• blad nr 21
  • 3-12-2005
  • auteur D. Hollander 
  • Vakwerk

 

Het virus van de faalangst

“Als ik een virus moest noemen waar de meeste kinderen onder lijden is dat het virus van de faalangst, het gevoel van ‘ik ben niet goed genoeg’. Martien Stoop schreef bij het afscheid van zijn school een boekje dat is opgedragen aan ‘alle kinderen die het moeilijk hebben’.

Meestal wordt in deze rubriek Vakwerk geschreven over een aardig project, een leuk initiatief. Nooit kwam er iemand aan het woord die zijn onderwijsloopbaan al heeft afgesloten. Dat het nu wel gebeurt, komt door Martien Stoop, die ter gelegenheid van zijn afscheid zijn gedachten over het onderwijs op schrift stelde in het boekje Karakter is belangrijker dan veel verstand. Misschien wel een goed idee voor andere leerkrachten om op die manier hun jarenlange ervaring als leerkracht door te geven aan de generatie na hen.
Martien Stoop is nu 63 jaar en werkte de laatste 12,5 jaar als leraar techniek op praktijkschool de Wegwijzer in Schiedam. Hoe vreemd het ook moge klinken in een tijd waarin de klacht dat kinderen op school niets meer leren niet van de lucht is, het voornaamste bezwaar van Martien Stoop tegen het onderwijs is de te grote nadruk op schoolse kennis. Die is nodig voor de communicatie, maar niet noodzakelijk voor het levensgeluk, is zijn mening. Denken, voelen, willen, om die drie dingen draait het in het onderwijs, maar de laatste twee komen er bekaaid af.
Zelf heeft hij dat anders proberen te doen in zijn technieklessen aan leerlingen met leer- en gedragsproblemen. De ademhaling bijvoorbeeld is heel belangrijk. In zijn boekje schrijft hij: ‘Wie snel buiten adem is, is ook psychisch kwetsbaar en zal zich snel onmachtig voelen.’ Daarom begon hij elke les met een ontspannings- en concentratie-oefening. Hij doet het voor. Eerst een paar keer de schouders naar voren draaien, dan naar achteren. “Want daar zit de meeste spanning.” Hoofd en nek bewegen, zoals schaatsers doen bij de start van een wedstrijd. Vervolgens de lage ademhaling oefenen. “Heel veel kinderen ademen slecht”, heeft hij gemerkt. Sommige andere docenten op school hebben de oefeningen van hem over proberen te nemen, maar ze stopten er na enkele keren weer mee. “Het is namelijk een hele confrontatie”, luidt zijn verklaring, “om met een groep stil te zijn en dat minutenlang.” Kinderen vonden het ook wel eens raar, ze vonden dat het op bidden leek. “Je kunt je niet concentreren, als je je niet kunt ontspannen”, legde hij ze dan uit. “Als je straks bijvoorbeeld bij de tandarts bent en je kunt je veel beter ontspannen en concentreren, dan heb je ook veel minder pijn.” Ze wenden eraan, gingen het prettig en normaal vinden. En als hij de oefeningen een keer vergat, maakten ze hem daarop attent.

Groot compliment
Martien Stoop was zelf dyslectisch, maar ‘ik heb mijn dyslexie vrijwel helemaal geaccepteerd’. In zijn boekje schrijft hij daarover. ‘Ik voelde me niet voor niets aangetrokken tot het speciaal onderwijs. Als het zo te pas komt, vertel ik aan leerlingen hoe ik als kind heb afgezien omdat ik niet meekon. Hoe het voelt om je de mindere te voelen. Hoe het is als iedereen je dom vindt.’
En ook nu nog zegt hij: “Als ik een virus moest noemen waar de meeste kinderen onder lijden is dat het virus van de faalangst, het gevoel van ‘ik ben niet goed genoeg’.”
Heel duidelijk wordt de aanpak van Martien Stoop in de beschrijving van wat er gebeurde met Irno, een zeer dyslectische jongen. Hij kreeg de opdracht een blokje driedimensionaal te tekenen en voerde die feilloos uit. Stoop was sprakeloos, maar liet dat niet meteen merken. Hij vroeg Irno even zijn groepsleerkracht te halen. Toen die was gearriveerd zei Stoop tegen Irno: ‘Ik vind je tekenwerk geweldig. Ik wil je graag een groot compliment geven. Je bent een kanjer, Irno. Ik denk dat het goed is dat jij zo’n compliment krijgt in aanwezigheid van jouw meester en de klas. Ik weet wat het is om dyslectisch te zijn, uitgelachen te worden en je te schamen voor deze handicap. (..) Irno had een vuurrood hoofd, maar deze keer niet van schaamte maar vanwege het feit dat hem dit was overkomen. De groep was er ook stil van. Vooral ook omdat ik helemaal vanuit mijn hart had gesproken. Zoiets kan een leerling diep raken. Dat wil ik ook. Ik wil laten zien dat ik onder de indruk ben.’

Discipline
Begrip, dialoog, uitdagen, confrontatie, goed voorbeeld, zelfreflectie en liefde zijn enkele van de kernbegrippen uit het boekje van Martien Stoop. De scholing van leerkrachten, zeker in het speciaal onderwijs, zou op dit gebied meer aandacht mogen hebben, vindt hij. De scholing van ‘meesters in het onderwijs’. “We zijn ons vaak onvoldoende bewust van wat we zelf doen, hoe we de leerlingen hebben voorgeleefd. Ik pleit dus voor meer zelfreflectie. Een leraar kan er wel naar streven dat er discipline, orde in de klas heerst, maar het gaat er vooral om dat hij zelf over die discipline beschikt. Als jij voor de klas gaat staan en brult: ‘Koppen dicht’, dan denk ik: ‘Meen je dat nou echt?’ Het zit ‘m vaak in het voorbeeld dat je zelf geeft.”

{noot}
Wie meer over het boekje Karakter is belangrijker dan veel verstand wil weten, kan terecht bij Martien Stoop, via e-mail martien.stoop@12move.nl

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.