• blad nr 2
  • 21-1-2006
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

Carričre na de pabo 

Ik wil niet vastroesten

Vijf pabo-studenten over hun loopbaanverwachtingen. De een overweegt een vervolgopleiding tot remedial teacher. De ander sluit een baan in het vmbo niet uit. Geen van allen wil directeur worden en niemand verhuist graag voor een nieuwe baan.

Eerst maar eens aan het werk, luidt het parool van vijf vierdejaars studenten aan de Katholieke pabo Zwolle. Tijdens een gesprek met het Onderwijsblad vertellen zij openhartig over hun toekomstverwachtingen en –dromen.
Het vijftal is sceptisch over de start van hun onderwijscarričre. Volgens het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht is dat nergens voor nodig. In het recente rapport De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2010 meldt het researchcentrum dat opleidingen in de onderwijssector op alle niveaus redelijke tot goede arbeidsmarktperspectieven bieden. Maar de Zwolse studenten krijgen andere geluiden te horen van al afgestudeerden en op scholen waar zij stage lopen. Saskia Siemensma (22): “Invallers krijgen via een puntensysteem voorrang. En er zijn veel invallers.” De stichting van Thomas van der Meij (23) werkt met een soortgelijke methode. “Pas wanneer je 27 weken invaller bent, mag je intern solliciteren. En een stage telt niet mee.” Niet dat hij daar kans maakt op een baan. “Ik studeer aan een katholieke hogeschool, maar ben zelf protestants. Mijn stageschool is katholiek en dat botst. Ze willen katholieke leerkrachten.”
“Het is moeilijk”, beaamt Esther Linthorst (22). “Tenminste, hier. In de randstad zijn meer banen.” Op de vraag of ze daar dan niet willen werken, antwoorden ze bijna eensgezind met ‘nee’. Ze willen in Zwolle blijven, of terug naar hun voormalige woonplaats. Alleen Mark Slagman (21) sluit de randstad niet direct uit. “Als je wat wilt, moet je wat”, zegt hij. “Het is wel een goede ervaring om te werken op een zwarte school, en die heb je hier weinig”, stelt Saskia. “In de randstad zijn kinderen veel directer”, weet Thomas. “Zelf kom ik uit Hallum, boven in Friesland, daar hebben mensen een andere mentaliteit. Hier zijn kinderen veel mondiger. Ze zeggen wel dat Zwolle de poort naar de randstad is, dat merk ik op school.” Jaargenoot Saskia begint wat te lachen: “Ik dacht juist dat ze zeggen dat de wereld ophoudt na Zwolle.”
Op andere vlakken zijn ze wel in voor verandering. “Het is wel zo fris om na een paar jaar aan een andere groep les te geven”, denkt Thomas. “Twee dagen lesgeven kost mij al vier tot vijf uur aan voorbereiding. Maar uiteindelijk krijg je een soort routine”, vertelt Esther. “Dat kan een valkuil zijn”, waarschuwt Mark. “Ik wil niet vastroesten.” Om dat tegen te gaan wil niemand van het vijftal lang voor dezelfde groep staan.

Directeurszetel
Een baan buiten het reguliere basisonderwijs wordt niet geschuwd. “Ik heb een vmbo-traject gevolgd en stage gelopen op een vmbo-school. Daar zou ik ook wel willen werken. Ik houd van de bovenbouw, van de oudere kinderen. Ik vind het leuk om de discussie met ze aan te gaan. Met vmbo-leerlingen kun je leuk discussiëren, bovendien kun je je lessen aanpassen. Wat in het eerste uur niet goed ging, kun je in het tweede uur beter doen. In het basisonderwijs krijg je geen tweede kansen.”
De andere vier denken op een andere manier een gevarieerde carričre te krijgen. “Ik neig eerder naar het speciaal onderwijs”, vertelt Mark. “Vóór de pabo heb ik een opleiding tot klassenassistent gedaan. Tijdens die studie liep ik stage op een school voor doven en slechthorenden. Omdat ik zelf ook gedeeltelijk doof ben, begrijp ik min of meer welke problemen ze hebben.” Mark koos voor de pabo omdat hij meer verantwoordelijkheid wilde. “Als onderwijsassistent ben je toch een soort hulpje. In je eigen klasje kun je jouw dingetjes doen, dat spreekt me meer aan.”
De leiding over de klas nemen de aankomende leerkrachten graag op zich. Voor een grotere verantwoordelijkheid bestaat minder animo. Niemand aast op de directeurszetel. “Tegen mij zeggen ze altijd: Jij zult wel directeur worden”, zegt Saskia. “Maar dat zie ik niet zitten. Ik wil wel meer dan alleen voor de klas staan. Daarom ga ik volgend jaar beginnen aan een opleiding tot remedial teacher. In de toekomst ben ik het liefst de helft van de tijd remedial teacher en sta ik de andere helft voor de klas.”
Ook Marloes Oost (22) overweegt de opleiding tot remedial teacher. Ze wil haar kansen op de arbeidmarkt vergroten. Die zijn al niet slecht omdat zij bewegingsonderwijs als specialisatie doet. “Op de meeste scholen willen ze wel mensen die bevoegd zijn om bewegingsonderwijs te geven. Dat werkt hopelijk in mijn voordeel.”
Over een paar maanden doen de pabo-studenten hun eerste sollicitatiebrieven de deur uit. Op Thomas na sturen alle studenten allereerst een brief naar de stichting waartoe hun stageschool behoort. Marloes zal benadrukken dat zij de sportieveling in het team is. Thomas zal zich bij Friese scholen aanprijzen als een artistieke collega, hij doet de afstudeerrichting drama. “Bovendien houd ik van muziek en tekenen. Ik speel gitaar, daar wil ik mijn voordeel mee doen.”
En zo hebben ze allemaal hun talenten. “Ik ben man, daar heb ik al profijt van”, vertelt Mark verontschuldigend. “Het is lullig, maar mannen zijn gewild in het basisonderwijs, dat hoor je overal. Ik ken een school waar alleen maar vrouwen werken. Op mijn stageschool zijn ook weinig mannen. Als daar eens een klusje moet gebeuren, kijken ze direct naar mij.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.