• blad nr 15
  • 10-9-2005
  • auteur . Overige 
  • Opinie

 

Met hakken en plakken leert een kind niet lezen

Moeilijk lezende kinderen doen vaak precies wat hun geleerd wordt. Volgens oud-docent Nederlands Gerrit Zandbergen luisteren ze naar de geluidjes die letters zijn en plakken deze vervolgens aan elkaar. Fout, zegt hij. Een kind moet eerst letters leren interpreteren voordat het klanken kan vormen.

Tekst Gerrit Zandbergen

Annie Makkink stelt in nummer 11 van het Onderwijsblad dat het ‘slecht gesteld is, met het leesonderwijs op de Nederlandse basisscholen’. Ze vraagt zich af hoe dat kan. Zo moeilijk is lezen nou ook weer niet, denkt ze. Een echte verklaring voor de slechte prestaties heeft ze dan ook niet. Het is nergens voor nodig, dat de resultaten slecht zijn. Kinderen moeten gewoon lezen, heel veel lezen. En het onderwijs moet goed zijn.
Maar, wat is goed onderwijs? Ik heb ervaren dat moeilijk lezende kinderen precies doen wat hun geleerd is. Ze luisteren naar de geluidjes die letters maken en plakken die vervolgens aan elkaar. En daar ontstaan meteen de problemen, want het vervelende is dat de letters allerlei geluidjes kunnen maken. Hoe kan de zesjarige Kim weten dat de letter ‘i’ in het woord ‘Kim’ een korte klank (ih) heeft? En hoe zou ze kunnen weten dat een ander kind ‘Iris’ heet en niet ‘Ih-ris’?
Een kind kan pas verklanken wanneer het al weet wat er staat. Aan de klankvorming gaat namelijk een interpretatie van letters vooraf. Daarom is leren lezen in klanken achterstevoren leren. Waarbij in lesmaterialen het achterste ruimschoots maar het voorste niet aan bod komt.
Het voorste komt wel als eerst aan bod bij de methode Hoogeveen. Daarom was deze volgens mij zo succesvol. De kinderen leerden hoe de letters zich gedroegen. Er werd niet gehakt en geplakt.
De problemen van moeilijk lezende kinderen zijn te herleiden tot hun heilloze pogingen om via verklanken tot lezen en spellen te komen. Ze doen wat hun geleerd wordt en juist daardoor lukt het niet: kàn het niet lukken. Het meest wrange is dat alleen de kinderen die niet doen wat hun geleerd wordt, tot vlot lezen komen.
Niet door verklanken maar door het hanteren van een begrippenapparaat, dat onder andere uitgaat van de 26 letters van het alfabet, verdeeld in klinkers en medeklinkers, kan een kind leren dat twee keer de letter ‘a’ en de letter ‘p’ samen het woord ‘aap’ vormen. Dit kan een kind leren, omdat het hem uitgelegd wordt. Omdat zo de ogenschijnlijk ‘onlogische taalfeiten’ geobjectiveerd worden in de vorm van regels. Weliswaar met heel veel moeite want begrip is nog geen automatisme. Maar ik ben ervan overtuigd, dat bewustwording vooraf gaat aan automatiseren.

Methode Hoogeveen
Ik ben geen deskundige, helaas. Maar als het werken met zwakke lezers me iets geleerd heeft, dan is het wel dat een duidelijke uitleg, structuur in de vorm van regels die elkaar niet tegenspreken, de leerling zekerheid biedt en macht over de taal geeft. Ik pleit voor een methode die veilig leert lezen. In mijn ogen moet die er samengevat zo uitzien:
1. Uitgaan van letters in plaats van klanken.
2. Leren lezen met alleen woorden met een lange klank die met twee (of meer) letters geschreven worden: ‘oo’, ‘ui’, ‘aai’. Dit in combinatie met medeklinkers. Geen lidwoorden!
3. Pas als het kind bovenstaande heeft geautomatiseerd, wordt de overstap gemaakt naar de woorden met een lange klank met een klinker en woorden met een korte klank en vervolgens is de weg vrij voor woorden met meer lettergrepen. Woorden worden in eerst aanleg – net als bij de methode Hoogeveen – in lettergrepen opgeschreven.
4. Omdat er veel niveauverschil is in zowel de taalvaardigheid als in de ‘letterrijpheid’, moet het leren lezen individueel gebeuren. Elk lesje moet herhaald worden tot het beheerst wordt.
5. Wanneer een kind een verhaal leert lezen, moeten er in dat verhaal geen problemen aan de orde komen die dat kind kunnen verwarren. Daarom moeten bijvoorbeeld de lidwoorden in de eerste leesfase worden weggelaten.
Ik heb niet verzonnen dat de werkelijkheid leert, dat de enkele klinker niet altijd kort is, ook al wordt dat dan geleerd. Dat er woorden als ‘garage’ en ‘haasje’ bestaan. Dat de woorden ‘fee’ en ‘vee’ hetzelfde klinken. Dat assimilatie bestaat. Dat ‘hun hebben’ in ons moderne Nederlands niet als juist beschouwd wordt, maar overal gebruikt… Ik ervaar dat uitleg heel veel frustratie wegneemt. Door de uitleg, mogelijk vanuit een ‘begrippenapparaat’ wordt er voor de slachtoffers van deze werkelijkheid veel duidelijk. Het ligt niet aan hen dat ze dagelijks worstelen met taal. Sommige dingen zijn gewoon zoals ze zijn en dus aan te leren.

Gerrit Zandbergen
Emmeloord
g.h.zandbergen@solcon.nl

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.