• blad nr 1
  • 7-1-2006
  • auteur J. van Aken 
  • de Vereniging

 

Medezeggenschapsraden berekenen zelf lumpsum

Per augustus krijgt het basisonderwijs te maken met lumpsumfinanciering, een pot geld voor alle uitgaven. In het voortgezet onderwijs bestaat dit systeem al jaren. De AOb biedt via de site een - vanaf dit jaar gewijzigde - spreadsheet aan waarmee medezeggenschapsraden in het voortgezet onderwijs zelf de lumpsum kunnen berekenen.

“Het is belangrijk om medezeggenschapsraden gereedschap te geven om de cijfers en het beleid van directie te controleren”, vindt Ron van der Hoek, vakbondsconsulent en docent informatica. Vandaar dat de AOb sinds 2003 via de site een spreadsheet aanbiedt waarmee medezeggenschapsraden (MR’en) in het voortgezet onderwijs de lumpsum kunnen berekenen. “Directies en besturen hebben de neiging slecht nieuws achter te houden. Daarom is het goed niet afhankelijk te zijn van informatie van de directie en zelf op elk willekeurig moment te kunnen bekijken hoe het ervoor staat”, vindt hij. Hoeveel MR’en het gebruiken, is niet bekend. “Wel wordt gezegd dat het handig is dat het er is”, merkt Van der Hoek op.
Hij wijzigde het rekenblad vanwege de veranderingen in 2006 (zie kader). “Ik informeerde naar de wijzigingen en de bond vroeg mij om het rekenblad aan te passen. Ik vind puzzelen leuk en regelingen in een spreadsheet verwerken ook. Zo krijg je overzicht en zie je wat het effect op beleid zal zijn.”
Ook het primair onderwijs dat in augustus overgaat op lumpsumbekostiging kan baat hebben bij zo’n spreadsheet, denkt hij. “Het is een onzekere periode voor MR’en omdat ze geen ervaring met lumpsum hebben. De AOb probeert daar met voorlichtingsbijeenkomsten wat aan te doen.” Ook voor directies en besturen betekent de invoering onzekerheid. “In het begin van de lumpsum in het voortgezet onderwijs zag je dat directies en besturen veel geld oppotten omdat ze als de dood waren geld tekort te komen. Dat valt nu wel mee. Het is belangrijk daar goed zicht op te houden”, vertelt Van der Hoek.
Hij signaleert dat vooruitlopend op de lumpsum veel basisscholen zich losmaken van de gemeente en gezamenlijk stichtingen vormen. “Zo spreid je het risico”, verklaart hij.

{kader}
Twee belangrijke wijzigingen lumpsum
Het moment van betaling verschuift en de leeftijdscorrectie verandert. Daarom paste Ron van der Hoek de spreadsheet om de lumpsum te berekenen aan.
Vanaf 2006 betaalt het ministerie van Onderwijs de lumpsum per kalenderjaar uit in plaats van per schooljaar. Wijzigingen in het leerlingenaantal bij de oktobertelling merkt een school nu al in januari in het budget, terwijl dat voorheen pas in augustus gevolgen had. “MR’en realiseren zich dat onvoldoende. Directies stellen op basis van voorspellingen al in september de formatie vast. De taak van de MR’en is goed naar de waarde en betrouwbaarheid van de voorspellingen te kijken. Het is belangrijk om goed een vinger aan de pols te houden”, vindt Van der Hoek.
Daarnaast heeft het ministerie de leeftijdscorrectie in de lumpsumberekening gewijzigd. Voorheen kreeg je bij een ouder (dus duurder) personeelsbestand meer geld dan bij een gemiddeld jonger lerarenkorps. Vanaf 2006 gaat het ministerie uit van een landelijk gemiddelde. De gedachte is het systeem te vereenvoudigen. Scholen met een gemiddeld ouder personeelsbestand kost dit geld. Daarom is er een overgangsregeling afgesproken. Vijftien procent moeten de scholen zelf dragen, alles daarboven krijgen ze de eerste vijf jaar gecompenseerd. “MR’en dienen er rekening mee te houden dat het bedrag voor vijf jaar in een keer wordt uitbetaald en dat scholen met een gemiddeld jonger personeelsbestand in een keer afgeroomd worden”, zegt Van der Hoek.

De spreadsheet is te vinden op www.aob.nl via kopje ‘VO’ en vervolgens ‘medezeggenschap’, klik op ‘In goed overleg: een rekenprogramma voor de mr’.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.