- blad nr 15
- 10-9-2005
- auteur T. van Haperen
- Column
Toezicht en regels
Het plan Hamer lijkt geniaal in zijn eenvoud. In werkelijkheid is het naïef en heeft het geen schijn van kans. Bijna alle scholen hadden namelijk zo’n boekenfonds. Afnemers waren tevreden. Dankzij een flexibele omgang met de afschrijvingstermijn en het in eigen hand houden van de uitvoering leverde zo’n fonds tegen een bodemprijs. Toch is het verdwenen en dat is niet voor niks.
Eerst even terug in de tijd. De media schenken al een paar jaar aandacht aan de stijgende schoolboekenprijs. De oorzaak is in beginsel duidelijk. Politici gebruiken onderwijsvernieuwingen om van maatschappelijke problemen aparte schoolvakken te maken. Daar horen boeken bij. Aan deze ontwikkeling wil maar geen einde komen. Met dank aan onze volksvertegenwoordigers kunnen de leermethoden ‘burgerschap en integratie’, ‘canon en nationale binding’ en ‘waarden en normen’ elk moment op de markt verschijnen.
Omdat leren ook nog zelfstandig moet, volgen de werkboeken met invuloefeningen. De tas raakt vol, het rendement is matig en toch vindt de leraar het best. Hij houdt zijn werkdruk in de hand door terug te vallen op de werkvorm ‘opgaven maken en zelf nakijken’. Uitgeverijen regelen in de docentenhandleiding met liefde de verantwoording. Leerlingen die boeken volschrijven verkorten de levensduur en vergroten de winst.
Autonome schoolbestuurders kunnen hier weinig aan doen, maar worden wel aangesproken op die kostenstijgingen. Vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid gaan ze aan het werk. Het overlegcircuit treedt in werking. Bestuurders kruipen bij elkaar en zoeken contact met de tussenhandel. Een verhaal op zich, leerboeken kopen bij winkels die concurreren met de prijs bestaan niet meer, de toelevering aan scholen is gemonopoliseerd door boekenhuizen. Kortom, schoolkartel ontmoet boekenkartel. Vergaderen, voorstellen doen, onderhandelen, uitvoeringskosten calculeren… uiteindelijk rolt er een prijs uit, onder de voorwaarde dat alle scholen meedoen. Natuurlijk is deze constructie duurder dan het oude, informele, schoolboekenfonds. Die dertig procent van Hamer klopt, maar is kennelijk geen argument.
De hoge boekenprijs is het logisch gevolg van rare onderwijspolitiek en inefficiënte aansturing. Daardoor is de leermethodemarkt uit balans. De ouder heeft niks te kiezen en betaalt zich scheel, terwijl de auteur van een methode een uurloon verdient waar een gemiddelde Pool zijn bed niet voor uit komt. Er rest slechts een oplossing: vraagsturing. Ouders kopen boeken bij aanbieders die concurreren en verkopen na gebruik via internetveilingen. Een boek is een product, alleen de markt kan de prijs corrigeren. Het is aan politici als Hamer om die markt te creëren… met regels en toezicht!