• blad nr 15
  • 10-9-2005
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

Het tussenrapport: Van der Hoeven 4,4, Rutte 4,6 

Onderwijspersoneel geeft minister een dikke onvoldoende

Communicatiedeskundigen gaven haar vanwege haar performance het rapportcijfer 7,1. Van het onderwijspersoneel in het AOb-panel krijgt Maria van der Hoeven voor de resultaten van haar beleid een 4,4. Het verschil tussen de façade en de inhoud? Het Onderwijsblad kijkt halverwege de rit van Balkenende II naar het politieke handwerk van de minister. Hoe het staat met de beloofde onderwijsinvesteringen? Een oordeel in het tussenrapport over het onderwijsbeleid.

Tekst Gaby van der Mee en Robert Sikkes Beeld Rob Niemantsverdriet en Typetank

Het optreden: Een vakvrouw die elke politieke crisis aankan
Een dikke onvoldoende: 4,4. Dat is het rapportcijfer dat het AOb-panel geeft aan Maria van der Hoeven. Het laagste rapportcijfer ooit dat een minister van Onderwijs kreeg in de zeven jaar dat het Onderwijsblad zulk onderzoek doet. Lager nog dan zij kreeg kort na de val van het kabinet Balkenende I en de doorstart naar Balkenende II. Eerlijk is eerlijk: de panelenquête werd afgesloten net voordat bekend werd dat onderwijs er 400 miljoen euro bij zou krijgen. Een fors bedrag waarmee de investeringsbarometer voor de onderwijssector eindelijk in de plus komt.
Onderwijsministers zijn zelden echt populair, vertellen de rapportcijfers die de bewindslieden door de jaren heen kregen. Is er een verklaring voor de lage score van Maria?
De beeldvorming over haar gaat alle kanten op. “Maria de onzichtbare”, kopte Elsevier in augustus boven een stuk dat haar neerzette als wat in Maastricht heet ‘sjoon en sjiek’. Een charmante façade, met weinig daadkracht. Het enige dat er over haar te melden zou zijn was ‘het bespottelijke plan om Intelligent Design in de Kamer serieus te bespreken als te onderwijzen alternatief voor het scheppingsverhaal en het creationisme.’ En dat terwijl er zoveel te doen is volgens Elsevier: het lerarenberoep aantrekkelijker maken en het inperken van de uitvallers.
Het tijdschrift Communicatie legde Maria van der Hoeven ook langs de meetlat. Voor haar performance kreeg ze een 7,1. De sterke punten waren haar media-optredens: krachtdadig, helder taalgebruik, fantastische mimiek. Eén kritiekpunt had de jury van deskundigen: ‘Ik blijf achter met de vraag: Waar staat ze nou voor?’
In het tijdschrift CDA-verkenningen stond deze zomer op dat punt een soort hagiografietje. ‘Op onderwijs worden destijds van bovenaf doorgedrukte veranderingen in het voortgezet onderwijs op een subtiele manier teruggedraaid door minister Van der Hoeven. Daarnaast sleutelt ze enigszins aan het niveau van de pabo’s en heeft ze milde kritiek op de mode in het hbo om alles in de sleutel van competenties te zetten. Tenslotte zet ze de lumpsumfinanciering in het basisonderwijs stevig door en komen er geen nieuwe van bovenaf aangejaagde structuurveranderingen in basis- en voortgezet onderwijs.’
Zo ziet het CDA de rol van Maria van de Hoeven graag: een begaafde politica die subtiel maar daadkrachtig, een beetje achter de schermen staat voor de kwaliteit van het onderwijs. Iets waardoor misschien makkelijk het beeld van de ‘onzichtbare minister’ kan ontstaan.
Onzichtbaar was Van der Hoeven echter niet, zij was vaker dan al haar voorgangers te vinden op het journaal. Alleen was een flink deel van die items gewijd aan de afwikkeling van de Jamby-affaire met vervalste rekeningen, ruzie met staatssecretaris Nijs, diens aftreden en de toestand rondom de ‘graaiende topambtenaren’. Maar voor een beetje politiek crisis draait Van der Hoeven haar hand niet om. De Maastrichtse politica is inderdaad ‘sjoon en sjiek’: ze weet buitengewoon goed met een mengeling van charme, afstandelijkheid en resoluutheid de aanval te pareren. De lach verdwijnt zelden van haar gezicht, ze buigt eerst mee met critici door te zeggen dat ze het probleem buitengewoon ernstig neemt om vervolgens resoluut haar eigen koers in te slaan. ‘Daar gaan we wat aan doen.’ Haar optreden: vakwerk.

Financieel beleid: Geld van basisonderwijs en personeel schuift naar toponderzoek
Het regeerakkoord van Balkenende II was helder. Op onderwijs mag niet worden bezuinigd. ‘Integendeel, het kabinet trekt juist fors extra middelen uit voor deze prioriteit’, zo stond veelbelovend in het afsprakenlijstje in 2003. Alleen werd die belofte niet waargemaakt. In totaal kwam er bij de eerste begroting 709 miljoen euro bij. Een niet gering bedrag. Maar er ging ook 1228 miljoen af. Een nog veel groter bedrag. Het eerste begrotingsjaar (2004) leverde dus voor onderwijs een negatief saldo op van –519 miljoen euro.
Het jaar daarop waren er nauwelijks onbekende plussen of minnen. De extraatjes kwamen pas na de crisis rondom de gekozen burgermeester en het aftreden van Thom de Graaf. D66 wilde best blijven als er maar extra geld voor onderwijs kwam. Zo kwam er 250 miljoen omdat de leerlingen- en studentenaantallen waren gestegen en mogelijk 500 miljoen voor de kennisinfrastructuur (onderzoek) en gebouwen in het vmbo. Het eerste potje werd meteen ingezet. Het andere, gefinancierd uit de hogere staatsinkomsten uit het aardgas, is nog nergens in de begroting terug te vinden. Kortom, in 2005 zelf staat de teller voor onderwijs nog steeds in de min: -269 miljoen euro. Het lijkt er steeds meer op dat Van der Hoeven met de eer van het door D66 binnengehaalde geld gaat strijken. Want het was de minister die kort voor de zomer in het NOS-journaal glunderend uit de ministerraad kwam met 400 miljoen voor gebouwen in het praktijkonderwijs en het beroepsonderwijs. Tot prinsjesdag is onduidelijk of D66 en Van der Hoeven blij zijn met hetzelfde geld, of dat het praktijkonderwijs twee keer een flink bedrag incasseert. Desondanks komt het kabinet dan eindelijk de belofte na dat ze gaat investeren in onderwijs, want met de 400 miljoen erbij komt het saldo voor onderwijs op +131 miljoen euro. Ten opzichte van een begroting van vijfentwintig miljard is dat een investeringspercentage van een half promille.
De verdeling van dat extraatje bevat wel enkele opmerkelijke verschuivingen. Zo is het lerarenbeleid grillig te nomen. Er is 272 miljoen extra uitgetrokken om het beroep aantrekkelijker te maken door de begeleiding van beginners, opleiden op school en regionale afstemming op de arbeidsmarkt. Ondertussen is er 754 miljoen euro bezuinigd op de lerarensalarissen. En of dat nu bijdraagt aan de aantrekkelijkheid?
Omdat er maar zo weinig echt geld bijkomt, is de pijn op sommige plekken groot en juichen andere. Zo moet het basisonderwijs inleveren (bezuinigingen op achterstandsbudget, Oalt, ID), net als de leraren (bezuinigingen op salarissen) en wordt fors geld geschoven naar ‘de kennisinfrastructuur’. Daarvan wordt onder meer een nieuwe organisatie opgezet, het innovatieplatform, dat parallel aan de al bestaande Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) toponderzoek moet aanjagen. Een verschuiving van onderwijsgeld voor velen naar een klein groepje toppers. De belofte van structurele investeringen in onderwijs is niet waargemaakt en de dikke onvoldoende die de mensen in de scholen uitdelen, weerspiegelt de teleurstelling.

Inhoudelijk beleid: Ministerie maakt potje van aantrekkelijkheid leraarsberoep
Bij de start stelde Van der Hoeven een lijstje op met vier prioriteiten. Minder regels. Een aantrekkelijk beroep. Kennis en innovatie. Meer participatie. Wanneer we de resultaten in vogelvlucht doornemen, is het beeld niet erg vrolijk.
Minder regels, een kreet die ministers al jaren gebruiken. Feit is dat Van der Hoeven met het programma ‘OCW ontregelt’ er systematisch aandacht aan besteedt. Er zijn zeshonderd regels geschrapt, zeker, maar daar ging het uitsluitend om in onbruik geraakte regels. In de governance-nota – het huidige modewoord voor beleid - worden veel beslissingen naar anderen geschoven zoals gemeenten en schoolbesturen. Ondertussen verstevigt het ministerie de verantwoordingsdruk, waardoor de vraag boven de markt blijft zweven of minder regels en meer verantwoording niet tot dezelfde hoeveelheid bureaucratie leiden. Onduidelijk is bovendien hoe vrijheid en verantwoordelijkheid zich tot elkaar verhouden. Wat bijvoorbeeld het voortgezet onderwijs echt dwars zit, is dat er meer vrijheid is gekomen bij de invulling van de basisvorming, maar zonder de 100 miljoen die de Commissie Meijerink essentieel achtte voor het welslagen van deze vernieuwingsoperatie. Als dat het resultaat is van minder regels en meer autonomie, dan mag die operatie van het onderwijspersoneel achterwege blijven.
Echt bont heeft de minister het gemaakt als het gaat om de aantrekkelijkheid van het beroep. Op dit moment is er geen tekort meer in het basisonderwijs. Het rechtstreeks gevolg van overheidsbeleid. Maar niet door het aantrekkelijker maken van het beroep. De enige oorzaak van het verdwijnen van het tekort is een reeks van bezuinigingen op de personeelskosten: schrappen van Oalt, ID-banen, bezuinigen op het achterstandsbudget en de aankondiging van een grootscheepse operatie om de gewichtenregeling aan te pakken. Het effect? In Tilburg heeft een schoolbestuur 180 open sollicitaties in een la liggen. Schoolbesturen houden de hand op de knip en stellen voorlopig mondjesmaat nieuw personeel aan. In de bve zorgt het wegvallen van de educatiegelden voor grote onrust.
Als het gaat om het toverwoord kennis, de derde prioriteit, is er veel kritiek. Het jonge innovatieplatform heeft wel veel plannen, maar wat daar nu echt van terechtkomt is zeer de vraag. Ook de regeringsfracties twijfelen daar openlijk aan. Tijdens de bespreking van het jaarverslag kort voor de zomer zei het CDA-Kamerlid Jan de Vries “onduidelijk is of en hoe al dat geld is weggezet”.
Bij meer participatie gaat het vooral over het bestrijden van de uitval uit het onderwijssysteem. Dat gaat iets beter. VVD-Kamerlid Arno Visser betwijfelde in datzelfde Kamerdebat of dat nu het gevolg is van beleid. “Of van het economisch tij?” Immers: nu jongeren moeilijker aan het werk komen, zijn zij eerder geneigd om op school te blijven. Nu is het echt terugdringen van het aantal uitvallers ook een weerbarstig probleem, dat al decennia lang op de agenda van politiek en onderwijsveld staat.

{graphic plus kader}
Rapportcijfer
Rapportcijfer Maria van der Hoeven 4,4

Van der Hoeven 2003 (Balkenende I) 4,7
Hermans (Paars II) 5,1
Ritzen (Paars I) 5,2

[graphic]
Rapportcijfer Marc Rutte 4,6

Nijs (Balkenende I) 3,6
Adelmund (Paars II) 4,5
Netelenbos (Paars I) 5,2

De beste beleidsbeslissingen van Maria van der Hoeven en Marc Rutte? Het kostte het AOb-panel grote moeite om die te noemen. Het meest wordt het afschaffen van het lesgeld voor zestienplussers genoemd. Investeren in autochtone achterstandskinderen en het verkorten van de studieduur staan samen op een tweede plaats. Het verminderen van de regeldruk, ruimte voor de basisvorming en aanscherpen van de eisen op de pabo worden allemaal ook als pluspunten genoemd. Volgens de meeste panelleden moet de beste beleidsdaad nog komen. “Hun aftreden”, klinkt op uit veel antwoorden.
De lijst met minpunten is langer. Onderwerpen als het schrappen van ID-banen in het basisonderwijs, het bezuinigen op achterstandsbudget en de gewichtenregeling. Het herzien van de basisvorming zonder geld om de vernieuwingen in te voeren, valt ook erg slecht. Geen echte onderwijsinvesteringen en een nul-komma-niks-bod voor de cao zit het onderwijspersoneel tevens behoorlijk dwars, wat een deelnemer samenvat in de zin ‘Van der Hoeven moet zich hard maken voor het onderwijs en dat doet ze absoluut niet.’ Het gebrek aan gevoel dat de minister stáát voor het onderwijs, breekt haar na twee jaar op bij het onderwijspersoneel en levert haar het rapportcijfer 4,4 op.

{graphic plus kadertekst}
Stemgedrag AOb-panel: D66 verliest gigantisch in onderwijs

nu 2003 2002 1998

PvdA 32% 30 29 40
Groen Links 22% 19 21 20
SP 19% 26 15 6
VVD 7% 6 7 10
D66 6% 11 11 19
Anders 6% 1 3 2
CDA 5% 7 12 5
Wilders 3% - - -
LPF - 0 3 -

Het onderwijs heeft het gehad met D66. De ooit in het onderwijs populaire partij was al bij de verkiezingen van 2002 op z’n retour, maar de regeringsdeelname van de partij is niet in goede aarde gevallen. D66 halveert bijna van elf naar zes procent. Hoewel de partij er bij de start van Balkenende II en bij de ‘burgermeesterscrisis’ van dit voorjaar probeerde om zich als echte onderwijspartij te positioneren, blijkt dat bij de werknemers in het onderwijs niet te zijn opgevallen.
Uit het AOb-panel blijkt dat D66-stemmers nu vooral hun heil zoeken bij de PvdA, Groen Links en de SP, toch al de drie populairste partijen in het AOb-panel. De populariteit van premier Balkenende is gering, hij krijgt een 3,9.

{kader}
Respondenten
Meer dan vijfhonderd mensen uit het AOb-panel hebben Maria van der Hoeven becijferd (basisonderwijs 159; voortgezet onderwijs 195; bve 87; hbo 40; overig 27). De verschillen tussen die groepen bij de rapportcijfers waren minimaal. De uitvoering van de enquête was in handen van het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen. Wilt u meedoen bij een volgende enquête, meld u dan aan op www.aobpanel.nl. Zodra er een nieuw onderzoek start, ontvangt u bericht.

Sergeant op hoge hakken
De leerling met het boeketje blijft braaf binnen bij de hoofdingang staan. Rector Houdewind (“Dit is mijn laatste klusje”) is met wat docenten en fotografen maar vast buiten gaan staan, ze kan tenslotte ieder moment komen. Punctueel half twee rijdt de dienstwagen van Maria van der Hoeven voor. Op het St. Maartenscollege in Voorburg zal ze voor heel Nederland het nieuwe schooljaar openen. Geroutineerd staat ze de pers te woord, vervolgens gaat het in optocht naar de aula. Ondanks haar hoge hakken en kokerrok heeft ze wel iets van een sergeant die de troepen aanvoert, vriendelijk maar ook altijd heel gedecideerd. “Ze maakt op mij altijd zo’n vastbesloten indruk”, zegt een docent aan de zijlijn. Ze is geen flamboyant spreekster, maar betrekt als goed voormalig docent een leerling en een docent bij haar praatje. Iedereen glundert, alles loopt op rolletjes.
Aan wat rondlopende docenten vragen we wat ze de beste en wat de slechtste maatregel van de minister vonden. Swen Zuiderwijk, docent Nederlands en afdelingsleider voor havo 4 en 5, wil wel kwijt dat hij ondanks de deregulering nog steeds bezig is met minder plezierige regels. Hij is nog jong, 34 jaar. “Wij hebben een oud team, dat betekent dat er veel geld naar personeel gaat. Zelf doen, wil nog niet zeggen dat je kunt doen wat je wilt, wij hebben nog steeds moeilijke regels uit te voeren.” Met de nieuwe Wet voor de tweede fase is hij weer wel erg blij.
Docent Nederlands Paul Griffioen, afdelingsleider voor de tweedeklassen, zit al twintig jaar in het onderwijs, hij vindt de verplichte maatschappelijke stage een goed initiatief. Waar hij zich groen en geel aan ergert is de verandering van status in zijn beroep: “Er is nog weinig respect, mensen hebben lak aan je, op die manier zul je ook geen goede docenten meer aantrekken.”
In de gang passeert Carla Korswagen, docent Engels en culturele en kunstzinnige vorming. Ze is al veertig jaar aan deze school verbonden en wil haar mening geven. Als beste maatregel noemt ze de aandacht die er nu is voor het vmbo, het St. Maartenscollege heeft een vmbo-t afdeling en kan dat goed gebruiken. Haar kritiek op de minister is dat ze te weinig oog heeft voor de verarming van het beroep: “Ik heb moeite met die hele nieuwe functiewaardering. Eerstegraads docenten, zoals wij, zullen er daardoor in de toekomst nauwelijks nog zijn. Als ik in 6 vwo praat over wat ze allemaal gaan doen, wil er helemaal niemand docent worden. Terwijl het toch een fantastisch vak is!”
Voormalig docent Kees van der Brugge, nu wethouder voor Leidschendam-Voorburg, is er als een van de genodigden. Hij vindt het schrappen van heel veel regels toch wel een zegen voor het onderwijs: “Met name die basisvorming, al die toetsen waar niemand iets mee deed, daar werden we echt helemaal gek van.” Als wethouder loopt hij nu op tegen een gebrek aan geld om de noodzakelijke nieuwbouw te plegen: “Veel gebouwen zijn verouderd, daar moeten echt nieuwe voor komen, maar daar hebben we absoluut geen geld voor.”

{kader}
Clemens Cornielje (VVD): “Ze weet hoe de Kamer denkt”
“Van der Hoeven trad aan in een turbulente tijd met veel electorale verschuivingen en een Kamer zonder ervaring. Toch heeft ze wel wat zaken op de rails gezet, zoals de vermindering van de administratieve lasten en de nieuwe Wet op het onderwijstoezicht.” Vorige week nam Cornielje na 22,5 jaar afscheid van de Kamer (“Iedereen wist dat ik bewindspersoon wilde worden, maar dit is echt de hoofdprijs, ik ben buitengewoon vereerd dat de Staten van Gelderland mij tot commissaris hebben gekozen”). Hij volgde twee jaar geleden Van der Hoeven op als voorzitter van de Onderwijscommissie. Die ervaring komt de minister nu goed van pas. Het is volgens hem een van de redenen waarom ze al diverse aanvaringen met de Kamer overleefde: “Ze weet hoe de Kamer denkt.”
De vierdaagse schoolweek: die moest en zou er komen. Van der Hoeven kreeg hem er niet doorgedrukt, maar was vasthoudend. Deze eigenschap zag Cornielje ook bij andere ministers. ”Ik vind dat niet slecht, je moet eigen punten hebben. Juist in deze tijd van populisme waarin iedereen met alle winden meewaait.”
Slechte eigenschappen van Van der Hoeven? Hij kan ze niet zo snel bedenken, hij is er gewoon ook niet voor in de stemming. Na een lange stilte: “Je zou kunnen zeggen dat ze eigenlijk weinig grote projecten heeft opgestart. Aan de andere kant was er wel rust beloofd sinds vrijwel de hele onderwijswetgeving herschreven is. Daar heb ik zelf aan meegewerkt en mij sneed het door de ziel dat het vmbo al was afgeschreven, nog voordat het was opgestart.” Ook de Kamer maakt zich volgens hem schuldig aan korte termijn politiek. “Als er na een jaar geen resultaten te melden zijn van een hervorming, dan moet het direct weer anders.”

{Kader}
Ursie Lambrechts (D66): “Visie ontbreekt”
De diehard op onderwijs voor D66 vindt het jammer dat haar partij bij de AOb-leden zo slonk, terwijl juist D66 extra geld bedong als voorwaarde voor deelname aan het kabinet. “Bij kiezers komen dit soort politieke processen toch niet zo over, maar dat weerhoudt ons er niet van om er gewoon mee door te gaan.” Bij de minister heeft ze vorig jaar die vechtlust om de centen voor onderwijs binnen te halen gemist: “Er was toen sprake van bezuinigingen op achterstandsbeleid, daar moet je dan dwars voor gaan liggen.” In het algemeen vindt ze Van der Hoeven niet iemand van de grote visies: “Het is natuurlijk de vraag of daar in deze tijd behoefte aan is, maar ik mis bij haar wel opvattingen over wat nu de taak van de overheid is. Als je naar de problemen kijkt die er liggen, bijvoorbeeld bij het lerarenbeleid, dan kun je niet alles maar overlaten aan de scholen. Dan is er behoefte aan visie en moeten alle zeilen bijgezet worden. De overheid kan niet alleen dienend zijn, je moet ook je doel en ambitie aangeven.”
Volgens Lambrechts ligt de grote kracht van de minister bij het rond de tafel brengen van de diverse partijen uit het veld: “Die kunst beheerst ze goed, maar soms wordt er iets meer gevraagd.” Een ander punt wat volgens haar onder deze minister niet van de grond komt is de onafhankelijke positie van de inspectie, die indertijd is bevochten. “Ik heb het gevoel dat dat ook aan het schuiven is en dat ze meer met elkaar aan een tafel zitten dan goed is voor de onafhankelijkheid.”

{Kader}
Mariëtte Hamer(PvdA): “Zuinigste meisje van de ministerraad”
De PvdA-politica had hoge verwachtingen van Van der Hoeven: “Ik kende haar als een gedreven Kamerlid en we waren het ook vaak eens.” Vooralsnog heeft ze het gevoel dat er in twee jaar tijd wel veel gesproken is, maar dat er eigenlijk niet zoveel gebeurt: “Iedereen heeft het over die regelgeving, maar vaak gaat het dan om regels die toch al niet meer bestonden. Verder heeft ze de rol van de gemeenten veranderd, maar dat heeft overal tot grote onzekerheid geleid. Op het punt van de achterstand heeft de Kamer haar gecorrigeerd.”
Hamer vindt de minister ook niet erg ontvankelijk voor nieuwe ideeën. “Ze krijgt dan een soort Pavlov-reactie over zich en wijst het onmiddellijk af. De gevechten voor extra onderwijsgeld in het kabinet worden altijd door anderen, zoals Brinkhorst, gevoerd. Ze is gewoon het zuinigste meisje van de ministerraad. Ze is meer bezig met het uitventen van het algemene beleid dan met haar eigen winkel. Dat geldt ook voor de salarissen in het onderwijs, daarin volgt ze de kabinetslijn.” Hamer verwijt haar een zekere halsstarrigheid als het gaat om het doorvoeren van haar eigen ideeën. “Toen de bezuiniging op het achterstandsbeleid werden teruggedraaid onder druk van de Kamer, kwam ze ineens met een hele andere bestemming voor het geld, zoals de schakelklassen. Dan wordt er wel aldoor geroepen dat er rust moet komen voor het onderwijs en autonomie, maar dit soort zaken veroorzaakt alleen maar onrust.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.