• blad nr 21
  • 3-12-2005
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Engels op Japanse scholen in opmars 

Vreemde taal zorgt voor paniek

Wie zich in een wereldstad als Tokio met Engels denkt te kunnen redden, komt bedrogen uit. Dat moet anders. Het Japanse ministerie van Onderwijs wil in een rap tempo zoveel mogelijk kinderen Engels leren. Onderzoeker Isabelle Diepstraten doet verslag over vernieuwingen, niveauverschillen, marktgeweld en onderwijskansen.

Acht Japanse peuters roepen ‘hello, hello’ als ik aan kom fietsen bij hun nursery school in Nakano-ku, een deelgemeente in Tokio. Samen gaan we de lift in naar de ‘huiskamerklas’ op de negende verdieping. Sho zingt de walking song. Dit liedje leent zich perfect om steeds allerlei nieuwe begrippen met bijbehorende bewegingen of voorwerpen te oefenen. De peuters jumpen al to the left of to blue en zoeken dan zo snel mogelijk een voorwerp van die kleur. Via tekenen, uitproberen, zingen, bewegingen maken en vooral wedstrijdjes hebben de peuters ook kennisgemaakt met dieren, tellen, lichaamsdelen, kledingsstukken en voedsel.
In Japan is Engelse les aan peuters een grote trend die aansluit bij een groot actieplannen van het ministerie van Onderwijs. Het ministerie wil een drastische hervorming van het Engels taal- en intercultureel onderwijs om in 2008 zoveel mogelijk Japanese with English abilities in het land te hebben. Het actieplan raakt alle schoolniveaus en schetst een algemeen beleidskader. Meer Engels en meer aandacht voor de beheersing daarvan in selectieprocedures voor opleidingen en banen is het doel. Vooral ook beter Engels is noodzakelijk. Geen docentgecentreerde grammatica- en vertaallessen meer, maar op communicatie gerichte lessen waarin leerlingen zich via uitdagende werkvormen betekenisvolle leerstof eigen maken. Het is nodig meer leraren Engels op te leiden en taalassistenten in te zetten om kleinere klassen en groepering naar niveau mogelijk te maken. Ook zijn innovatieve lesmethoden op lerarenopleidingen, oprichting van pilotscholen en wetenschappelijk onderzoek speerpunten.
Slechts anderhalf procent van de inwoners van Japan komt niet uit Japan. Het organiseren van meer contact met Engelstaligen en niet-Japanners in het algemeen is dus gewenst. Er komen al meer uitwisselingsbeurzen voor high school- en hoger onderwijsstudenten, subsidies om banden met zusterscholen aan te gaan, om internationale onderzoekscentra op te zetten en internationale activiteiten voor jongeren te organiseren zoals zomerkampen en sportwedstrijden.
Het Japanse ministerie van Onderwijs is ambitieus. Niet voor niets. Wie denkt zich in een metropool als Tokio met Engels te kunnen redden, komt bedrogen uit. Zelf liep ik de eerste keren nog af op borden met English map of onbekende drankjes met een Engels opschrift. Al gauw bleek de rest van de tekst volledig Japans. Dat geldt ook voor teksten bij toeristische trekpleisters en zelfs voor de information for foreigners van de deelgemeente. Zomaar in eenvoudig Engels aan iemand iets vragen? Negen van de tien keer springt de aangesproken persoon van schrik de lucht in en lijkt de paniek toe te slaan. Niemand heeft me nog een geloofwaardige verklaring kunnen geven voor het merkwaardige Engels waar je soms wél mee geconfronteerd wordt. Mensen dragen T-shirts met spreuken als I am happy potato, Now it is the grass en Be stupid and peace. Veelzeggend zijn de ontelbare websites die bedoeld zijn om contacten tussen Japanners en niet-Japanners te leggen. Ik kwam het volgende bericht tegen: ‘The person who is in Japan is a group and plays and thinks when it should have been possible for interchange to open a ring of a friend. When it should have been possible for a trip visiting each other’s countries sometime with the person whom there is abroad, I think’.
Tijdens mijn bezoeken aan Japanse scholen en universiteiten merk ik grote verschillen in Engelstalige communicatiemogelijkheden en in de lespraktijk zelf. Zo word ik bij een van de junior high schools opgewacht door de directeur. Terwijl het zweet hem uitbreekt, weet hij zich met de grootste moeite te verontschuldigen voor zijn Engels. Ook de leerkracht Engels kan ik nauwelijks verstaan.
Op een lagere school word ik daarentegen enthousiast in het Engels begroet en zie ik tienjarigen toerist en reisleider spelen in een rollenspel. Daarna stappen ze met een zelf gemaakte vragenlijst af op echte toeristen bij een Tokiose tempel. Zowel leerlingen als leerkracht stralen als er echte gesprekken op gang komen.
Volgens Darren Laverick, hoofd van de Tokyo International School, merken ook zij veranderingen. Regelmatig komen teams hun leerling- en onderzoeksgericht Engelstalig onderwijs bekijken en de manier waarop zij de internationale dimensie vormgeven. De missie van de school is to nurture confident, open-minded, independently thinking, well-balanced inquirers for global responsibility. In posterpresentaties reflecteren leerlingen op de manier waarop ze deze missie in hun eigen woorden en beelden betekenis gegeven.
Hoewel Engelse les niet verplicht is op lagere scholen en kleuterscholen, is het ook voor deze leeftijdsgroepen in opmars. Het dagblad The Japan Times (6 november 2005) meldt dat momenteel 21 procent van de vijfjarigen en tien procent van de driejarigen Engelse conversatielessen volgt. Ouders zien het als een noodzakelijke investeringen in de toekomst van hun kind. Beheersing van het Engels geeft niet alleen het imago ‘mysterieus’ en ‘modern’ te zijn, maar levert later ook hogere salarissen en betere baankansen op. Engels is big business. Peuters zijn slechts een nieuwe doelgroep. Universiteiten organiseren op vrije zaterdagen kids academies, talenscholen laten niets onbenut om duidelijk te maken hoe je bij hen lessen kunt krijgen die ‘op maat’, ‘actief’, ‘leuk’ en ‘relevant’ zijn. Particuliere docenten proberen op te vallen door Engelse les aan te bieden in alle mogelijke variaties die easy en fun zijn. Conversatie is in dit soort onderwijs het hoofdthema.
Vraag en aanbod zijn enorm. Via digitale nieuwsbrieven kun je dagelijks tientallen aanbiedingen krijgen voor particuliere lessen en fulltime banen bij talen- of kleuterscholen. Officiële diploma’s zijn voor dergelijke banen niet nodig. Steeds ontdek ik weer nieuw educatief spelmateriaal: kwartetten, memory, puzzels en adventure games die inspelen op de laatste trends in populaire cultuur. In de metro worden Engelse lesjes op beeldschermen gegeven en tv-zenders bieden dagelijks Engels les voor verschillende doelgroepen. Kortom: een enorme markt met producten, waarbij ‘gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten’ en ‘leuk, dus zonder veel moeite’ steeds tot reclameboodschap gecombineerd worden.
Gelet op de geringe Engelstalige communicatie in het dagelijkse Japanse leven, is het echter de vraag wat deze industrie oplevert. Meerdere docenten van talenscholen vertellen me dat het met de kwaliteit van lessen vaak droevig gesteld is. Anderzijds wijzen ze ook naar hun leerlingen. Voor hen lijkt het belangrijker dat ze Engelse les op hun cv kunnen zetten en in de gelegenheid zijn eens ‘leuk met een buitenlander’ te praten, dan dat ze daadwerkelijk de taal onder de knie willen krijgen. Tegelijk blijft de vraag of onderwijshervormingen op kunnen tegen het marktgeweld. Het onderwijs moet duidelijk maken wat zijn meerwaarde is. Het alleenrecht op kennisverspreiding is verloren aan de markt die veel makkelijker op de nieuwste trends en individuele behoeften kan inspelen. Dit geldt nog sterker nu het onderwijs aantrekkelijker en beter probeert te worden met nieuwe onderwijsmethoden die in de markt allang bestaan. Kansrijke groepen zullen waarschijnlijk het beste uit beide werelden meepikken. De meerwaarde van het onderwijs zou wel eens het bieden van mogelijkheden aan groepen die niet uit zichzelf met nieuwe ontwikkelingen meegaan, kunnen zijn. Juist de emancipatierol van het onderwijs lijkt nog lang niet uitgespeeld.

Ongelijke onderwijskansen
Japanse kinderen van nul tot zes jaar kunnen terecht op nursery schools die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse voorschoolse opvang. Kinderen van drie tot zes kunnen ook naar kindergartens. De leerplicht geldt voor de zesjarige elementary school en de driejarige junior high school. Hierna stromen leerlingen door naar de driejarige algemene senior high school of de vijfjarige beroepsgerichte trainingsinstituten of technische colleges. Bijna de helft van de senior high-scholieren stroomt door naar de tweejarige junior colleges of vierjarige bacheloropleidingen op de universiteit. Maar weinig ‘bachelors’ vervolgen echter met de tweejarige master, laat staan met de daarop volgende doctorfase.
Hoewel verschillende maatregelen gelijke onderwijskansen moeten garanderen, zijn de kansen in Japan niet gelijk. Nationale en beroemde privé-instellingen vormen de beste maar ook moeilijk toegankelijke poort tot succes. Omdat bij deze instellingen lagere scholen, voortgezet onderwijs en universiteiten aan elkaar gelieerd zijn, is het zaak zo vroeg mogelijk in het juiste spoor terecht te komen. Voor toelating tot nationale instellingen helpen vooral een lange familietraditie en goede connecties een handje. Ook geld is een belangrijke factor. Hoewel het leerplichtig onderwijs gratis is, vormt een ouderlijke bijdrage van vijfduizend euro voor een tienjarige bij privé-scholen geen uitzondering.

Lerarenopleidingen
Professor Iwata, leider van het onderzoek naar hervorming van de Japanse lerarenopleidingen bij Tokyo Gakugei University, acht verandering van de lerarenopleiding noodzakelijk om onderwijshervormingen te laten slagen. Hij wil in de lerarenopleiding veel meer nadruk leggen op docentvaardigheden en innovatieve lesmethoden. Misschien anders dan in Nederland is de strijd tussen wat ze hier noemen academists en educationalists nog niet beslist. Een strijd die zich binnen, maar vooral ook tussen twee soorten lerarenopleidingen afspeelt. De meeste huidige leraren hebben een vierjarig bachelorprogramma gevolgd aan speciale educatieve universiteiten of alleen een onderwijscertificaat gehaald parallel aan hun studie op een algemene universiteit. Educationalists winnen vooral terrein op de educatieve universiteiten. Academists zijn onder andere bang voor een niveau- en dus statusdaling van het beroep. Maar die statusdaling is al een feit, ondanks de relatief hoge salarissen. Educationalists wijten de daling vooral aan gebrekkige onderwijsvaardigheden van docenten die jongeren niet meer kunnen motiveren. Daarnaast speelt een rol dat - anders dan in Nederland - het behalen van een onderwijscertificaat erg populair is. Jaarlijks komen er ruim 200 duizend nieuwe leraren bij, terwijl er rond de 20 duizend nodig zijn.
Toch hebben ook educatieve universiteiten te maken met dalende studentenaantallen door de blijvend toenemende concurrentie van nieuwe opleidingen en door de sterke daling van het kindertal. Internationalisering is daarom voor veel instellingen meer economische noodzaak dan daadwerkelijke cultureel-educatieve ambitie. Vooral deze noodzaak lijkt nu enige opening te forceren in de situatie dat universiteiten nog nauwelijks Engelstalige programma’s aanbieden en terugschrikken om niet-Japans personeel aan te stellen.

Meer informatie
www.eltnews.com De website voor Engelse docenten in Japan.
www.ohayosensei.com Nieuwsbrief over Engelstalige onderwijsbanen in Japan.

Isabelle Diepstraten is als medewerker van Fontys Pabo Tilburg als visiting researcher te gast bij Tokyo Gakugei University. Daar wisselt ze informatie uit over (onderzoek naar) lerarenopleidingen in Japan en Nederland. Ook werkt ze mee aan een onderzoeksproject dat aansluit bij haar proefschrift De nieuwe leerder over leerbiografieën die prototypisch zijn voor een kennissamenleving. Deze dissertatie hoopt ze begin 2006 te verdedigen. Daarnaast geeft ze als vrijwilliger Engelse les aan peuters en volwassenen en publiceert ze over haar ervaringen.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.