- blad nr 2
- 21-1-2006
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
Bevoegd en bekwaam
En toen was het zover. Een kleine dertien jaar na de commissie Toekomst leraarschap staat het eindelijk allemaal op papier. De uitspraak ‘eens bevoegd is niet altijd bekwaam’ mag dan in de loop der jaren wat versleten aanvoelen, hij verwoordt uitstekend de verandering die het onderwijsland dit jaar te wachten staat. De benodigde wetgeving ligt klaar.
De gedachte achter de Wet op de beroepen in het onderwijs (bio) is dat een docent niet meer blind kan varen op het ooit gehaalde diploma. Niet alleen bevoegdheid, maar ook bekwaamheid wordt een criterium. De leerkracht moet gaan voldoen aan een serie ‘bekwaamheidseisen’. Die zijn landelijk opgesteld en kunnen door een schoolleiding verder worden aangekleed. De schoolleiding bewaakt het bekwaamheidsdossier en maakt de gewenste nascholing en cursussen mogelijk. De inspectie controleert.
Marten Kircz, AOb-hoofdbestuurder en docent Nederlands aan het Amsterdams Lyceum: “De docent heeft het recht om binnen werktijd professioneel geschoold te worden, op kosten van de baas. En hij heeft de plicht om het te doen. Hij kan zich er dus niet aan onttrekken.”
Martin Knoop, dagelijks bestuurder AOb: “Bijscholing gebeurt soms te weinig en te weinig gestructureerd. Het is goed dat er nu rechten en plichten worden vastgelegd.”
Kunnen en kennen
‘Uit onderzoek dat we hebben laten doen blijkt dat leraren heel graag niet hun leven lang hetzelfde willen doen.’ Andrée van Es, voorzitter van de commissie Toekomst leraarschap, in een interview in 1993.
De kwaliteit van het onderwijs is gebaat bij bekwame leerkrachten, zegt voorzitter Annet Kil van de Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel (SBL).
SBL heeft op verzoek van de minister zeven centrale bekwaamheidseisen op papier gezet die als een leidraad dienen voor leerkrachten in het po, vo en bve (zie kader). Die bekwaamheden gaan niet alleen een rol spelen voor de docent op school, maar ook bij pedagogische instellingen die ze opleiden. De term ‘competentie’ blijkt onvermijdelijk. Voor leerkrachten zijn ze er per sector, voor ondersteunend personeel en po-schoolleiders komen ze nog.
Die bekwaamheden heeft de SBL niet zelf bedacht, benadrukt Kil meer dan eens. In brainstormsessies en rondetafelgesprekken hebben docenten uit de praktijk de ingrediënten aangedragen voor het competentiemenu dat SBL heeft samengesteld.
De competenties zijn per sector uitgewerkt met ‘indicatoren’. Bij de ‘interpersoonlijke competentie’ is bijvoorbeeld een indicator voor het basisonderwijs: ‘Hij houdt in zijn taalgebruik, omgangsvormen en manier van communiceren rekening met wat gebruikelijk is in de leefwereld van zijn leerlingen’.
“Er is historie geschreven”, vindt Kil. “Het is de eerste keer dat leraren zo zijn betrokken bij de beschrijving van hun beroepsbekwaamheid.”
Haken en ogen
‘Ook het wat softe karakter van de huidige bekwaamheidseisen stelde mijn fractie teleur: veel agogie, weinig cognitie.’ Ronald van Raak (SP), tijdens de wetsbehandeling bio in de Eerste Kamer, juni 2004.
Aan de bekwaamheidseisen ging veel discussie vooraf. Het kan natuurlijk ook niet anders, maar niet iedereen is even enthousiast. In het parlement werden vraagtekens geplaatst bij de beschreven competenties. Te weinig vakinhoudelijk, ze zouden wel erg doen denken aan de mode van het competentieleren. SP-senator Van Raak stak er bij de wetsbehandeling anderhalf jaar geleden de draak mee. VVD-collega Dupuis zei: ‘Maar verder rijst het beeld op van de wellicht sociaal vaardige en anti-autoritaire leraar van de jaren zeventig. Pieter Jaap in tuinbroek en met lange haren.’
Dat vakbekwaamheid in elk geval wel is opgenomen, vindt AOb-bestuurder Knoop een belangrijke plus. “Ik ben blij dat we daarop hebben aangedrongen.”
De Raad van State had in het voorjaar flinke kritiek. De raad miste de vereiste juridische formuleringen, stuitte op termen die voor verschillende uitleg vatbaar zouden zijn en vroeg zich af of zulke eisen ‘naleefbaar, controleerbaar en handhaafbaar’ zijn. De minister wijst er in haar reactie op dat de bekwaamheidseisen door leraren zelf zijn aangedragen, en herkenbaar zijn voor het beroepsveld.
De praktijk kent nog wat andere onduidelijkheden. Uiterlijk wanneer moet een docent aan alle competenties hebben voldaan? En welke beloningen of sancties worden aan de bekwaamheidseisen gehangen? De wet houdt zich daar buiten; Van der Hoeven laat het over het bevoegd gezag en de docent. Die moeten daarover afspraken maken.
“Ik weet dat het verkeerd kan worden aangewend”, zegt SBL-voorzitter Kil. “Maar wie kwaad wil, kan dat nu ook al.”
Ze ziet de bekwaamheden als een “kader waarmee een school aan de slag gaat, niet als beoordelingslijstjes”. “Ze zijn niet bedoeld als afvinklijstjes voor de personeelsfunctionaris. Zo van: aan competentie 3, indicator 2 niet voldaan. Daar is het onderwijs te divers voor.”
Papier en praktijk
“Als iemand competentie a, b of c roept, zie je opeens allerlei deskundigen met cursussen opduiken. Er komt ook een heel circus op gang.” Peter van Tuijl, rector Almende College in Silvolde.
We dóen het al met competentiemanagement, verklaren scholengemeenschappen.
Drie jaar terug heeft het Almende College in Silvolde competentiemanagement ingevoerd en toegepast in de voortgangsgesprekken. En nu volgen de landelijke bekwaamheideisen. Rector Van Tuijl: “Waar ik wel een beetje bang voor ben is dat het hele onderwijs weer achter dat paard gaat aanhollen. We hebben gemerkt dat het afvinken van competenties een te theoretische benadering is. Het is een instrument, geen doel op zich.”
“De wet zet meer de puntjes op de i”, denkt Maartje Dolkemade, hoofd p&o van het Pius X College te Bladel. “Ik denk dat veel scholen er al mee bezig zijn op hun eigen manier.”
Als schoolleiding en personeelsmanagers maar geen cursussen van bovenaf opleggen, zeggen Knoop en Kircz in koor. “Dus niet dat er op dinsdag op het prikbord staat dat een bureau over twee dagen wat komt vertellen over competenties. De docent weet welke scholing hij nodig heeft”, aldus Kircz. “Scholen die de boodschap hebben begrepen en de docent de ruimte geven voor professionele bijscholing, die zijn het interessantst voor leraren. Het is in het belang van een directie om de middelen en het geld beschikbaar te stellen voor die scholing.”
{Kadertje}
1 Interpersoonlijke competentie: leiding geven en zorgen voor een goede sfeer van omgaan met en samenwerking tussen leerlingen.
2 Pedagogische competentie: zorgen voor een veilige leeromgeving en bevorderen van persoonlijke, sociale en morele ontwikkeling.
3 Vakinhoudelijke en didactische competentie: zorgen voor een krachtige leeromgeving en bevorderen van het leren.
4 Organisatorische competentie: zorgen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgerichte sfeer in de leeromgeving.
5 Competent in samenwerken in een team: zorgen dat het werk afgestemd is op dat van collega's; bijdragen aan het goed functioneren van de schoolorganisatie.
6 Competent in samenwerken met de omgeving: in het belang van de leerlingen een relatie onderhouden met ouders, buurt, bedrijven en instellingen.
7 Competent in reflectie en ontwikkeling: zorgen voor de eigen professionele ontwikkeling en de kwaliteit van de beroepsuitoefening.