• blad nr 3
  • 4-2-2006
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Weg met de toetsweek

Een paar weken terug, op mijn school, toetsweek. Maar daar niet alleen. Mijn studenten van de lerarenopleiding, mijn vrouw en alle andere bij mij bekende collegae surveilleren en corrigeren eveneens tijdens die vijf werkdagen. Heel Nederland heeft precies op hetzelfde moment, vier keer per jaar, toetsweek. Dit fenomeen is niet te danken aan een oekaze uit Den Haag, van ambtenaren ver van de werkvloer, u weet wel, the bad guys zonder ook maar enige kennis van zaken. Nee, dit is een product van de zogenaamde professionals. Een leerling heeft hierdoor elk schooljaar vier keer een centraal schriftelijk examen, alleen dan slechter georganiseerd.
Want tijdens mijn surveillancebeurten stormt met enige regelmaat het gehele middenkader in opgewonden staat binnen. Alle leerlingen zitten door elkaar, in een grote zaal en zo maakt de groep 4 havo/wiskunde a het werk van 5 havo/wiskunde b; zijn de vragen bij de teksten Duits kwijt; blijkt een aantal leerlingen vermist. En, oh jee, het protocol klopt niet, de helft van de surveillanten heeft iets anders te doen, de tassen mogen de zaal niet in, dus liggen ze voor de deur, conciŽrge boos, die verplaatst de peperdure leermaterialen naar buiten, het regent. Kortom, leuk om naar te kijken. Deelnemen, alleen als het echt niet anders kan.
Met de uitvoeringsslapstick die gepaard gaat met de toetsweek valt te leven, zolang het een doel dient en dat is dus niet zo. Kijk, ik ben leraar, laat kinderen leren en uiteraard beoordeel ik ze. Een toets is daarbij een instrument. Maar groepen leerlingen zijn zelden hetzelfde. Dus maakt de een wat vaker iets, de ander wat minder, ik merk in de communicatie wat nodig is, vergis me soms, pas me aan en zo ontstaan vier kwaliteitscategorieŽn: bagger, niet goed genoeg, gaat wel en excellent. De eerste twee stalk ik, ze gaan beter presteren, die ene achterblijver doet wat over. Een beetje leraar reguleert dit proces zelf, uiteraard in overleg, vanwege de uniformiteit. Maar in het hedendaags onderwijs telt alleen het laatste. Het management regelt het toetsmoment, de leermethode het werk met norm, de leraar en zijn leerlingen staan buitenspel.
En dan nog iets. Onlangs sleurde een boze ouder een school voor de rechter, zijn kind kreeg te weinig les. Nou, zo zijn er meer. Reken maar even mee. De minimumnorm is duizend klokuren les per jaar. Een schooljaar heeft met dank aan toetsprocedures hooguit vijfendertig lesweken. Duizend uren staan voor zestigduizend minuten, een les heeft er vijftig, dat betekent dus twaalfhonderd lessen per jaar, ofwel vierendertig per week. Echt, de leerling die dat aantal daadwerkelijk krijgt, van bevoegde docenten, bestaat niet.
Leuk hoor, professionals die de school zelf inrichten. Ze papegaaien elkaar na, doen allemaal precies hetzelfde en houden zich niet aan de wet. Verbieden dus, die toetsweken, in heel Nederland graag.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.