• blad nr 1
  • 7-1-2006
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

Jonge honden en oude rotten voor de klas 

‘Als de sfeer goed is, blijf je zitten

‘Groen’ voor de klas is redelijk uniek. ‘Grijs’ is gangbaar. Een kleurtje daartussenin wenselijk. Wat betekent het voor een school als het merendeel van de leraren vijftigplus is? Of als veel docenten vers van de pabo komen? Over personeelsbeleid, financiële problemen en grijze proppen.

In de Zwolse vinex-wijk Stadshagen is alles pril. Spiksplinternieuwe huizen staan nog midden in de blubber, bomen hebben een iel stammetje. En de meeste inwoners zijn jeugdig. Volgens de laatste meting van de gemeente is slechts 5,4 procent ouder dan 65 jaar. De gemiddelde leeftijd van de Stadshagenaar bedraagt 31.
Ook basisschool de Wendakker oogt fris. Het ruikt er naar nieuw zeil, vers beton met een zweem verf. Niet verwonderlijk, de brede school opende pas september dit jaar haar deuren. Groep 7 en 8 bestaan nog niet. De jonge leerlingen worden opgeleid door jeugdige leerkrachten. De gemiddelde leeftijd van het personeel is 35 jaar. De basisschool valt onder de Zwolse stichting christelijk primair onderwijs Vivente. Onder de stichting vallen vijftien scholen, de Wendakker heeft het jongste lerarenkorps.
In Nederland heeft slechts drie van de tien scholen een ‘groene’ leeftijdsopbouw: minimaal dertig procent van het personeel is jonger dan 35 jaar en maximaal veertig procent ouder dan vijftig. Uit de nota Werken in het onderwijs 2006 van het ministerie van Onderwijs wordt duidelijk dat de vergrijzingsproblematiek het sterkst speelt in het voortgezet onderwijs en de bve-sector. In het voortgezet onderwijs is veertig procent van het onderwijspersoneel vijftigplus, in de bve-sector 46 procent en in het basisonderwijs 29 procent.
“Vanaf de jaren zeventig genieten jongeren langer onderwijs. Toen is de vraag naar leraren in het middelbaar onderwijs en de bve toegenomen. Veel van die leraren zitten er nog steeds, terwijl het aantal leerlingen is afgenomen. Dat is de reden dat die scholen grijzer zijn dan basisscholen”, vertelt Jan Veringa, directeur arbeidsmarkt en personeelsbeleid bij het ministerie. Bovendien gingen veel scholen voor voortgezet onderwijs en in de bve-sector de laatste tien jaar een fusie aan. “Dat kost arbeidsplaatsen”, weet Nico van Kessel, onderzoeker bij het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen. “De ontslagvolgorde gaat via het last in, first out-principe. Ouderen blijven zitten, jongeren ruimen het veld. Bovendien stimuleerde de overheid in de jaren tachtig verjonging door bijvoorbeeld de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel. Daardoor konden leerkrachten er vanaf hun 55ste in deeltijd uit. Maar toen het wachtgeld in de jaren negentig voor rekening van het ministerie van Onderwijs kwam, werd dit soort regelingen geschrapt.”
“Wanneer er dan wel een vacature komt, is het logischer een eigen wachtgelder aan te nemen: daar wordt toch al voor betaald”, zegt Eva van der Boom, senior consultant bij onderzoeksbureau Ecorys-NEI.
Veringa van het ministerie: “Gelukkig liggen de grootste problemen met de wachtgelders nu achter ons. De afgelopen vijf jaar is het aantal wachtgelders per jaar met tien tot vijftien procent afgenomen.”
Toch heeft dat in het middelbaar onderwijs en de bve geen verjonging tot gevolg. “De vergrijzing vindt zijn oorsprong twee of drie decennia terug”, verklaart Veringa. Bovendien spelen er nieuwe problemen. “De bve is bijvoorbeeld met de marktwerking in de educatie de pineut”, zegt Van Kessel van het ITS. Roc’s moeten concurreren met commerciële opleidingsinstituten en dat kost arbeidsplaatsen. “Je kunt pas jongeren binnenhalen als er ouderen vertrekken, of als er groei is. Er zijn niet veel scholen die groeien.”

Financiële aderlating
Een ouder lerarenkorps veroorzaakt de nodige problemen, weten Frank Lambriks en Laurent Panders, voorzitter college van bestuur en hoofd personeel en organisatie van Onderwijsgemeenschap Venlo en omstreken. De acht scholen die in 1996 samen de gemeenschap gingen vormen zijn grijs. Ongeveer driekwart van het personeel is ouder dan 45 jaar. Vijftig procent is vijftigplus.
“Als ik zeg dat wij gemiddeld een oud personeelsbestand hebben, zeg ik ook dat wij een duur bestand hebben”, vertelt Panders. “Meer dan tachtig procent zit aan de top van zijn salarisperspectief. Dan hebben we ook nog allemaal mensen die van de bapo-regeling gebruikmaken. Dat is een behoorlijke financiële aderlating van anderhalf miljoen euro per jaar.”
Scholen worden voor een personeelsbestand met een gemiddelde leeftijd bekostigd. Wie veel ouderen in dienst heeft, krijgt niet meer geld. “Scholen moeten vooruitkijken en een strategisch personeelsbeleid voeren”, vindt Veringa van het ministerie van Onderwijs. Lambriks en Panders zijn het met hem eens. Maar hoe doe je dat als je financieel vastzit? Niet.
“Over een aantal jaar gaat een groot gedeelte met pensioen, daar ligt onze kans. Wij willen dan een personeelsbestand creëren met een evenwichtige leeftijdsopbouw”, licht Panders toe. Dat betekent niet dat de Venlose Onderwijsgemeenschap groen wordt, benadrukt Lambriks. “Wij nemen niet de grijze prop van de toekomst aan.”
Uit de nota Werken in het onderwijs 2006 valt op te maken dat vrijwel alle schooldirecteuren een evenwichtige leeftijdsopbouw als ideaal zien. Scholen met veel jonge leraren vinden het prettig als er ook oudere leerkrachten zijn. De belangrijkste reden daarvoor is dat ouderen stabiliteit in het team brengen, zowel inhoudelijk als sociaal. En jongeren waarderen de ervaring van ouderen. Maar een grijs team is verre van ideaal. “Oudere leraren hebben al zoveel innovaties meegemaakt. Sommigen hebben het gevoel dat ze om de haverklap weer iets nieuws moeten. Als er veel van zulke leraren zijn, is het lastig om vernieuwingen door te voeren”, vertelt Van der Boom van Ecorys-NEI. “Oudere leerkrachten zijn minder geneigd om hun manier van lesgeven aan te passen. Ouderen zijn vaak minder flexibel”, beaamt Geert Ensing, waarnemend directeur van de Wendakker in Zwolle.

Goede Tijden
“In een cultuur die op veteranen is georiënteerd, voelen jongeren zich niet thuis”, weet Van Kessel van het ITS. “In een omgeving met alleen jongeren wordt het wiel keer op keer uitgevonden. Een gemengd personeelsbestand is het beste, ook voor het imago van de school. Leerlingen willen ook wel eens met hun leraar praten over MTV, over een pas gelezen boek of Goede Tijden.”
Ook ouders spiegelen zich graag aan de leerkracht, stelt Ensing van de Wendakker. Vandaar dat jonge leraren volgens hem zo goed passen in een jonge wijk met een nieuwe school. Op de Wendakker is bijvoorbeeld faseonderwijs ingevoerd. Een leerling kan het werk van een hoger niveau doen, maar daarvoor hoeft hij niet naar een andere groep. “Omdat er veel nieuwe dingen bij komen kijken, is flexibiliteit noodzakelijk”, vertelt Ensing. Nieuwe leraren op de Zwolse basisschool - ook degenen die de twintig gepasseerd zijn - krijgen daarom een coach.
Ervaring is volgens Ensing niet aan leeftijd gebonden. “Een van onze coaches is bijvoorbeeld net dertig. Sommige mensen zijn er gewoon voor gemaakt.” Over de samenwerking tussen de vele jonge en de paar oudere leraren op zijn school is Ensing erg tevreden. “Het is ook leuk om te ontdekken dat ouderen niet altijd alles beter weten.”
Wanneer er een vacature zou komen, gaat de voorkeur gezien de samenstelling van het team toch uit naar de oudere leerkracht. “Zolang we groeien, proberen we de mix te handhaven. Wij willen over twintig jaar geen grijze school zijn.” Dat risico is aanwezig want onderwijzers zijn honkvast. “Als de sfeer goed is, blijf je zitten.”
Jammer, want in de nota van het ministerie staat dat ‘oudere leraren die regelmatig van functie, taken of school zijn gewisseld doorgaans tevredener zijn dan oudere leraren die dit niet hebben gedaan’. Daarom moet elke leerkracht op de Wendakker om de paar jaar voor een nieuwe groep staan. Ook probeert Vivente, de stichting waar de Wendakker onder valt, de doorstroom te bevorderen door uitwisseling. Onderwijzers die op een andere school van de stichting willen lesgeven, kunnen met een collega van baan wisselen. Een jonge leraar in een jong team kan bijvoorbeeld ruilen met een oudere leerkracht in een ouder team.

Carrière
Ook de Venlose Onderwijsgemeenschap is voor mobiliteit. Uitwisseling tussen de verschillende scholen lost echter geen problemen op, omdat het bestand op alle scholen van de gemeenschap grijs is. Detachering zou wel een mogelijkheid zijn, maar is te duur. “Je krijgt problemen met de BTW, je moet meer betalen”, weet Panders. Dus zit er niets anders op dan blijven wachten tot ouderen met pensioen gaan. Maar tegen de tijd dat dat gebeurt, is er waarschijnlijk weer een lerarentekort. Daarom adviseert Veringa van het ministerie niet op de tekorten te wachten “wanneer je weer genoegen moet nemen met wat je maar kunt krijgen”.
Dat doen ze in Venlo ook niet. Panders: “Wij hebben steeds meer stagiairs. Vooral in de onderbouw van het vmbo maken wij steeds meer gebruik van breed inzetbare docenten. Misschien kunnen we – vooruitlopend op het tekort – pabo-opgeleide docenten aantrekken voor het vmbo. Ook kijken we naar ‘opscholing’. De meeste docenten die straks vertrekken, hebben een eerstegraads lesbevoegdheid. Wij gaan docenten met een tweedegraads bevoegdheid stimuleren om hun eerstegraads bevoegdheid te halen.”
Leraren in Venlo kunnen straks beter carrière maken. Dat is nu binnen de Onderwijsgemeenschap lastig omdat alle LD-functies vergeven zijn. “Wij willen dat mensen die binnenkomen, straks een goede carrière maken. Daarom willen we straks een bestand waarin vijftig procent LB’er is, 35 procent LC’er en vijftien procent LD’er.”

{Kader plus tabel}

Vergrijzing

In Nederland is het onderwijs een vergrijsde sector. In de bve is 46 procent van het onderwijspersoneel vijftig jaar of ouder. In het voortgezet onderwijs is dit veertig procent. Ook andere landen vergrijzen, blijkt uit cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. In Italië, Zweden en Duitsland is het onderwijspersoneel nog ouder dan in Nederland. Portugal en Korea hebben een relatief jong lerarenkorps. Daar zijn nog veel leraren in het middelbaar onderwijs jonger dan veertig jaar.

{tabel 7.3 (pagina 87) uit Werken in het onderwijs 2006}

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.