• blad nr 13
  • 25-6-2005
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Onderhoud met een politicus

Fijn dat ik u eindelijk tegen het lijf loop. Weet u wat me opvalt, meneer de politicus? U ontloopt me. Als u mij in de verte ziet, zoekt u een zijstraat, krijgt u haast. Maar nu heb ik u klem, ons onderhoud kan eindelijk beginnen. Nou niet zo schichtig wegkijken, er gebeurt niks, ik wil praten over de resultaten van uw werk. Meehuilen over de kloof tussen burger en politiek, u doet dat fantastisch op televisie. Maar mijn hamvraag luidt: wat is uw bijdrage aan de overbrugging? Hoe bevordert u maatschappelijke cohesie? Ah, ik begrijp het, u heeft meer te doen. Ik kom terzake en presenteer u de casus voortgezet onderwijs.
Feit nummer een, bron oeso. De uitgaven aan onderwijs zijn in Nederland van ruim zeven procent van het bbp naar net niet vijf procent gezakt. In Frankrijk is dit percentage nog steeds ruim zeven. U vindt deze afgekloven? Tja, u heeft mij nooit horen beweren dat de waarheid smakelijk is. Feit nummer twee dan maar? In vergelijking met veertien andere geïndustrialiseerde landen staat het Nederlands hoger onderwijs op nummer één als het gaat om toegankelijkheid en op nummer drie als het gaat om betaalbaarheid. Dit komt uit een onderzoek van het Educational Policy Institute. Wat u daar mee moet? Niet zo hijgerig meneer. Eerst de gegevens, dan de conclusie. Op naar feit nummer drie. Die heb ik van de AOb. Zo’n ‘rupsje nooit genoeg’ dat baat heeft bij inktzwart inkleuren van de financiële misère… Wat blijkt? Voor inflatie gecorrigeerd is het bedrag per basisschoolleerling in twintig jaar gestegen van 3000 euro naar 3900, een reële stijging van de uitgaven per kind met 30 procent. Broodnodig, ben ik met u eens, maar eerst feit nummer vier. In het rapport Bureaucratisering in het onderwijs stelt de onderwijsraad dat het extra geld uit de hoogconjunctuur verdwenen is in de zakken van managers.
Deze onderzoeksresultaten zijn gevolgen van uw handelen. Graag uw commentaar. Er zitten geen gegevens van het voortgezet onderwijs bij? Excuses, misschien ga ik te snel. Ik help u. In het basisonderwijs is geïnvesteerd, in vergelijking met het buitenland gaat veel overheidsgeld naar hoger onderwijs, terwijl de totale uitgaven relatief dalen. Kortom, het voortgezet onderwijs is budgettair gemangeld. De overwaardering van management door de bestuurlijke elite maakt alles erger. Wat dat concreet betekent? Elke vorm van beroepstrots is er bij de leraar uitgetrapt! De ouderen willen weg, voor jongeren heeft groeien in het vak geen status, zij vluchten in middenkaderfuncties.
Inderdaad, ik laat me gaan, val uit mijn rol. Maar u babbelt strategisch jargon, staart me glazig aan, ontkent glashard. Weet u, kinderen kunnen goed lezen en rekenen. Dat pisa-onderzoek klopt, met dank aan het basisonderwijs. Maar daarna stagneert de ontwikkeling. Excellente cultuuroverdragers of bètawetenschappers zullen het niet worden. Ze ontmoeten geen intellectuele rolmodellen die kennis en vaardigheid met hun delen. De middelbare school is gesloopt, door u… waarom vertrekt u niet?

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.