• blad nr 21
  • 3-12-2005
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

106.000 petities ondertekend  

Kinderarbeid onder tapijt vandaan

Vier jaar geleden was kinderarbeid in Marokko eigenlijk geen onderwerp, het bestond officieel niet. Nu wordt er over gepraat. “Er is vooruitgang”, zegt Ahmed Bouziane, adviseur van de Marokkaanse onderwijsbond SNE. Toch verdwijnen er nog duizenden kinderen in de prostitutie of slavernij.

“Ik dacht al help je er maar een hieruit, dan is dit project geslaagd.” Fotografe Merel Maissan was dit jaar in Marokko en ging naar plekken waar veel kinderen werken. Ook fotografeerde ze leerlingen in de schoolbanken. De tentoonstelling School, de beste werkplaats, waar de foto’s te zien zijn, werd onlangs geopend in het Nationaal Onderwijsmuseum in Rotterdam. Diezelfde middag werden daar aan de vertegenwoordiger van minister Agnes van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) 106.000 petities overhandigd. De ondertekenaars dringen er bij de Nederlandse regering en de Europese Unie op aan om beleid tegen kinderarbeid te voeren. Dagonderwijs voor leerlingen tot veertien jaar moet daar onderdeel van zijn. De campagne wordt in ons land gevoerd door het Humanistisch Instituut voor Ontwikkelingssamenwerking (Hivos), de AOb, FNV Mondiaal en de Landelijke India Werkgroep (LIW). In Duitsland en Ierland werden ook handtekeningen verzameld.
De Nederlandse regering is tegen alle vormen van kinderarbeid, maar stelt dat het nu nog niet mogelijk is om de arbeid overal uit te bannen. Daarom bekostigd de regering in een aantal landen ook vormen van onderwijs speciaal voor werkende kinderen (non-formal education). Beter iets dan niets, is het credo. Het is echter de vraag of het wel verstandig is om dergelijke vormen van onderwijs te subsidiëren. Shantha Sinha, voorzitter van de Indiase MV Foundation die strijdt tegen kinderarbeid, vindt dat non-formal education een excuus wordt voor kinderarbeid. “In Andhra Pradesh speelde die discussie ook, daar hebben we 317.000 kinderen van het werk gehaald en naar school gestuurd. Het moet een vanzelfsprekendheid zijn dat ze naar school gaan en die houding moet vooral uitgaan van de overheid.” De MV Foundation werkt nu al jaren in hetzelfde gebied en heeft daar inmiddels veel bereikt. In duizenden dorpen zijn scholen opgezet en werden ouders overtuigd om hun kind daar naartoe te brengen. Sinha was al vaker in Nederland, onder meer op uitnodiging van de AOb. Ze voelt zich erg gesterkt door de campagne Stop de kinderarbeid en door de grote hoeveelheid handtekeningen die is verzameld. Sinha ziet vooruitgang, ook al gaat het moeizaam.

Marokko
Ook Achmed Bouziane, specialist op het gebied van kinderarbeid en adviseur van de Marokkaanse onderwijsvakbond SNE, ziet vooruitgang in zijn land. Vier jaar geleden was het eigenlijk nog geen onderwerp, kinderarbeid werd onder het tapijt geveegd, het bestond officieel niet. Nu wordt er over gepraat, dat is al winst. “Hoewel er nog steeds een discussie is over de aantallen. Officieel zouden er 600 duizend kinderen de hele week werken, maar volgens de statistieken gaan er 800 duizend kinderen niet naar school. Waar zijn die 200 duizend anderen dan gebleven? Kennelijk is nog niet overal duidelijk wat kinderarbeid is. Het zijn vaak prostituees, er bestaan ook vormen van slavernij bij ons. Het is belangrijk dat we precies weten wat er gaande is.” Volgens Bouziane heeft zijn regering wel een beleid gericht tegen kinderarbeid, maar is het toch niet duidelijk wat hun doel precies is. Dan gaat het bijvoorbeeld eerder over de bescherming van werkende kinderen, dan over het recht van kinderen om niet te werken. De Marokkaanse adviseur vindt het belangrijk dat de SNE zich inspant om kinderen naar de dagschool te krijgen.
De AOb steunt de SNE bij een aantal projecten. Walter Dresscher, voorzitter van de AOb, bezocht in Marokko een aantal fabrieken waar kinderen moesten werken. Tijdens de overhandiging van de petities zei hij over zijn ervaringen: “Het knopen van de tapijten ging zo vlug dat je het met je ogen niet kon volgen. Hun vingers zaten onder het bloed en ze waren achtergebleven in hun groei.”
De strijd tegen kinderarbeid heeft weliswaar een grote vlucht genomen, toch zijn er nog steeds westerse bedrijven die ervan profiteren. Volgens Gerard Oonk, van de LIW, moet er bekeken worden of bedrijven voor de rechter gesleept kunnen worden. Een multinational als Bayer, die ook in Nederland actief is, heeft contracten met Indiase boeren voor het leveren van genetisch gemodificeerde zaden. Maar de boeren krijgen daar zo weinig voor betaald, dat ze geen volwassen arbeiders tegen het minimumloon (een euro per dag) kunnen inhuren. Vandaar dat er nog steeds tienduizenden kinderen en tieners circa dertien uur per dag in de katoenzaadteelt werken. “Zij kruisen de zaden met de hand, dat is heel arbeidsintensief werk. Doordat er vaak pesticiden opzitten raken ze ook nog eens besmet.”

School, de beste werkplaats
De foto-expositie in het Nationaal Onderwijsmuseum in Rotterdam toont niet alleen beelden van kinderarbeid, maar ook van kinderen die op school zitten of die lekker aan het spelen zijn. Merel Maissan hing ze steeds naast elkaar, waardoor de tegenstelling heel duidelijk wordt. Waarom moet hij werken en mogen zij spelen?
AOb-leden ontvangen op vertoon van hun onderwijspas vijftig procent korting op een entreekaartje voor het Onderwijsmuseum, zie pagina ….

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.