- blad nr 15
- 10-9-2005
- auteur . Overige
- Column
De wereld op z’n kop
Dat onderwijs ertoe doet als het om begrijpend lezen gaat, is van onmetelijk belang. Begrijpend lezen verschaft immers toegang tot verder leren en leven. Wie niet begrijpend leest, leert niet om zich te concentreren, leert niet om eens rustig na te denken over wat iemand beweert, weet niet hoe het is om verleid te worden door de geschreven fantasie van een ander. Wie niet begrijpend leest, heeft amper toegang tot kennis en cultuur en wordt evenmin geprikkeld om er zelf een bijdrage aan te leveren. Wie niet begrijpend leest, kan dus eigenlijk niet goed participeren in de samenleving. Daarom is het ernstig dat migrantenkinderen en Nederlandse kinderen uit kansarme milieus vaak blijven steken in technisch lezen en nog steeds een gemiddelde achterstand van ruim anderhalf jaar hebben als ze van de basisschool komen. De grote meerderheid krijgt een vmbo-advies. Misschien heeft deze achterstand, die relatief groot is in vergelijking met anderen landen, te maken met die functionele invulling van begrijpend lezen. Daardoor kom je als leerling niet zo gemakkelijk in contact met de wereld van kennis en cultuur en je leert evenmin om andere dan functionele boodschappen uit een tekst te halen.
Er heerst in Nederland nog een ander, verwant, misverstand over begrijpend lezen. Dat is dat begrijpend kunnen lezen wordt gezien als uiting van aanleg. ‘Dat kan je of dat kan je niet’ hoor ik regelmatig onderwijzers zeggen. Die geloven dus niet in de rol van de school en al helemaal niet in hun eigen competentie om begrijpend lezen bij kinderen te ontwikkelen. Jammer voor de leerlingen die het juist van de school moeten hebben als het om het aanleren van deze belangrijke culturele competentie gaat. En nu is mij ter ore gekomen dat ook het Cito van deze opvatting uitgaat. Men schijnt daar het plan te hebben opgevat om het niveau van begrijpend lezen van kinderen bij hun entree in groep 3 te gebruiken als maat voor intelligentie. Dat is de wereld op zijn kop! Als onze nationale prestatiemeters straks op deze basis de ‘toegevoegde waarde’ van de school gaan meten, ontslaan zij de basisschool van haar belangrijkste taak.