• blad nr 13
  • 25-6-2005
  • auteur Y. van de Meent 
  • Redactioneel

Educatiedocenten wacht een freelance bestaan  

Sappelen op de inburgeringsmarkt

Er is volop werk voor educatiedocenten die bij roc’s met ontslag bedreigd worden. Door de invoering van het inburgeringsstelsel verdubbelt het aantal trajecten dat uitgevoerd moet worden. Maar docenten Nederlands als tweede taal die zich op de commerciële markt wagen, moeten genoegen nemen met een lager salaris, tijdelijke aanstellingen of freelance contracten.

Joke Vermeer werkte een jaar geleden bij de afdeling toeleiding en training van de Mondriaan Onderwijsgroep in Den Haag. Samen met 25 collega’s voerde ze in opdracht van de gemeente een traject uit om de arbeidsmarktkansen van uitkeringsgerechtigden te verbeteren. Vermeer was gestationeerd bij de sociale dienst waar ze intaketoetsen afnam. Op basis daarvan wordt bepaald wat een werkloze nodig heeft om aan de slag te komen: een beroepsgerichte training, een taalcursus, sociale vaardigheidstrainingen of een combinatie daarvan. Haar roc-collega’s voerden die trainingen uit. Maar dat is verleden tijd, want Mondriaan heeft de afdeling toeleiding en training opgedoekt.
Vooruitlopend op de introductie van marktwerking heeft de gemeente Den Haag vorig jaar voor het eerst een inburgeringscontract Europees aanbesteed. Om alvast ervaring op te doen. Het werd geen prettige ervaring voor Mondriaan, want het roc verloor het toeleiding en trainingstraject aan de Calder Groep, een groot reïntegratiebedrijf. “Mondriaan zat ver boven de prijs die de Calder Groep bood, dus ging het contract naar het reïntegratiebedrijf”, weet Hans Patist, rayonbestuurder bij de AOb en onderhandelaar bij Mondriaan. “Daardoor komen er 25 mensen op straat te staan.”
Mondriaan heeft geprobeerd de 25 medewerkers onder te brengen bij de Calder Groep. Het roc vindt dat de overheid zich bij Europese aanbestedingen ook aan de Europese richtlijn moet houden. Die schrijft voor dat een nieuwe opdrachtnemer het personeel van de oude uitvoerder moet overnemen, tegen dezelfde arbeidsvoorwaarden. Ofwel: mens volgt werk. Maar Mondriaan kreeg volgens Patist geen poot aan de grond bij de gemeente Den Haag. De gemeente kon of wilde de Calder Groep niet dwingen het personeel van Mondriaan met behoud van salaris over te nemen.
Omdat de Calder Groep de expertise niet in huis had om het binnengehaalde contract uit te voeren, had het bedrijf wel belangstelling voor de roc-medewerkers. Maar alleen tegen de eigen, slechtere arbeidsvoorwaarden. “Uiteindelijke is besloten dat Mondriaan-medewerkers op detacheringbasis naar de Calder Groep konden en dat de gemeente het verschil in beloning zou bijleggen”, vertelt Patist. “Maar daarbij ging het om een overbrugging voor een jaar.”

Expertise voor een koopje
Uiteindelijk zijn er twee Mondriaan-medewerkers bij de Calder Groep gedetacheerd: Joke Vermeer en een collega die ook intaketoetsen afneemt. Voor hen is er weinig veranderd. “We werken nog steeds bij de sociale dienst en merken niets van die detachering”, vertelt Vermeer. “Met de Calder Groep hebben we helemaal niks te maken. Ik heb geen idee wat ze daar doen, er is ook nooit overleg.” Haar detachering loopt op 1 juli af, Mondriaan heeft per 1 januari 2006 ontslag aangevraagd. Vermeers collega’s die het detacheringaanbod hebben afgeslagen, worden al per 1 augustus ontslagen. De Calder Groep kan het hele team dus alsnog binnen halen. “Commerciële bedrijven zoals de Calder Groep wachten gewoon tot de educatiemensen op straat liggen zodat ze ze tegen hun eigen arbeidsvoorwaarden in dienst kunnen nemen. Op die manier halen ze op een koopje de expertise binnen die bij roc’s is ontwikkeld. Ze zuigen de roc’s gewoon leeg”, concludeert Patist.
Wat de 25 Mondriaan-medewerkers is overkomen, staat grote groepen educatiemedewerkers van roc’s te wachten. Want de vraag is niet of er marktwerking wordt ingevoerd, maar wanneer. In maart kwam er uitstel omdat er nog geen overeenstemming was met de roc’s over een overgangsbudget en een keurmerk voor bedrijven en instellingen die zich op de inburgeringsmarkt begeven. Het ministerie van Justitie, dat verantwoordelijk is voor het integratiebeleid, gaat er nu vanuit dat het nieuwe inburgeringsstelsel op 1 april 2006 wordt ingevoerd.
Overigens is introductie van marktwerking een misleidende benaming. Gemeenten zijn op het ogenblik alleen verplicht hun inburgeringscursussen voor nieuwkomers onder te brengen bij roc’s. Trajecten voor oudkomers kunnen nu al uitbesteed worden aan commerciële bedrijven. In Amsterdam, Rotterdam en Utrecht gebeurt dat al op ruime schaal. Volgend jaar vervalt ook de gedwongen winkelnering voor nieuwkomerstrajecten en ontstaat er één grote inburgeringsmarkt waar roc’s, particuliere taalbureaus, reïntegratiebedrijven en commerciële onderwijsinstellingen elkaar mogen bevechten.
Tijdens een studiemiddag die de beroepsvereniging van docenten Nederlands als tweede taal (BVNT2) begin juni organiseerde, betoogde Maarten Schoon, projectleider marktwerking en inburgering bij het ministerie van Justitie, dat het nieuwe stelsel volop kansen biedt. “Er komt een algemene inburgeringsplicht voor nieuwkomers en oudkomers. Daardoor stijgt het aantal trajecten de komende jaren van 50.000 naar 90.000. Er is dus ruimte voor nieuwe aanbieders en volop werk voor docenten.” Maar dat werk moet wel uitgevoerd worden voor een lagere prijs, moest Schoon toegeven, want er komt geen extra geld voor al die extra cursussen.

Krijtje en schoolbord
Gemeenten, die ook in het nieuwe stelsel inburgeringscursussen blijven aanbieden, moeten dus scherp op de prijs letten. De regionale opleidingencentra vrezen dat ze het onderspit gaan delven in deze vechtmarkt. “Roc’s brengen op het ogenblik 140 euro per uitvoeringsuur in rekening”, weet Monique Doppegieter, die zes jaar geleden haar eigen taalbureau in Vlissingen startte. “Commerciële aanbieders rekenen maar 70 tot 80 euro per uur.”
Geen wonder dat roc’s rekening houden met een halvering van de educatieomzet en voorbereidingen treffen om het personeelsbestand te halveren. Een deel van de met ontslag bedreigde docenten kan doorschuiven naar het beroepsonderwijs, maar daar is voor lang niet allemaal werk. Educatiemedewerkers die op straat komen te staan en hun vak willen blijven uitoefenen, zullen hun heil moeten zoeken bij de bedrijven die de inburgeringscursussen van de roc’s overnemen. Of ze zullen zich moeten verhuren aan de bv’s die roc’s zelf in rap tempo aan het opzetten zijn om zich te handhaven op de inburgeringsmarkt.
De roc-medewerkers moeten zich staande houden in een commerciële wereld waar docenten trainers heten en waar cao’s noch vaste aanstellingen bestaan. Ze krijgen de opdracht hun cursisten in zes of negen weken naar een diploma Nederlands als tweede taal (NT2) te loodsen. Dat moeten ze dan meestal voor elkaar krijgen met behulp van een krijtje en een schoolbord, want voor dure computerlokalen en multimediaprogramma’s is er geen geld als er maar 70 of 80 euro per uur binnenkomt. Dat werd volstrekt duidelijk op de studiemiddag van de beroepsvereniging van NT2-docenten.
Tijdens de studiemiddag konden educatiemedewerkers zich oriënteren op het bestaan als zelfstandig ondernemer of freelancer (zelfstandige zonder personeel, zzp’er, in het jargon van de belastingdienst). De grote belangstelling verraste de organisatoren. Er kwamen 220 aanmeldingen binnen, terwijl er maar 160 plaatsen waren. “Ik ben hier niet omdat het bestaan van een freelance docent of zelfstandig ondernemer me zo aantrekkelijk lijkt”, vertelde een docente van roc Midden-Nederland die liever anoniem blijft. “Ik sta bij het roc op de grijze lijst, ergens halverwege. Dat betekent dat er een flinke kans is dat ik binnenkort ontslagen wordt. Er zijn wel vacatures in het beroepsonderwijs, maar die zijn vrijwel nooit geschikt voor educatiemensen. En je moet wat. Ik ben kostwinner. Ik heb een dochter van veertien die ik moet onderhouden. Als ik niet aan nieuw werk kom, moet ik straks mijn huis verkopen.”

Draaideur
Jaco van Roon, directeur van de Personeelsbank van het Instituut voor individuele ontwikkeling(IVIO), wond er geen doekjes om. IVIO heeft genoeg werk voor ervaren NT2-docenten, maar vaste contracten zitten er niet in. Wie voor IVIO gaat werken kan kiezen tussen een tijdelijke aanstelling of een freelance opdracht. IVIO-trainers kunnen maximaal drie keer een contract van drie maanden krijgen en moeten dan drie maanden de ww in. Daarna begint de cyclus weer opnieuw. Geen draaideurconstructie, bezweert Van Roon. IVIO houdt gewoon rekening met de eisen die de flexwet stelt. Freelancers krijgen alleen IVIO-opdrachten als zij door de belastingdienst zijn erkend als zelfstandige, wat onder andere betekent dat zij minstens drie opdrachtgevers moeten hebben. Zij moeten zelf hun sociale premies afdragen en hebben geen recht op een ziektewetuitkering, ww of wao. IVIO betaalt zowel contractdocenten als freelancers per uur. Hoeveel wilde Van Roon niet zeggen, maar hij hield wel vol dat de beloning niet lager uitvalt dan bij roc’s.
IVIO levert alle trainers voor KaleoΣ Educatie, een voortzetting van het reïntegratiebedrijf van Schoevers. KaleoΣ heeft al drieduizend inburgeringstrajecten voor de gemeente Rotterdam uitgevoerd en heeft tot 2007 nog volop werk in de havenstad. Ook in Amsterdam heeft KaleoΣ een grote opdracht binnen gehaald. Het bedrijf heeft geen enkele docent in dienst, maar betrekt alle trainers via de IVIO-Personeelsbank. IVIO zet via het bedrijfsonderdeel opleiding en didactiek zelf ook educatietrajecten in de markt, die uiteraard uitgevoerd worden door docenten die staan ingeschreven bij de Personeelsbank.
Ook Peter Gelens van de organisatie Ooverbruggen, een dochter van het reïntegratiebedrijf Fourstar, was volstrekt helder. Ooverbruggen verzorgt inburgeringscursussen en werkt veel met freelancers, maar heeft ook NT2-docenten in dienst. Roc-docenten die de reïntegratiemarkt op gaan moeten volgens hem rekening houden met een veel lagere beloning. “Reïntegratiebedrijven verlonen en belonen heel anders dan jullie in het onderwijs gewend zijn. Jullie zitten met je kont op goudgerande arbeidsvoorwaardenregelingen. Het salaris dat je nu verdient, krijg je op de commerciële markt echt niet.” De reïntegratiemarkt is bovendien een jungle waar tranentrekkende dingen gebeuren. Er zijn bedrijven actief die alleen bezig zijn met geld verdienen en bagger leveren. “Als je zoals de meeste onderwijsmensen een grote allergie hebt voor quick and dirty, moet je je echt afvragen of je wel in de commerciële wereld wilt werken”, waarschuwde Gelens.
Ellen Bish houdt het al zes jaar vol op de inburgeringsmarkt. Ze houdt van de vrijheid en vindt het freelance bestaan zelfs wel ‘lekker rustig’. Sinds ze in 1998 haar baan als docent basiseducatie bij een voorloper van roc Zadkine opgaf, heeft ze taaltrainingen voor bedrijven verzorgd, lesmateriaal ontwikkeld en geschreven over haar vak. Op het ogenblik werkt ze mee aan de reïntegratietrajecten die KaleoΣ in Rotterdam uitvoert. De IVIO-Personeelsbank is haar opdrachtgever. Ze voert cursussen uit in buurthuizen, kerkgebouwen en basisscholen. Die locaties voldoen prima, vindt ze. “Ik ben als docent heel flexibel. Je kunt mij in een gangkast zetten met een krijtje en een bord en ik geef les.” Dat ze maar negen maanden per jaar voor IVIO kan werken, vindt ze geen probleem omdat ze op die manier de schoolvakanties kan vrijhouden. “En als ik meer zou willen verdienen zou ik ook ’s avonds cursussen kunnen geven. Er is voorlopig werk zat, hier in Rotterdam.”

Bizar
Teun van Iperen heeft meer moeite met de mores van de markt, die hij sinds kort heeft leren kennen. Hij heeft een aantal tijdelijke aanstellingen gehad bij roc Flevoland, maar eind 2004 werd zijn laatste contract niet verlengd. “Roc Flevoland is zich net als de andere roc’s aan het voorbereiden op de introductie van marktwerking. In december was het einde oefening voor alle educatiemedewerkers met een tijdelijk dienstverband.” Toch is van Iperen via een uitzendbureau weer ingehuurd door zijn oude werkgever. Want roc Flevoland wist door een scherpe prijs te bieden een inburgeringscontract in Amsterdam in de wacht te slepen. Ten koste van het roc van Amsterdam dat een deel van de markt naar andere aanbieders zag gaan.
“Het bizarre is dat ik lesgeef in een gebouw van het roc van Amsterdam”, vertelt Van Iperen. “Roc Flevoland huurt daar lokalen. Ook het Nederlands centrum buitenlanders en IVIO hebben contracten met de gemeente Amsterdam en huren ruimtes bij het roc van Amsterdam. Dat wekt wrevel bij de Amsterdamse collega’s. Logisch, het roc van Amsterdam is ook aan het reorganiseren, er verdwijnen daar veel arbeidsplaatsen en daardoor komen er mensen op straat te staan. Zij zien ons als indringers.”
Van Iperen heeft alleen een krijtje en een schoolbord ter beschikking in Amsterdam. “Ik heb nauwelijks lesmateriaal. Ik heb twee leerboeken gekregen: het ene hou ik zelf, het andere heb ik uit elkaar getrokken en gekopieerd voor de cursisten. Naast mijn leslokaal is een computerlokaal, maar daar mogen mijn cursisten geen gebruik van maken want dat huurt roc Flevoland niet.” De NT2-docent geneert zich daarover. “Het probleem is dat ik niet trots ben op wat ik aanbied. Als ik zelf een cursus volg, wil ik ook een nette map met studiemateriaal. Mijn cursisten krijgen helemaal niets, alleen een stapel kopietjes. Zelfs de pennen en papier moeten ze zelf meenemen. Maar dit is marktwerking”, zucht hij. “Dit krijg je nou als roc’s moeten gaan concurreren op prijs.”
Van Iperens contract loop op 1 augustus af. Hij wordt op dit moment door het uitzendbureau betaald volgens de bve-cao. Hij heeft zich erbij neergelegd dat hij daarna verder moet als freelancer. “We worden als NT2-docenten geconfronteerd met twee problemen”, concludeert Van Iperen. “Door de prijzenslag wordt de kwaliteit van je vak ondermijnd en we moeten zelf overleven op de commerciële markt. Voor mij is plezier in mijn werk heel belangrijk, belangrijker dan geld. Ik vind het niet zo erg om zuinig te leven. Maar het lastige is dat je ook moet leren om zakelijk te zijn. Voor jezelf werken vergt een hele omslag. Toen ik voor de eerste keer ging solliciteren was de eerste vraag: ‘Hoeveel kost jij per uur?’ Ik viel bijna van mijn stoel. Zo’n vraag had ik niet verwacht. Ik had me voorbereid op vragen over mijn ervaring als docent, mijn kwalificaties, mijn opvattingen over het vak.” Van Iperen weet inmiddels dat freelance docenten dertig tot veertig euro per uur kunnen vragen. Maar er zijn ook taalbureautjes die de helft betalen. “Daar kun je natuurlijk niet van leven. Dan raak je aan de bedelstaf”, stelt hij. Hij vreest dat veel van zijn collega’s niet zullen overleven als zelfstandige. “Ik ben er nu een beetje aan gewend, maar onderwijzers zijn onderwijzers. Als het ondernemers waren geweest, hadden ze niet in het onderwijs gezeten.”

(KADER)
Een eigen bedrijf
NT2-docenten die zich niet willen uitleveren aan reïntegratiebedrijven en commerciële onderwijsinstituten, kunnen ook zelf een bedrijf opzetten of zich verenigen in een docentencollectief, vindt Monique Doppegieter. Zij heeft zelf zes jaar geleden het taalbureau Mondo opgezet, dat individuele taallessen voor buitenlanders verzorgt. Doppegieter voert een deel van de lessen zelf uit, maar huurt ook specialisten in die op freelance basis werken. “Ik werk bijvoorbeeld met een docent die is gespecialiseerd in alfabetiseringswerk, maar ook met iemand die heel goed is in spreekvaardigheidstrainingen.”
Doppegieter werkte als NT2-docent bij roc Zeeland, maar voelde zich daar steeds minder happy. “Het onderwijsaanbod werd in modules van twaalf weken geperst. Na iedere module werd er getoetst om te kijken of een cursist verder mocht of op hetzelfde niveau bleef zitten. We waren meer bezig met het onderwijssysteem dan met de deelnemers. Daarom besloot ik voor mezelf te beginnen.”
Zo’n eigen bedrijf is geen vetpot, bekent de onderneemster. “Ik heb bovendien al mijn zekerheden opgegeven: geen pensioenopbouw meer, geen recht op ww of wao. En ik werk minstens zestig uur per week. Maar het heeft me ook veel opgeleverd. Ik heb veel meer energie doordat ik weer trots op mijn werk ben.” Ze realiseert zich dat een eigen bedrijf opzetten niet voor al haar NT2-collega’s is weggelegd. “Er zijn veel alleenstaande moeders in dit vak die tegen mij zeggen: jij hebt die stap kunnen zetten omdat je een vent hebt die veel verdient.”
Toch kan voor jezelf beginnen voor met ontslag bedreigde educatiedocenten een perspectief zijn, vindt Doppegieter. Daarom is ze actief in de werkgroep zelfstandig ondernemen van de beroepsvereniging voor NT2-docenten. “Het is zeker niet makkelijk, maar beter dan wachten tot je ontslagen wordt bij een roc. De introductie van marktwerking is heel bedreigend, maar het biedt ook kansen. Een ding is zeker: er zijn mensen die Nederlands willen leren en er is geld beschikbaar voor inburgeringscursussen.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.