- blad nr 15
- 10-9-2005
- auteur . Overige
- Column
Uitdagingen voor 2006
De VVD vindt dat een goede zaak omdat het met de Nederlandse economie niets wordt zonder het beroepsonderwijs. Maar er moet meer gebeuren. Het kind staat wat de VVD betreft binnen het onderwijs centraal, maar dat valt alleen waar te maken als er ook een goed onderwijsaanbod is en vooral als we voldoende goede leerkrachten hebben. De positie van de leraar is uiterst cruciaal. Het lerarenberoep verdient meer eer dan het krijgt. Een van de speerpunten van dit kabinet is autonomievergroting en deregulering. Dat is de VVD uit het hart gegrepen. Verantwoordelijkheden daar leggen waar ze het beste gedragen en uitgevoerd worden. De grote lumpsumoperatie is daar een goed voorbeeld van. Van een leraar wordt tegenwoordig meer verwacht. Vaak is de leraar ook nog een sociaal maatschappelijk werker omdat hij binnen de school geconfronteerd wordt met de gevolgen van de thuissituatie van zijn leerlingen. Daar komt nog bij dat veel leraren door de autonomievergroting en het verplaatsen van rijkstaken naar schoolniveau ook nog eens belanden in allerlei vergader- en regelcircuits. De leraar als ‘alleskunner’ is te veel gevraagd. De primaire taak is het verzorgen van onderwijs en natuurlijk draagt hij bij aan de opvoeding van kinderen, maar dat is en blijft op de eerste plaats een taak van de ouders. Naast de positie van de leraar speelt ook de grote zorg van de drop-outs. Dat zijn wel de mensen die we straks heel erg hard nodig hebben op de arbeidsmarkt. Beleid is traag en stroperig. De aanpak hiervan moeten we echt zien te versnellen. De aansluiting op de arbeidsmarkt is overigens op zichzelf al een uitdaging en datzelfde geldt voor de aansluiting op vervolgonderwijs. Die is vaak niet goed genoeg. Ook daar zullen onderwijs en politiek meer van moeten maken in de komende jaren.