• blad nr 1
  • 7-1-2006
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

Wethouder Leonard Geluk over de Rotterdamse werkelijkheid 

Iedere ouder moet naar de kinderboerderij gaan

Ambitie kan de Rotterdamse onderwijswethouder niet ontzegd worden. De havenstad kampt met grote problemen, maar Leonard Geluk heeft overal een oplossing voor. Hij wil kinderen goed in de gaten houden. Ouders moeten verplicht worden om Nederlands te spreken en de zorg voor hun kroost weer op zich te nemen. Om de vlucht van gezinnen de stad uit te stoppen, wil hij drieduizend woningen per jaar voor hen bouwen.

Het Rotterdamse stadhuis pronkt aan de Coolsingel, het is een van de weinige gebouwen die na de oorlogsbombardementen overeind bleef. Op de eerste verdieping zetelt de wethouder voor onderwijs en integratie Leonard Geluk. Een man met tomeloze ambitie. Op de vraag wat zijn belangrijkste slogan voor de komende gemeenteraadsverkiezingen wordt, zegt hij: “Dat scholen afspiegelingen zijn van de buurt.” Na een kwartier heeft hij er nog een: “Er is geen buurt waarin meer gezinnen vertrekken dan erin komen.” Een reclamebureau zou daar nog even aan moeten sleutelen, maar het komt er op neer dan zijn belangrijkste doel voor de komende vier jaar is de vlucht van gezinnen te stoppen.
Op dit moment is een kwart van de Rotterdamse bevolking jonger dan achttien jaar, de meesten zijn arm, slecht opgeleid en allochtoon. Onder hen veel tienermoeders. Het aantal eenoudergezinnen is 33 duizend, een kwart van het totaal aantal gezinshuishoudens. Geluk: “Je moet niet alle eenoudergezinnen over een kam scheren, maar veel van die ouders - vaak moeders - hebben eigenlijk begeleiding nodig omdat ze door werkloosheid, schulden en ruzies de opvoeding niet meer aankunnen. Ik verwacht dat er over een aantal jaren meer eenoudergezinnen zijn dan gezinnen met twee ouders. Dat is de Rotterdamse werkelijkheid.”
In 2003 verscheen het rapport De Staat van Rotterdam. Uw stad scoorde daarin op alle punten slechter dan de andere grote steden. Is er sindsdien iets veranderd?
“Ja, er komt per 1 januari een nieuwe wet, waarbij mensen in bepaalde wijken alleen mogen wonen als ze werk hebben. Als je dat koppelt aan nieuwe woningen, die vooral aantrekkelijk zijn voor gezinnen, kun je weer een nieuwe balans krijgen in een buurt. Momenteel verdwijnen er driemaal zoveel middenklasse gezinnen, dan er weer in komen. Wat dat betreft ben ik jaloers op Amsterdam, daar ligt de verhouding nu positief.”
Geluk beseft dat hij een grote concurrentie heeft aan plaatsen als Barendrecht, waar kinderen veilig op straat kunnen spelen en er niet te veel gedoe is met parkeren. “Het is een ongekend hoge ambitie, want alle omliggende wijken en gemeenten hebben al voor gezinnen gebouwd, maar we gaan het winnen. De Kop van Zuid is al een goede mix van goedkope en duurdere woningen, dus het kan lukken.”
Er zijn nu drie scholen met een dubbele wachtlijst, wat gaat u nog meer doen om gemengde scholen te krijgen?
“Het gaat er vooral om hoe je de ouders verleidt. Zij moeten gemobiliseerd worden en zich gezamenlijk aanmelden bij een school. Wij willen blijven opereren vanuit artikel 23, dus geen vormen van dwang, de ouders moeten er achter staan, ook met die dubbele wachtlijst. Leerlingen worden dan geselecteerd op hun taalachterstand, dus niet op etniciteit. Maar in een compleet zwarte wijk is dit natuurlijk niet mogelijk.”
Uw voorganger Sjaak van der Tak vond dat gemeenten te weinig bevoegdheden hebben om in te kunnen grijpen op een slecht lopende school. Kunt u dat nu wel?
“Nee, die discussie loopt nog steeds. We hebben wel gesprekken met Van der Hoeven over een interventiemacht, maar tot nu toe kan alleen de inspectie ingrijpen. Wij moeten soms tientallen miljoenen investeren in een school, maar als het management van zo’n school slecht is, dan zou dat voor ons een reden zijn om dat niet te doen. We hebben momenteel met de besturen afgesproken dat we alle scholen de maat nemen. Net als bij een stoplicht krijgen ze dan ‘rood’ of ‘groen’. Van de driehonderd scholen zijn er 25 die het rode licht hebben gekregen. Zij krijgen extra hulp, op de manier van het oude onderwijskansenplan. Besturen moeten er wel aan meedoen, ik ga niet meer in scholen investeren die zelf niet aan verbetering willen werken.”
In Engeland worden schoolleiders die het niet goed doen, ontslagen.
“Ja, Labour is daar heel ver in gegaan. Het zou wel moeten, want op het moment dat een directeur niet functioneert, heeft dat enorme gevolgen voor de kinderen. Je kunt er nog zoveel programma’s in stoppen, dat heeft geen zin. Het voordeel van ons stoplichtenmodel is dat er ook gekeken wordt naar het management.”
De wethouder wil eigenlijk alleen nog ‘brede’ scholen in zijn gemeente. “Maar er zijn scholen die het gewone lesgeven al heftig genoeg vinden, de ouders moeten volgens hen de rest maar doen. Het is de vraag of je dat kunt accepteren in een stad als Rotterdam. Wij kunnen een school niet dwingen om breed te worden, maar er gaat nu wel heel veel welzijnsgeld richting naschoolse opvang. Als kind heb je straks nadeel omdat je die voorziening mist.”
Achterstandsleerlingen hebben volgens Geluk gewoon meer leertijd nodig. Het begint bij de voor- en vroegschoolse educatie (vve), dan is er de brede school met naschoolse opvang en er zijn de kop- en voetklassen om kinderen bij te spijkeren in de Nederlandse taal. De wethouder hamert op de noodzaak van vve: “Dat wil ik ook uitdragen bij de verkiezingen, nu zitten we al op zestig procent, ik wil naar honderd procent, iedereen die dat wil moet een plaats kunnen krijgen.”
Wat verbaasde u het meest toen u wethouder werd voor onderwijs?
“Dat het zo moeilijk is om ouders op hun verantwoordelijkheid te wijzen. Wij hebben geen cultuur op dat punt, er is angst voor agressieve ouders. Ik vind dat een school heel goed kan afspreken wie waarvoor verantwoordelijk is. Voor veel ouders is het niet gewoon dat je je kind warm gekleed en met een ontbijt naar school stuurt. Iedere ouder is verplicht om Nederlands te spreken, zijn kind te verzorgen en af en toe naar een kinderboerderij te gaan.”
Maar er zijn toch heel veel ouders die geen Nederlands spreken?
“Dan moeten ze op cursus. Dat kan door de nieuwe wet op de inburgering van Verdonk. Daarin staat dat gemeenten ouders kunnen verplichten om naar zo’n cursus te gaan. Wij gaan daar ook een aanbod voor doen. Natuurlijk werkt het alleen wanneer ouders er zelf alles aan willen doen, als ze ’s avonds ook met de kinderen naar Sesamstraat kijken. Het is vooral belangrijk dat de school de ouders daarop aanspreekt, dat hebben we de laatste twintig jaar te weinig gedaan in Nederland. Ik sprak laatst een Turkse vrouw uit Rotterdam Zuid, die weer op taalles zat terwijl ze gewoon in Nederland de basisschool had gedaan. Nu betalen we weer een paar duizend euro voor een taalcursus voor haar. Dat zegt iets over de segregatie in Rotterdam, je kunt je volledig in het Turks redden.”
Geluk pleit voor een ‘sluitend netwerk’. Wanneer een baby drie maanden oud is, moet de ‘wijkverpleegkundige plus’ langskomen. Die kan dan vaststellen of een gezin begeleiding nodig heeft of dat de ouders op taalcursus moeten. Heel moeilijke gezinnen kunnen zelfs een coach krijgen.
Krijg je op deze manier niet een hoge mate van betutteling, straks wordt het nog verplicht om naar Sesamstraat te kijken?
Grinnikend: “De Sesamstraatpolitie, nee dat gaan we niet controleren. Maar het is de klacht van de Rotterdamse scholen dat ze in groep 1 een lading kinderen krijgen, waarmee ze helemaal opnieuw moeten beginnen met Nederlands. Ik vind dat je als overheid normstellend mag zijn, dus Nederlands is de hoofdtaal, als je dat niet doet, zit je over dertig jaar nog met die taalbarričre. Dat betekent natuurlijk niet dat je geen Turks of Marokkaans mag leren.”
Voelt u zich genoeg gesteund door de overheid?
“We moeten er hard voor vechten. Het is even moeilijk geweest, bijvoorbeeld toen de zwarte scholen door de nieuwe gewichtenregeling veel geld dreigden te verliezen. Ik heb toen namens de G4 (vier grote steden, red.) de lobby gedaan, dat is gelukt. Ik heb nu een goede verhouding met minister Van der Hoeven.”
Hij krijgt die steun niet altijd. Bijvoorbeeld niet bij de behandeling van onhandelbare en criminele jongeren. Rotterdam heeft een groot probleem met Antilliaanse jeugd die de stad onveilig maken. Geluk wil tuchtscholen waar criminele jongeren een soort heropvoeding krijgen. Er wordt dit jaar gestart met 168 plaatsen, maar dat zijn er te weinig. Voor een lokale overheid is het tienvoudige echter niet te betalen. “Donner zegt ‘ga maar naar Volksgezondheid, Welzijn en Sport’, dan zegt Ross ‘ga naar Van der Hoeven’ en die zegt ‘ga naar Donner.’ Er ligt nu een motie van het Kamerlid Albayrak waarin staat dat de minister van Binnenlandse Zaken ons moet steunen.”
Een ander punt waarover hij lobbyde bij Van der Hoeven is dat leerkrachten op achterstandsscholen meer tijd krijgen voor ouders. “Dat contact is er nu wel via schoolmaatschappelijk werk, maar dan bereiken we zes procent van de ouders, terwijl ik vijftien procent wil. Daarnaast vind ik dat mensen die op achterstandsscholen werken meer betaald moeten krijgen. Het is toch nog steeds zo dat er eerder gekozen wordt voor een schooltje in Hoekse Waard. Je moet echt van Rotterdam houden, wil je ervoor kiezen. Het imago van onze scholen is toch moeilijk, ingewikkeld, lastige ouders, dat mag in de honorering wel tot uiting komen. Onze middelen zijn hiervoor niet toereikend, daar hebben we veel extra steun van het rijk bij nodig.”
Lichtpuntjes zijn er ook. Het is nu al duidelijk dat de voorschoolse educatie helpt, dat melden de scholen. Ook zien scholen verbeteringen door de taalcursussen voor moeders. Verder vindt Geluk het opmerkelijk dat de vijf grote besturen voor beroepsonderwijs in de stad elkaar gevonden hebben als het gaat om de aansluiting van vmbo op mbo. De uitval bij het beroepsonderwijs is, opnieuw, het grootst in Rotterdam.

Twee dagen na dit interview maakt Trouw bekend dat de helft van het voortgezet onderwijs in Rotterdam slecht scoort. De wethouder laat zich niet uit het veld slaan. Monter en zelfverzekerd draagt hij zijn ideeën uit: een langere leertijd, een verplicht netwerk voor ouders en nieuwbouw in de wijken. Dan moet je over vier jaar weer eens zien.

{kader}
Curriculum vitae
Leonard Geluk (1970, Dordrecht) studeerde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam staats- en bestuursrecht, maar woonde lange tijd in de deelgemeente Delfshaven. Omdat het huis daar te klein werd, woont hij tegenwoordig met vrouw en twee kinderen in de vinex-wijk Prinsenland (“nog net in Rotterdam”). Hij werkte bij verschillende adviesbureaus, in 2002 richtte hij zijn eigen onderwijsadviesbureau op. Zijn politieke carričre begon in Delfshaven, maar partijgenoot Sjaak van der Tak, toen wethouder in Rotterdam, vroeg hem al op zijn 27ste om in de gemeenteraad van de havenstad te komen. Tot 2004 was hij daar fractieleider, hij zorgde ervoor dat er een coalitie tot stand kwam met Leefbaar Rotterdam en de VVD. In 2004 volgde hij Sjaak van der Tak op als wethouder voor onderwijs en integratie. Eind vorig jaar was hij de aanstichter van het vertrek van wethouder Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam.

{kader}
Oproep
In maart worden de gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Het Onderwijsblad wil graag weten wat de ervaringen zijn met de gemeente als het gaat om bijvoorbeeld het bouwen van scholen, het opzetten van de voorschoolse educatie of het achterstandsbeleid. Hebt u slechte of juist heel goede ervaringen? Mail het naar onderwijsblad@aob.nl

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.