- blad nr 15
- 10-9-2005
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
Ontslag id’ers kost 110 miljoen
Voor een vijfde van de id’ers in het primair onderwijs is het lot nog onzeker. Zeker van baanbehoud in het primair onderwijs is 26 procent. In de vier grote gemeenten ligt het baanbehoud beduidend lager dan landelijk.
Dat blijkt uit ‘Id-banen en uitkeringskosten’, een enquête van het Nijmeegse ITS onder schoolbesturen in basis- en voortgezet onderwijs. Het is de eerste grootschalige inventarisatie die de gevolgen in beeld brengt van het beëindigen van de subsidie voor in- en doorstroombanen. In id-banen werken onder andere conciërges en klassenassistenten.
In het basisonderwijs, waar ruim 5800 van de zevenduizend id’ers werkzaam zijn, zullen de uitkeringskosten 103 miljoen euro belopen. Voor het voortgezet onderwijs is dat 7,5 miljoen euro. In het voortgezet onderwijs wordt 41 procent van de id’ers behouden. Vijftien procent krijgt ontslag, voor 42 procent is er nog onzekerheid.
De onderzoekers hebben een enquête gehouden onder een groot aantal schoolbesturen met id’ers in dienst. ITS voerde het onderzoek uit in opdracht van het Participatiefonds, dat een reële inschatting wilde maken van de uitkeringskosten. Het fonds betaalt de uitkeringen in het po en vo bij onvermijdbaar ontslag. Adjunct-directeur Franz van Dijk verwijst naar eerdere berekeningen van het ITS, waaruit duidelijk werd dat de maximale uitkeringskosten voor het basisonderwijs rond de tweehonderd miljoen zouden liggen als alle id’ers zouden worden ontslagen.
“De uitkeringskosten komen zo te zien lager uit dan we in onze stoutste dromen wel eens hebben gevreesd”, reageert Van Dijk. Reden voor vreugde ziet hij echter niet. “Het moge duidelijk zijn dat het voor de scholen zelf natuurlijk nog altijd zeer dramatisch is.”