• blad nr 21
  • 3-12-2005
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

 

Kabinet investeert niet echt in kinderopvang

Er is grote kritiek losgebarsten op de plannen van onderwijsminister Van der Hoeven voor de kinderopvang.

Schoolbesturen moeten in 2007 zorgen voor de opvang van leerlingen van 7.30 uur tot 18.30 uur. Hoe ze dat gaan doen, mogen ze samen met de ouders helemaal zelf bepalen. Op deze manier denkt het kabinet de motie-Van Aartsen/Bos uit te voeren waarin om verplichte kinderopvang wordt gevraagd.
Het kabinet stelt geen kwaliteitseisen. Als het allemaal tegenzit met de professionele opvang, mag de school zelf mensen aantrekken en is de Wet op de kinderopvang niet van toepassing. Vooral door die laatste mogelijkheid barstte vanuit de Tweede Kamer de kritiek op de minister los. De professionele kinderopvang, de onderwijsbonden en diverse besturenorganisaties stuurden een brief naar de Kamer. Daarin staat onder andere dat invoering per 1 januari 2007 niet haalbaar is, omdat een goede opvang aanpassing van de schoolgebouwen vereist. Ook uitbreiding van het aantal plaatsen in de bestaande voor- en naschoolse opvang vraagt om veel extra voorzieningen. Het eenmalige bedrag van 27 miljoen euro dat het kabinet uitrekt, zal daarvoor niet toereikend zijn. Omgerekend krijgt iedere basisschool dan 4000 euro extra. De briefschrijvers pleiten voor een stappenplan met bijbehorende investeringen. Doel van dit alles moet zijn dat er geen concessies worden gedaan aan de kwaliteit van zowel het onderwijs als de kinderopvang en dat zoveel mogelijk gestreefd wordt naar de integratie van deze voorzieningen.
Minister Van der Hoeven heeft advies gevraagd aan de Onderwijsraad en het Centraal Planbureau. Als die adviezen duidelijk maken dat er nog veel obstakels zijn, dan wil zij een stappenplan opstellen. De adviezen moeten er volgend jaar april liggen.
In het dagblad Trouw (28 november) zegt hoogleraar kinderopvang L. Tavecchio dat de ervaringen in Scandinavië leren dat invoering van een landelijk stelsel ‘jaren kost’. De opvang moet plaatsvinden in een omgeving die vooral niet aan school doet denken, waar kinderen creatief of sportief bezig kunnen zijn ‘anders zal geen kind kiezen voor opvang, want de hele dag op school zitten wil niemand’.
Uit een inventarisatie in opdracht van het ministerie blijkt dat op dit moment drie op de tien basisscholen over opvangmogelijkheden beschikken. Van deze scholen biedt 42 procent voorschoolse opvang, meestal in het schoolgebouw zelf, en 82 procent naschoolse opvang. Het merendeel besteedt de opvang uit aan een instelling.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.