijs.”
Op het stadhuis van Dordrecht heeft gemeentelijk hoofd onderwijs Henk van Gurp een krantenknipsel in het zicht gehangen. ‘Schoolbesturen tevreden…’, kopt het artikel. “Moet je koesteren”, zegt hij.
In zijn gemeente is er met de komst van een nieuwe wethouder veel veranderd. “We constateerden dat er veel noodlokalen waren. Noodzakelijke dingen werden gedaan. Maar na verloop van tijd merk je dat je wat achter begint te lopen. Gebouwen uit de jaren zeventig rijmen op een gegeven moment moeilijk met wensen op het gebied van bouwkundige en onderwijskundige vernieuwingen. Dan kun je niet meer volstaan met de noodzakelijke aanpassingen, dan moet je fors investeren.”
Besloten werd een investeringspot samen te stellen. Een streep ging door een aantal kleinere projecten, geld werd bespaard met efficiënter leerlingenvervoer en de verzelfstandiging van het openbaar onderwijs. Herhuisvesting werkte voordelig, er kwam een bijdrage uit de pot strategische investeringen. “Alles werd bij elkaar gebracht in een grote pot van negentig miljoen. Daarmee wordt voor de helft van de scholen nieuwbouw gerealiseerd en voor de andere helft verbeteringen.” Vastgelegd in een ‘integraal huisvestingsplan’. “Dat bedrag is afgesproken en de afspraak is dichtgetimmerd. Nee, niet dat een nieuwe raad dat weer kan terugdraaien.”
Of Dordrecht voorheen dan niet te weinig besteedde aan onderwijshuisvesting? “Zover ben ik niet teruggegaan, dat weet ik niet precies. Maar nu in elk geval veel meer.”
Jan Leijten heeft zelf jaren bij een gemeente gewerkt. Nu is hij mededirecteur van Pronexus, een onderzoeks-, advies- en planningsbureau voor onderwijs en welzijn in Eindhoven. Zo'n tweehonderd gemeenten nemen regelmatig bevolkings- en leerlingenprognoses af, bijna honderd gemeenten werken met Pronexus-software voor de planning van accommodaties.
“Feit is dat er aardig wat geïnvesteerd is in het onderwijs”, vertelt hij. “Maar er zijn ook nog forse investeringen nodig. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar gemeenten van dertig- tot vijftigduizend inwoners. Die hebben meestal ook een paar scholen voor voortgezet onderwijs, en d’r moet vaak ook nog wel wat vervangen worden. Die hebben ook een regiofunctie en maken relatief hoge kosten.”
Hij vertelt dat in de begindagen van het huidige stelsel veel gemeenten nog heil zagen in een apart fonds voor onderwijshuisvesting. “Met zo’n fonds kun je elk jaar kijken hoeveel je hebt en prioriteiten aanbrengen.” Tegenwoordig zit het huisvestingsgeld in de algemene middelen. Toch kan het een groot pluspunt zijn, vindt Leijten, omdat een gemeente zo meer vrijheid krijgt. “Er wordt integraler gekeken naar de bestedingen. Denk aan koppelingen met andere voorzieningen, zoals multifunctionele accommodaties.”

Noodlokalen in het souterrain
De rector van de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen, Marcel Janssen, was eind 2003 een van de onderwijsmensen in de Gelderse stad die het water aan de lippen stond. “We zaten te krap in het jasje. We hadden een drietal noodlokalen in het souterrain gebouwd. Het was behelpen, met alleen wat bovenlichtjes. Daarnaast moesten we open ruimtes op de eerste en tweede verdieping benutten door wandjes te plaatsen.” De scholengemeenschap was voorzien op zo’n 950 leerlingen, maar zat daar enkele honderden boven.
Het omslagpunt kwam toen de besturen de handen ineen sloegen. “Voorheen zat elk bestuurtje voor zijn eigen zaak te vechten. Maar nu zijn ze gezamenlijk opgetrokken en je merkt dat onderwijshuisvesting hoger op de agenda is gekomen.” De rector is optimistisch gestemd. “We hebben veel vierkante meters aangebouwd en we hebben gerenoveerd.”
Gemeenten kunnen de rijksbijdrage ook direct doorsluizen naar de schoolbesturen, die daarmee meer beleidsvrijheid en verantwoordelijkheid krijgen. Doordecentraliseren, noemen ze dat. In Nijmegen voelen ze daar wel voor. Als alle seinen deze weken op groen gaan, kan het begin volgend jaar een feit zijn. Bestuursmanager Dirck van Bennekom: “Er was steeds gesteggel. Tussen schoolbesturen onderling. Wie er nu weer uit de ruif mocht eten. En tussen schoolbesturen en gemeente. Besturen hadden het gevoel dat het elk jaar een tombola was.”
“Het ontbreekt aan regie”, zegt Gertjan van Midden van besturenorganisatie Vos/ABB die zelf decennia bij gemeenten werkzaam is geweest. “Exemplarisch is het als er Kamervragen over worden gesteld. Dan zegt de minister van Onderwijs: Voor huisvesting en gemeenten moet u bij collega Remkes zijn. Remkes zegt: U moet bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zijn. En de VNG zegt: Het is de autonomie van gemeenten. Er is geen regie, terwijl er miljarden in omgaan.”
“Er zijn gemeenten waar onderwijshuisvesting matig op de agenda staat, om het zacht uit te drukken. Maar je ziet ook dat een wisseling van de wacht, een nieuwe wethouder, veel verandering kan brengen.”
De beleidsadviseur bemerkt een toenemende interesse voor het direct doorgeven van de rijksbijdrage. “Dat kan positief zijn. Maar het moet wel doordacht gebeuren. Niet dat een gemeente denkt: Dan ben ik er mooi vanaf. En niet dat een schoolbestuur zegt: Dat doe ik wel even. Er komt veel bij kijken en zonder de benodigde kennis kleven er grote financiële risico’s aan.”
Moeten besturen steeds bevechten waar ze recht op hebben? “Ja, daar word ik niet echt vrolijk van. Ik zie ook niet echt vooruitgang, wat dat betreft. Destijds is door de landelijke politiek gezegd dat de huisvesting een zaak is van gemeenten, die zitten daar veel dichter op. Daar kan ik me op zich wel in vinden, maar intussen is het iedereen uit handen geglipt.” Die woorden zijn actueel.
Een waterkoude ochtend, eind januari 2006. “We hebben een groot ruimtetekort”, zegt een emotionele leraar van de Daltonschool Rijnsweerd in Utrecht voor een microfoon van Radio 1. “Het gevolg is dat we leerlingen moeten ophokken. Daarom gaan we vandaag actie voeren. We voelen ons door de gemeente letterlijk in de kou gezet.”

{kader}
Ondersneeuwen
Walter Dresscher, voorzitter van de AOb: “Je ziet dat in de lokale politiek belangen van een school vaak ondergesneeuwd raken. Het zijn belangen die over een langere termijn spelen. Je kunt ook een nieuw stadion voor de voetbalclub laten bouwen. En gemeenten willen mee in de vaart der volkeren, dus er moet ook een mooi theater komen. Zo zijn er allerlei belangen en lobby’s die zich sterk maken bij de gemeente.
Ik vraag me af of het decentraliseren van de onderwijshuisvesting niet op gespannen voet staat met het belang van goed onderwijs in Nederland. Ik ben er niet zo gerust op dat het goed komt. Gemeenten moeten veel systematischer kijken naar onderwijshuisvesting. En scholen moeten proberen een vuist te maken.
Wat mensen lokaal kunnen doen? Naar campagnebijeenkomsten gaan en vragen stellen. En het onderwijs dan? Het feit dat politici zulke vragen moeten beantwoorden, is al belangrijk.”

{kader}
Hoeveel krijgt uw gemeente?
Met een digitaal rekenprogramma van Vos/ABB kunt u zelf uitrekenen hoeveel uw gemeente van het rijk krijgt voor onderwijshuisvesting. Benodigde gegevens kunt u bij de gemeente opvragen, die moet ze verstrekken. Met de uitkomsten kunt u uw pleidooi bij het lokale bestuur onderstrepen. Afdwingen kunt u niets, want de gemeente is vrij om het geld naar eigen inzicht te besteden.
www.onderwijspaleis.nl, en dan naar toolbox.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.