• blad nr 15
  • 10-9-2005
  • auteur R. Voorwinden 
  • Vakwerk

Fraude met scripties verleidelijk 

Computer treedt op als plagiaatpolitie

Staatssecretaris Rutte overweegt om plagiaat van studenten zwaarder te straffen, zo werd vorige maand bekend. De Universiteit van Tilburg beschikt al twee jaar over een softwareprogramma dat plagiaat ontdekt. Onlangs sloeg het nog drie keer alarm. “Complete doctoraalscripties die waren overgeschreven – echt te zot voor woorden.”

Een computerbeeldscherm op de Universiteit van Tilburg toont twee vensters. Links staat het werkstuk dat een student heeft ingeleverd. Rechts staan – in rood – passages van bestaande teksten die een verdachte overeenkomst vertonen met de ‘zelfgeschreven’ tekst. Een mogelijk geval van plagiaat.
Kopiëren is van alle tijden. Maar door de opkomst van internet is het wel veel makkelijker geworden. Even knippen en plakken en klaar is de scriptie. Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht bleek afgelopen zomer dat tweederde van de studenten zich wel eens bezondigt aan plagiaat en dat een kwart van hen zelfs letterlijk teksten van internet plukt.
Tomas Oudejans, docent auteursrecht en stafmedewerker aan de faculteit rechten van de Universiteit van Tilburg, herkent het probleem. “Er is hier zojuist nog een student geschorst omdat hij grote stukken van zijn scriptie had overgeschreven. En hij is niet de enige die dit jaar betrapt is.”
Maar er is een lichtpuntje in plagiaatland, want ICT schept niet alleen meer mogelijkheden tot plagiaat – het maakt ook de bestrijding makkelijker. Zo hebben bijna alle universiteiten de afgelopen tijd software aangeschaft waarmee plagiaat kan worden ontdekt. Een veel gebruikt programma is Ephorus, maar Tilburg werkt met Urkund. “Dat was twee jaar geleden, toen we het kochten, het beste programma”, zegt Oudejans. “Maar de software heeft zich snel ontwikkeld en tegenwoordig zijn de verschillen heel klein.”
Een plagiaat-zoekmachine vergelijkt de tekst van de student met die van scripties, boeken en artikelen in een databank. Dat scheelt een hoop moeite. Oudejans: “Vroeger vielen studenten wel eens door de mand doordat de docent bijvoorbeeld het gebruikte Engels te mooi vond. Dan ging die docent zelf zoeken op internet en bleken de passages uit een Engels artikel te komen. Het is ook wel eens gebeurd dat een student passages gebruikte uit een artikel dat de docent zelf had geschreven.”

Knip- en plakwerk
Als een plagiaatprogramma aangeeft dat teksten overeenkomen met eerder gepubliceerd werk, wil dat niet zeggen dat de student echt plagiaat heeft gepleegd. Hij kan de passage namelijk ook met bronvermelding hebben overgenomen. De docent moet nakijken of dat het geval is.
De regels rond bronvermelding zijn vooral eerstejaarsstudenten vaak niet duidelijk, zegt Oudejans. “Studenten weten donders goed dat je geen hele werkstukken mag overschrijven. Maar wanneer je een bron moet vermelden en wanneer niet, is voor hen vaak vaag. Daar is op de middelbare school ook nauwelijks aandacht aan besteed. En dáár komen ontzettend veel werkstukken met knip- en plakwerk tot stand – dat zie ik bij mijn eigen kinderen.”
De studenten krijgen bij de faculteit van Oudejans dan ook in het eerste jaar al een college over wanneer en hoe bronnen vermeld moeten worden. Urkund onderzoekt steekproefsgewijs of zij zich aan de regels houden. En tenslotte is er voor de studenten een speciale website over bronvermelding en plagiaat (http://rechten.uvt.nl/plagiaat/), zodat in de rest van de studie de smoes ‘ik wist niet dat het moest’ niet meer kan worden gebruikt.
Als een docent - al dan niet via Urkund - vermoedt dat er inderdaad sprake is van plagiaat, draagt hij de kwestie over aan de examencommissie. Die handelt de zaak verder af om eenheid in de strafmaat te waarborgen. De straffen variëren naar de ernst van het plagiaat. Een paar regels zonder bronvermelding van een eerstejaars worden minder zwaar bestraft dan een overgeschreven doctoraalscriptie. Maar in extreme gevallen kan de maximale straf oplopen tot een jaar schorsing.
Afgelopen maand meldde staatssecretaris Rutte dat hij wil onderzoeken of die strafmaat kan worden verhoogd. Oudejans adviseert collega-universiteiten om eerst geld en moeite te steken in preventie. “Als eerstejaarsstudenten niet weten wat wel en niet geoorloofd is, is het aan ons om daar iets aan te doen.”
Maar daarna is, voor de echte zware fraudeurs, schorsing volgens hem niet zwaar genoeg. “Een, twee of drie jaar schorsing maakt mij niets uit. Een student die een doctoraalscriptie overschrijft, moet je van de universiteit kunnen verwijderen. Stel je voor dat hij in het café vertelt dat je in Tilburg kunt afstuderen met een overgeschreven scriptie – dat zou heel schadelijk zijn voor onze naam.”

Auteursrecht
In de praktijk wordt er met een doctoraalscriptie overigens nauwelijks gefraudeerd. De student wordt bij het schrijven van die scriptie intensief begeleid door de docent, die de scriptie dus stukje bij beetje ziet groeien. In zo’n proces valt het op als er opeens, vanuit het niets, uitstekend geschreven stukken tekst in de scriptie ploffen.
Maar met de recente invoering van het bachelor-masterstelsel schrijven de studenten na drie jaar al een scriptie. Begeleidende docenten hebben bij de bachelorscriptie zo’n vijfentwintig studenten onder hun hoede. Dan is er minder toezicht bij het schrijven en dat werkt plagiaat in de hand. Oudejans: “Afgelopen jaar moesten de studenten voor het eerst een bachelorscriptie inleveren en daarbij zijn drie á vier gevallen van echt zwaar plagiaat geconstateerd. Doctoraalscripties van anderen die gewoon ingekort waren overgenomen – echt te zot voor woorden.”
De pakkans van Urkund – en andere plagiaatprogramma’s – staat of valt met de vulling van de database. Hoe meer artikelen, scripties en werkstukken er in de databank staan, hoe beter plagiaat wordt opgespoord. En de vulling van die bank valt nog wel te verbeteren, vindt Oudejans.
“Urkund en andere programma’s hebben bijvoorbeeld nog te weinig toegang tot de databanken van de Nederlandse uitgevers. Die uitgevers zijn er huiverig voor dat hun artikelen bij het checken van plagiaat op het beeldscherm van de universiteit verschijnen, want dat ligt moeilijk met het auteursrecht. Maar die check is volgens mij ook een bescherming van dat auteursrecht - want de pleger van plagiaat maakt daar immers inbreuk op.”

Pabo-scriptie te koop
Plagiaat blijft zeker niet beperkt tot de universiteiten. Op internet zijn kant-en-klare scripties en werkstukken te vinden voor het hbo en voortgezet onderwijs. Bijvoorbeeld via www.scripties.nl, een site waar scholieren en studenten hun eigen werkstukken aan anderen kunnen verkopen. Een greep van drie minuten surfen: Een scriptie ‘Autisme en logopedie’, op hbo-niveau, dertig pagina’s voor € 13,50. Of een opstel over ‘De noodzaak van topstudies in het hoger onderwijs’, vwo-niveau, voor € 4,42. Een complete pabo-afstudeerscriptie over ‘Zelfcorrigerende materialen in het dalton-basisonderwijs’, van 73 pagina’s kost € 29,75.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.