• blad nr 1
  • 7-1-2006
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Godenzonen

De mannelijke student op de pabo is schaars. Daar lijden ze niet onder. Integendeel. Hun zelfbewustzijn gaat er in al die klassen vol vrouwen met sprongen op vooruit. Zelfs de meest contactarme en talentloze mannelijke student ziet nog kans om ergens hulp te mobiliseren. Ooit moederde ik zelf over een mannelijke medestudent. De jongen in kwestie was mijn buurjongen. Een vriendelijke doch wat onhandige jongen die zelfs bij het meest gehoorzame en aandachtige kind nog een monstertje wakker wist te kussen. Ik hielp hem bij de lesvoorbereidingen, bij de tentamens en bij de frustratie die steevast opdook na afloop van zijn lessen en tentamens. Ik had het nooit moeten doen. Zijn ambities op de pedagogische academie hadden een snelle en pijnloze dood moeten sterven. Nu maakte mijn hulp zijn lijdensweg alleen maar groter. Die ervaring helpt mij helaas nooit in de begeleiding van studentes die ik met een zelfde soort knaap zie rond zeulen. Je kunt een vrouw niet tegenhouden als zij wenst te koesteren en ondersteunen. Je kunt alleen maar wachten tot zij haar last vanzelf neer laat kletteren. Dat moment kan er zomaar ineens zijn. Hier heb je hem, lijken ze te zeggen als ze plotseling à la minute een gesprek willen over de samenwerking. Neem hem alsjeblieft over, anders doe ik hem wat. De talentvolle mannelijke studenten hebben echter de tijd van hun leven op de pabo. Zij buiten hun schaarsheid ten volle uit. Het is een prettig contrast voor ze want in de buitenwereld moeten zij zich om de haverklap verantwoorden voor hun eerloze keuze voor de pabo. Mietjes heten ze daar. Alle heren lijken in de vooronderstelling te leven dat ze binnen de kortste keren een baan hebben. Die wetenschap geeft ze soms iets onaantastbaars: geef dat diploma nou maar gauw, de wereld wacht op mij. Op de stageschool die ik in het dorp E. bezoek, loopt derdejaars student Maarten als een godenzoon rond. Hij is de enige man op school. Alle meisjes uit groep 8 giechelen en duwen elkaar naar voren als ze hem zien op het schoolplein. Met de orde in zijn eigen stageklas heeft hij geen enkel probleem. De meisjes hangen aan zijn lippen, de jongens vinden hem stoer en leuk. Als ik met hem langs de ramen van andere klassen loop, zie ik dat meisjes elkaar aanstoten. Kijk daar gaat hij! Gniffel, gniffel, leuk is ‘t-ie hè? De rol van godenzoon past hem precies. Ook zijn mentoren vinden hem leuk. Het is een lieve behulpzame jongen, zeggen ze, hij kan goed met kinderen omgaan. Wat wil je verder nog weten? Lief en behulpzaam… menige vrouwelijke student zal met louter deze kwalificaties haar propedeuse niet eens halen.
Op de pabo zit hij in een speciale klas die alleen uit mannen bestaat. Veel van mijn klasgenoten zitten in net zo’n situatie, vertelt hij. Het is ook wel eens lastig want je weet eigenlijk nooit meer of je nou echt goed lesgeeft of dat het komt omdat je de enige man bent. Ik kijk hem aan. Aardige jongen toch, denk ik. Zo lief met koffie in de weer, zo behulpzaam met mijn jas. Natuurlijk is hij goed. Of moet ik misschien toch mijn collega Leo maar eens sturen?

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.