• blad nr 21
  • 3-12-2005
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

 

Collectief aanbod zorgverzekering

In de bve-sector (middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie) en het hoger beroepsonderwijs bieden nu ook de werkgevers een collectieve zorgverzekering aan. Daarnaast heeft de AOb via vakcentrale FNV een collectief aanbod in petto.

De Bve-raad heeft voor zijn vijftigduizend werknemers een contract gesloten met zorgverzekeraar VGZ. Vreemd genoeg wil verzekeraar VGZ niets kwijt over de premie. “Niet via de media. Dat is iets tussen ons en de klanten”, zegt een woordvoerder.
Wel staat in de cao voor de bve dat de vaste jaarlijkse werkgeversbijdrage van 250 euro wordt verhoogd naar 380 euro voor werknemers die deelnemen aan de collectieve regeling én voor werknemers die dat niet doen maar wel een aanvullende verzekering hebben met fysiotherapie of pychologische hulp.
Diezelfde week maakte de Hbo-raad bekend dat er een contract is gesloten met Zilveren Kruis/Achmea voor alle 35-duizend hogeschoolwerknemers, voor de tienduizend gepensioneerden en 350-duizend hbo-studenten. De premie voor de basisverzekering komt op 950,40 euro per jaar. In de cao is afgesproken dat alle werknemers een brutobijdrage krijgen van maximaal 300 euro. Bij deelname aan een collectieve aanvullende verzekering gaat er 55 euro van de premie af.
Werkgevers in het po en vo hebben geen collectieve regeling getroffen. Daar geldt een zorgcompensatie van 360 euro per jaar voor alle werknemers.
Vakcentrale FNV was eerder al akkoord met zorgverzekeraar Menzis voor een collectief aanbod met premiekortingen van vijf procent (basis) en negen procent (aanvullend). De persberichten zijn de praktijk wat vooruitgesneld, want gedetailleerde pakketbeschrijvingen en polisoffertes komen pas de komende weken beschikbaar. Dat maakt het lastig om de aanbiedingen nu al inhoudelijk tegen elkaar af te zetten. Gelukkig is er nog even tijd: tot 1 maart kunt u uw lopende zorgverzekering opzeggen en tot 1 mei kunt u een nieuwe verzekering in orde maken.
Overigens is er naast de nominale premie ook een inkomensafhankelijke bijdrage van 6,5 procent. Wie in dienst is bij een werkgever, hoeft die niet zelf te betalen - dat doet de werkgever. Voor fpu’ers, met een inkomensafhankelijk deel van 4,4 procent, is er nog nieuws, meldt AOb-bestuurder Ton Rolvink: “Het vut-fonds heeft bekendgemaakt dat het de premie over de fpu-uitkering grotendeels zal vergoeden.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.