- blad nr 13
- 25-6-2005
- auteur . Overige
- Column
Socrates contra Maria
Welke kenmerken bezit een leraar die effectief lesgeeft aan multi-etnische klassen? Tot voor kort meenden onderzoekers dat een zogenaamde effectieve leraar - een leraar die helder uitlegt, hoge verwachtingen heeft van zijn leerlingen, hen goede feed back geeft en zijn lessen evalueert op basis van de leerprestaties - ook effectief zou zijn in een multi-etnische klas. Dat enigszins technische beeld van de effectieve leraar wordt genuanceerd in recent onderzoek naar het leerklimaat in de klas en naar de vaak uiteenlopende gevoeligheid daarvoor van leerlingen met verschillende sociaalculturele achtergronden. Voor alle leerlingen geldt dat zij in deze tijd moeite hebben om de spanning tussen hun leerdoelen en hun andere, vooral sociale, doelen om te zetten in een werkbaar evenwicht. In dat evenwicht vinden, speelt de leraar een steeds belangrijker rol. Een goede leraar helpt leerlingen bij het verenigen van die doelen en niet, zoals vroeger, door het negeren van de sociale doelen. Daarom zijn goede samenwerkingsopdrachten zo belangrijk.
Leerlingen met een immigratieachtergrond komen vaak uit een cultuur die gemeenschapszin en de waardigheid van de familie benadrukt. Daartegenover staat de individualistische cultuur die dominant is in het Nederlandse onderwijs, vooral in de hogere schooltypen. Bij allochtone leerlingen kan zo de spanning tussen hun leerdoelen en hun sociale doelen tot bijna niet te hanteren proporties oplopen. Emotioneel afhaken van de leerdoelen omdat de sociale doelen te veel eisen, is een reëel risico. Onmisbare schakel is dan de leraar die de sociale druk begrijpt en die toch zo’n afhakende leerling weer bij zijn leerdoelen krijgt. Dat lukt misschien in een klas van twintig, maar in een klas van dertig leerlingen met grote etnische diversiteit kun je het wel vergeten. Dat laatste staat ‘zwarte’ stadsscholen wel te wachten.
Verrassend genoeg komen we zo weer uit bij Socrates’ definitie van een goede leraar. Dat is iemand die een harmonieuze relatie heeft tussen zijn ‘logos’ - zijn kennis - en zijn ‘bio’ - zijn zelfinzicht en levenswandel. Alleen zo’n evenwichtig mens kan anderen tot leren prikkelen. Te belangrijk voor kansarme leerlingen - allochtoon en autochtoon - om over te laten aan verdeel-en-heerspolitiek.