• blad nr 13
  • 25-6-2005
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

 

De koe van Nijdam

Sybout Nijdam is bijna honderd en nog steeds een schoolmeester in hart en nieren. Twee jaar geleden gaf hij nog privé-les aan kinderen met leerproblemen. Over een onderwijsvernieuwer die al in de jaren dertig zijn leerlingen liet werken met taken.

“Het schoolmeesterschap is naast mijn familie het belangrijkste in mijn leven.” In zijn serviceflat in het Noord-Hollandse Bergen vertelt de bijna honderdjarige Sybout Nijdam over zijn jaren in het onderwijs. Om zich heen heeft hij stapels met boeken over lesmethoden verzameld. Aan de muren hangen foto’s van zijn kinderen, klein- en achterkleinkinderen. Hij is dol op de jeugd. Daarom werd hij destijds schoolmeester.
Nijdam begon zijn loopbaan op 18-jarige leeftijd in Friesland. Hij gaf les aan de hoogste klassen. Na een aantal jaren wilde hij carrière maken. “Schoolhoofd leek me wel wat. Maar dat was niet eenvoudig. Er waren zoveel wachtgelders. Dat waren mensen die overbodig waren geworden in het onderwijs. Een oud-schoolhoofd met wachtgeld kreeg voorrang als er een vacature voor schoolhoofd kwam. Ik maakte dus weinig kans. Totdat er op een gegeven moment een opening kwam in Wervershoof.”
Nijdam werd het hoofd van een eenmansschool met welgeteld tien leerlingen. “Een bijzondere ervaring. Ik was gewend les te geven aan soms vijftig leerlingen. En nu zat ik daar met tien leerlingen, verdeeld over zeven leerjaren. Ik moest de kinderen leren lezen, schrijven en rekenen en dat was ik niet gewend.” Al snel was de onderwijzer ontevreden over bestaande lesmethoden. Aap-noot-mies werkte niet. En dus zocht hij – aangemoedigd door zijn inspecteur – naar alternatieven.
In de jaren dertig, toen de eenmansschool was ingeruild voor een groter exemplaar in Warder, werd Nijdams allereerste lesmethode onder de titel Zelf aan het werk* uitgegeven. Die bestond uit twee cahiers op A4-formaat met doorschijnend papier. Met behulp van onderleggers tekenden de kinderen kaartjes. Eerst van de provincies, later van Europese landen en uiteindelijk van de werelddelen. Op de kaartjes tekenden de leerlingen aardrijkskundige wetenswaardigheden, bijvoorbeeld koeien of graan. Op de bladzijde ernaast plakten ze plaatjes die ze uit tijdschriften of ansichtkaarten knipten. Zo kregen ze een beeld van hoe de wereld er uitziet en wat hij te bieden heeft.

Takensysteem
De reacties op Nijdams aardrijkskundemethode waren positief. De onderwijzer kreeg de smaak te pakken. Zijn inspecteur vroeg hem themalessen te geven. “De koe was het voornaamste middel van bestaan, dus koos ik voor dat onderwerp. Ik zei: ‘Jongens we gaan een schoolwandeling maken’. En zij riepen: ‘Hoi, hoi’. We gingen de weilanden in en de kinderen tekenden koeien. Ik gaf les om het onderwerp heen. Welke producten levert de koe? Hoe breed is het weiland?” Op die manier kwamen verschillende leervakken aan de orde. De leerlingen verwerkten hun ervaringen in opstellen en maakten daar illustraties bij. Uiteindelijk werd het geheel van een kaft voorzien. “Dit soort lessen gaf ik ter afwisseling. Dat kan niet anders. Straks weten je leerlingen alles van koeien en niets over Napoleon.” De inspecteur was erg tevreden over De koe van Nijdam en liet het uitgeven. “Het is bekend geworden in heel Nederland. Maar er kwam veel kritiek op. De meeste onderwijzers gingen liever de gebaande weg.”
En die weg was volgens Nijdam niet de beste. Dus ontwikkelde hij voor verschillende vakken nieuwe methoden. Eigen verantwoordelijkheid was het uitgangspunt. De onderwijzer maakte gebruik van een takensysteem. Kinderen konden in hun eigen tempo met de lesstof aan de gang.
Het takensysteem werd uiteindelijk bekender dan De koe van Nijdam. Begin jaren vijftig werden alle onderwijsinspecteurs namelijk bijeengeroepen. Onderwijsminister Cals wilde het aantal zittenblijvers verminderen en vroeg de inspecteurs om hulp. Twee van hen adviseerden de minister om de methode van Nijdam landelijk in te zetten. Zo geschiedde. “Ik kreeg tien maanden betaald verlof om mijn takensysteem verder uit te werken.** Er werd over geschreven in alle kranten. De uitgevers kwamen naar mij toe in plaats van ik naar hen. Met mijn methode bleven slechts heel enkele gevallen zitten”, vertelt Nijdam trots.

Postactief
“Ik kreeg te maken met medische tegenslagen. In 1961 werd ik afgekeurd wegens invaliditeit.” Vanaf dat moment leefde Nijdam van zijn lesmethoden. Er zijn meer dan tachtig boekjes van zijn hand verschenen.
Ondanks zijn medische strubbelingen zei hij de kinderen niet vaarwel. “Ik had een buurmeisje dat op een blo-school zat. Ze was elf en kon niet lezen. Ik besloot haar te onderwijzen. Elke dag kwam ze van kwart voor zes tot zes uur bij me. Ik liet haar de eerste keer een plaatje zien van een poes die met een bal speelde. Onder het plaatje stond het woord ‘bal’. Ik vroeg: ‘Wat staat daar?’ Ze kon de letters spellen, maar het woord niet maken. Volgens haar stond er ‘poes’.” Daarop leerde Nijdam zijn buurmeisje lesjes uit het hoofd. Vervolgens moest zij de geleerde woorden structureren. De analogie speelde hierbij een belangrijke rol. De privé-leraar ging uit van het principe ‘eerst kunnen, dan kennen’. Het buurmeisje leerde lezen, ging naar de huishoudschool en werd uiteindelijk hulp in een bejaardenhuis.
Tot twee jaar geleden gaf Nijdam dergelijke privé-lessen aan moeilijk lerende kinderen. Ondanks zijn hoge leeftijd is hij nog steeds een onderwijzer in hart en nieren. Hij blijft op de hoogte van huidige ontwikkelingen en is al tachtig jaar lid van de bond. “Ik vind dat je georganiseerd moet zijn. Als postactieve wil ik op de hoogte blijven - ik lees het Onderwijsblad altijd. En ik vind dat je solidair moet zijn met andere onderwijzers.”

*In samenwerking met Roelof Bennink.

**Het takensysteem werd ontwikkeld in samenwerking met Jur Algera, Wim Brinkkemper en Koos Schekkerman.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.