• blad nr 21
  • 3-12-2005
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

De helft van Nederland hoogopgeleid 

Niemand kan zich dat nog echt voorstellen’

Slechts een kwart van de Nederlanders is hoogopgeleid. Dat aantal moet in 2010 verdubbeld zijn. Ondenkbaar? Volgens Fons van Wieringen, voorzitter van de Onderwijsraad, kan het. Gun leerlingen wat meer tijd. Zittenblijven moet weer kunnen. Richt universiteiten en hogescholen kleinschaliger in. Het extra geld voor dit alles zal niet alleen van de overheid komen. Private financiering moet een veel grotere rol gaan spelen.

“Je moet af van de idee dat hoger opgeleiden een uitzonderlijke groep zijn in onze maatschappij. We moeten er aan wennen dat dit voor een op de twee Nederlanders is weggelegd, de kwaliteit is er. Alleen niemand kan zich dat voorstellen en zolang het niet vanzelf spreekt, zal er niet naar gehandeld worden.”
De Onderwijsraad kwam deze week met het advies De helft van Nederland hoogopgeleid*. Daarin worden maatregelen voorgesteld die het streven van het kabinet om in 2010 het aantal hoger opgeleiden te verdubbelen, waar moeten maken. In het jaar 2000 nam de Europese Unie zich in Lissabon voor om de sterkste kenniseconomie ter wereld te worden. Tot nu toe is de uitvoering ervan teleurstellend door een gebrek aan betrokkenheid en politieke wil. Fons van Wieringen, voorzitter van de Onderwijsraad, denkt niettemin dat het, met heel veel inspanningen, mogelijk is.
Half Nederland hoogopgeleid, waarom is dit zo urgent?
“Misschien is het op dit moment niet zo’n nijpend probleem, maar dat wordt het binnen vier, vijf jaar wel, dat is dus snel. Denk aan het dreigende tekort van docenten in het voortgezet onderwijs. Datzelfde verschijnsel gaat zich voordoen in andere sectoren door de grote uitstroom van ouderen. Daarnaast groeit de behoefte aan hoger opgeleiden ieder jaar met anderhalf procent. Of die stijging aanhoudt, kan niemand voorspellen, maar het is wel duidelijk dat er nu wat moet gebeuren.”
Verwacht wordt dat er in 2012 een tekort is van 100 duizend hoger opgeleiden. Uit een internationaal vergelijkend onderzoek** dat de Onderwijsraad liet doen blijkt dat Nederland slecht scoort. Zowel bij het opleidingsniveau van de totale beroepsbevolking als dat van de groep van 25 tot 34 jaar steekt ons land met 28 procent hoger opgeleiden slecht af. In Finland en Zweden is dat maar liefst 40 procent, in Japan 52 procent en de Verenigde Staten (Massachusetts) 39 procent. Daarbij moet wel aangetekend worden dat in Japan en Amerika tweejarige opleidingen ook meetellen als hoger onderwijs.

Talent
In een tweede hiermee verbonden advies Betere overgangen in het onderwijs*** stelt de Onderwijsraad het verlies van talent aan de orde, dat ondermeer veroorzaakt wordt door de strakke perioden van een jaar en de duur van de opleidingen. Van de doelmatige leerwegen, zo efficiënt mogelijk studeren – waar Jo Ritzen, voormalig minister van Onderwijs, mee begon - wil de Onderwijsraad weer af. Extra leertijd kan voor veel leerlingen juist een oplossing zijn. Ze moeten weer kunnen stapelen: van een lager onderwijsniveau doorstromen naar een hoger niveau. En een periode overdoen, zonder direct af te stromen naar het vmbo, moet ook tot de mogelijkheden behoren.
Maar de weg van het vmbo-t (de oude mavo) naar de havo is toch inmiddels vrijwel afgesloten?
“Ja, het aantal leerlingen dat nog overstapt is dramatisch teruggelopen. Wanneer het mbo in staat is om dit goed op te vangen, en dat ook naar de ouders heel erg duidelijk weet te maken, is het geen verlies, anders wel.”
Volgens de Onderwijsraad zijn vooral de ‘harde overgangen’ van vmbo naar mbo, of van mbo naar hbo, er verantwoordelijk voor dat leerlingen afhaken. Aansluitingsprogramma’s zouden een soepele overgang kunnen bevorderen, maar ook praktische hulp voor het krijgen van studiefinanciering bijvoorbeeld of het inschrijven op een school zijn nuttig. Fons van Wieringen vergelijkt het met een autofabrikant die vroeger alleen een auto afleverde en nu jaren garantie geeft en straks ervoor zorgt dat iemand zijn hele leven van vervoer is voorzien. “Met behulp van nieuwe instrumenten, bijvoorbeeld een elektronisch leerdossier, kan een school tijdig geïnformeerd worden over een aankomende leerling en ook voor de vervolgopleiding kan dat dossier nuttig zijn. De leerling moet langer gevolgd worden.”
In het hoger onderwijs, dat al die nieuwe studenten moet opvangen, zal nog heel wat moeten veranderen. Om alleen al het huidige verlies van studenten tegen te gaan (eenderde haakt af) zouden kortere opleidingen en verschillende werkvormen kunnen helpen. Van Wieringen vraagt zich echter af of universiteiten en hogescholen die diversiteit wel willen.
“Ze willen op het moment allemaal op elkaar lijken, omdat ze niet voor elkaar onder willen doen. Van enige diversiteit is momenteel geen sprake, korte opleidingen zijn er nog nauwelijks, niveau 5 (tweejarige opleidingen die het buitenland wel bestaan, red.) bestaat al helemaal niet in Nederland. In Utrecht is er met University College onlangs een eerste begin gemaakt met het werken in kleinere eenheden, straks zijn er vier andere steden die dat ook gaan doen.”
Dit is de enige vernieuwing sinds jaren, waarom zijn er niet al veertig van dergelijke colleges?
“Om de grote uitval tegen te gaan is de Erasmus Universiteit aan het nadenken over het opzetten van een soort kleinschalige ‘scholen’ waarin de student beter begeleid wordt. In het voortgezet onderwijs kun je kiezen uit verschillende vormen van didactiek, want de een is gebaat bij Montessorionderwijs en een ander weer helemaal niet, waarom kan dat ook niet in het hoger onderwijs?”
Onlangs hield Van Wieringen een lezing over de opvoedende taak van de universiteiten en hogescholen. Hij vindt dat er, naast de vakmatige scholing, veel aandacht moet zijn voor de sociale begeleiding van vooral allochtone studenten. “Nederlanders hebben allemaal hun eigen netwerken, iemand die installatietechniek studeert heeft altijd wel een oom of een neef die dat ook deed of die een bedrijf heeft waar hij terecht kan. Voor allochtone studenten geldt dat niet en daarom vind ik dat er aandacht moet zijn voor het creëren van dergelijke netwerken. Momenteel zijn er aparte Turkse, Marokkaanse en Nederlandse studentenverenigingen, een soort zelf georganiseerde segregatie. Waarom worden er geen gemengde verenigingen opgericht?”
Kleinschalige universiteitsscholen zouden, volgens hem, juist voor de integratie en begeleiding van studenten veel beter werken. In de toekomstscenario’s tot 2012 wordt veel verwacht van de inhaalrace van allochtone leerlingen. Als degenen die nu nog blijven steken op een havo/vwo/mbo-diploma doorstromen naar het hoger onderwijs kan deze groep stijgen van 41 duizend naar 60 duizend.
De hogescholen doen nog wel hun best om zoveel mogelijk studenten op te vangen, maar daar dreigt kwaliteitsverlies. Van Wieringen denkt dat het komt door onvoldoende financiering. “Vooral de docenten zijn daar de dupe van. In het voortgezet onderwijs zijn er meer mensen gepromoveerd dan op de hogescholen. Daar gaat nu wat aan gebeuren.”
Om de kwaliteit van de opleidingen te garanderen stelt de Onderwijsraad voor dat studenten een slotdemonstratie geven voor een gedeeltelijk externe examencommissie.

Een leven lang
Als een procent van de huidige groep 25 tot 44-jarigen die een diploma uit het voortgezet onderwijs heeft, alsnog een diploma haalt in het hoger onderwijs, dan zorgt dat in 2012 voor 20 duizend extra hoogopgeleiden. De werkenden moeten dus de schoolbanken in. Volgens Van Wieringen zou er ook een examensysteem voor hen moeten komen waardoor de ervaringen en competenties die ze tijdens hun werk hebben opgedaan, meetellen. “We hebben nog steeds het staatsexamensysteem, dat kunnen we weer nieuw leven inblazen.” De slogan een leven lang leren is wel heel mooi, maar moet ook bereikbaar zijn. Voor werkgevers kan er een fiscale tegemoetkoming komen die scholing van werknemers mogelijk maakt. Van Wieringen vindt echter dat de student ook zelf mee kan betalen. “We moeten daaraan wennen, maar vooral iemand die een masters haalt, heeft daar in zijn loopbaan veel profijt van.”
De Onderwijsraad vindt dat bij een gelijk blijvend budget de doelstelling van het kabinet niet te realiseren is, de rek is er op dit moment bij de instellingen uit.
Toch is Van Wieringen er niet gerust op dat de politiek meer geld zal uittrekken voor het hoger onderwijs. “Ik ben bang dat het geen prioriteit is en dat we dus het geld ergens anders vandaan moeten halen. Wij hebben in Nederland een beetje een psychologische barrière tegen private financiering, maar het zal er toch van moeten komen, anders verkommert het hoger onderwijs net zo erg als in Duitsland en Italië. In Italië zitten de studenten met duizend tegelijk in de collegezalen.”
Waar moet het geld dan vandaan komen?
“Bedrijven kunnen sponsors zijn, dat is nu al bij bepaalde vormen van onderzoek heel normaal. De student zelf kan misschien meer bijdragen. Daarnaast zijn er natuurlijk particuliere aanbieders op de onderwijsmarkt die wellicht ondersteuning moeten krijgen uit de publieke middelen. Wij zijn er nog niet helemaal uit, binnen een paar maanden komen we met een advies over meer verscheidenheid in de financiering van het onderwijs.”

{Kader}
Minder crimineel
We kunnen de toekomst vol vertrouwen tegemoet zien als de helft van Nederland hoog is opgeleid. Uit het onderzoek van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) blijkt dat hoger opgeleiden meer vertrouwen in hun medemens hebben. De criminaliteit onder hen is lager, ze nemen deel aan het democratische proces en participeren in maatschappelijke organisaties. De onderzoekers concluderen daarom dat een hoger opleidingsniveau bijdraagt aan een grotere sociale cohesie van de samenleving.



* De Helft van Nederland Hoogopgeleid, advies van de Onderwijsraad. www.onderwijsraad.nl
** Het onderzoek werd uitgevoerd door Center for Higher Education Policy Studies (SHEPS)
*** Betere overgangen in het onderwijs, advies van de Onderwijsraad. www.onderwijsraad.nl

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.